Mozart fluitconcerto’s en kwartetten dankzij Ferdinand Dejean

Mozart componeerde verschillende werken voor fluit in opdracht van een zekere Ferdinand Dejean. Dat weten we met zekerheid. Maar, wie was Ferdinand Dejean?

Een Nederlandse emeritus hoogleraar verloskunde & gynaecologie en een Nederlandse onderzoeker naar 18de eeuwse betrekkingen tussen Europa en Azië die ook piano speelt, hebben over Ferdinand Dejean een boek geschreven. Origineel.

Mozart componeerde in april 1777 een hoboconcerto in C, KV 314 voor Giuseppe Ferlendis, componist en de hoboïst van het orkest van de aartsbisschop van Salzburg. Het hoboconcert werd in 1920 in Salzburg ontdekt. Uit o.m. onderzoek van Mozarts correspondentie bleek er een verband is met het 2de fluitconcerto in D  dat van dat hoboconcerto is afgeleid.

Een Indiaanse Hollander

Het oeuvre van Mozart kent een fluitconcerto en fluitkwartetten. Toen Mozart in Mannheim verbleef, kreeg hij de opdracht van een onbekende Nederlandse arts om drie fluitconcerti te componeren. Uit tijdnood bewerkte Mozart zijn hoboconcerto tot een fluitconcerto. Een derde fluitconcerto is er nooit gekomen en dus kreeg Mozart maar een deel van het afgesproken honorarium. Tot daar wat we wisten over die Hollander tot Frank Lequin een boek schreef.

Mozart noemde zijn opdