Prentkunst in Parijs, een prachtuitgave van Exhibitions International. Niet te missen!

Prenten. Ze kunnen niet echt tegen veel daglicht, daarom bekijken we ze best in een mooi boek. We staan er niet meer bij stil maar ooit was de verspreiding van bladmuziek hét middel om een breed publiek in contact te brengen met populaire muziek. In de jaren 1890-1905 was  de grafische prentkunst in  Parijs danig populair dat het hét artistiek expressiemiddel was bij uitstek.

In 2013 organiseerde het Van Gogh Museum een tentoonstelling van deze  indrukwekkende prentencollectie. Kleurlithografieën voor theaterprogramma’s, tijdschriften, boeken, bladmuziek en affiches werden ontworpen door de grootste kunstenaars. Het prestigieus Amsterdams Van Gogh Museum dat sedert het jaar 2000 om en bij de 1300  etsen  uit die periode beheert, liet ons d.m.v. een rijk geïllustreerd boek in haar prenten kijken. Een prachtuitgave! Wat toen nog een paperback catalogus was verscheen als een luxueuze hardcover met stofomslag. De schrijvers en samenstellers Marije Vellekoop, Hoofd collecties/tentoonstellingen/research, en Fleur Rools Rosa de Carvalho, conservator/curator/researcher van prenten en tekeningen, beiden aan het museum verbonden, hebben niets of niemand over het hoofd gezien. Kunstenaars als Paul-Albert Besnard, Jean-Louis Forain, Manet, Pissarro, Bernard, Toulouse-Lautrec, Bonnard, Vuillard, Valloton, Denis, James Pitcairn-Knowles, Ker-Xavier Roussel, Sérusier e.v.a. zijn in het boek vertegenwoordigd met schitterende reproducties en hoogst interessante duiding en achtergrondinformatie. Axel Rüger, de opvolger van John Leighton als Directeur van het Van Gogh Museum, vermeldt en dankt in het Voorwoord de Vincent Van Gogh Stichting en de vele andere deskundigen, dank zij wie dit prachtig boek tot stand is gekomen. En het was blijkbaar een hele onderneming. Begrijpelijk.

Bonte wereld

Dit uitzonderlijk lees- en kijkboek brengt ons terug in de bonte wereld van komische toneelstukken, chansons naturalistes , het café-concert, cabarets, het circus, gedichten en laat ons  zelfs een heus solfègeboek uit 1893 “Petit solfège illustré” ontdekken. Jawel, notenleer uit de Belle Epoque. Die werd geschreven  door de nu helaas vergeten opera- en operettecomponist Claude Terrasse (1867-1923) en werd geïllustreerd door zijn schoonbroer, de  schilder en drukker  Pierre Bonnard (1867-1947). De uitgave over “Qu’est-ce que la gamme?”,  “Combien y a-t-il de gammes” of “En quoi ces gammes diffèrent-elles?” was hoogst origineel want zo werd bvb. de overgang van een hele noot naar een halve noot en van een halve noot naar een kwartnoot aanschouwelijk gemaakt door de tekening van een dikke, een minder dikke en een dunne “madame”. De Zwitsers-Franse tekenaar, schilder en graficus Théophile-Alexandre Steinlen (1859-1923), o.a. verbonden aan  “Le Mirliton”, “Gil Blas illustré” en aan het cabaret en gelijknamig tijdschrift “Le Chat Noir” aan de boulevard de Clichy (we kennen van hem zijn  beroemde affiche uit 1896 van “La tournée du Chat Noir avec Rodolphe Salis”), was begaan met het lot van de lagere klassen en begon een intense samenwerking met kunstenaars.

Zangers van satirische en schunnige straatliederen, bvb. Jules Mévisto (bekend als “Pierrot”) en Aristide Bruant (1851-1925) werden vereeuwigd door Henri-Gabriel Ibels (1867–1936) of door Henri de Toulouse-Lautrec. De prenten van Ibels, die o.a. de programmabladen ontwierp voor het Théâtre Libre en het Théâtre de l’Art en die tijdschriften als “Le Sifflet” (uitgebracht ter verdediging van Dreyfus) en het anarchistische “La Plume” illustreerde, waren danig populair dat hij ze samen met zijn pastels en schilderijen in 1894 kon tonen op zijn eigen eenmanstentoonstelling in de gang van het theater “La Bodinière”, (in het boek verkeerdelijk galerie genoemd). Daar trad aanvankelijk de befaamde chanteuse Yvette Guilbert (1865-1944) op. Yvette werd pas later echt beroemd vanuit de legendarische Le Moulin Rouge.

Bladmuziek en prentkunst

De dubbelgevouwen bladmuziek werd in theaters, muziekhandels maar ook op straat verkocht en de afbeeldingen werden dan in een kleinere oplage op chique papier maar dan zonder tekst, als losse prenten gedrukt en verkocht. Het uitgeven van bladmuziek was commercieel en artistiek een heel succesvolle onderneming. De rage van prentkunst was zo groot (die rage zou later uiteindelijk verdrongen worden door de fotografie) dat een prentenalbum “L’Estampe originale” werd uitgegeven waarin kunstenaars van de school van Pont-Aven, de groep Les Nabis en symbolistische en art-nouveau-kunstenaars met hun prenten waren vertegenwoordigd. Kunstenaars, nu nog alleen bekend bij insiders als Houdard, Charpentier in het boek vertegenwoordigd met een sublieme kleurlithografie met reliëfversiering van een “Vioolspelend meisje” (pag 18), Maufra of Séguin, komen dank zij dit boek opnieuw in de bekendheid. Guitigheid, Élan Vital, humor en dus ook muziek komen veelvuldig aan bod.

Een kijkje in de werkplaats

In het hoofdstuk “Een kijkje in de werkplaats” krijgen we interessante uitleg over de techniek van de prentkunst hoogdruk, houtsneden, houtgravure, gypsografie (d.i. de voorstelling gegroefd in een gipsen plaatje), diepdruk, vlakdruk, droge naald en aquatint. Heel bijzonder. Een interessant aspect van het boek is dat historische en technische uitleg afgewisseld wordt met besprekingen van typische voorbeelden. Bvb. van “De absinthdrinkster” van onze eigenste Evenepoel, “Het bad” van Pitcairn-Knowles, “De vitrioleuse” van Grasset, en affiches, ontwerptekeningen, proefdrukken en omslagen van Toulouse zoals La Goulue hem noemde), Bonnard, Vallotton, Rivière, Ibels, Boutet, Chéret, Laboureur e.v.a. In het derde hoofdstuk gaat het over de suite. Dat was een serie prenten van de hand van één of meerdere kunstenaars die onder één noemer werden gebundeld en die voor de eerste keer, georganiseerd door Paul Gauguin, gepresenteerd werden in het Café des Arts van Volpini tijdens de Wereldtentoonstelling van 1889 in Parijs. Dit om het werk van impressionisten en synthetisten  aan het publiek voor te stellen.

Bibliografie

Wie meer wil lezen over prentkunst of grafiek kan terecht bij de uitgebreide Bibliografie en wie een idee wil krijgen van hoe veel kunstenaars hij of zij nog kan ontdekken, begint best met het lezen van de index. Het boek wacht een wereldcarrière want in september zal de Engelse uitgave verschijnen met als titel “Printmaking in Paris, The Rage for Prints at the Fin de Siècle”, naast trouwens “Van Gogh’s Studio Practice”, van  Marije Vellekoop, Muriel Geldof, Ella Hendriks, Leo Jansen en Alberto de Tagle. Maar, in juli  verschijnt  eerst “Van Gogh at Work” van Marije Vellekoop met bijdragen van Nienke Bakker, Maite van Dijk, Muriel Geldof, Ella Hendriks, en Birgit Reissland. Om fier op te zijn. Hoewel “De rage van de Belle Epoque” als ondertitel beter ware geweest, veel dank aan en oprechte felicitaties voor de uitgeverij  Mercatorfonds die met deze publicatie ook hier weer haar reputatie van uitgeverij van prachtige kunstboeken van het hoogste niveau, alle eer aandoet. Niet te missen!

Fleur Roos Rosa de Carvalho Marije Vellekoop Prentkunst in Parijs, de rage van het fin-de-siècle uitg. Mercatorfonds/Exhibitions International 184 bladz. ISBN  9789462300095

http://www.stretto.be/2020/09/13/stephanie-lombard-the-street-art-guide-to-paris-een-kleurrijke-en-aanstekelijke-uitgave-van-lannoo-de-straat-als-tentoonstellingsruimte/

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

veertien − 12 =

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.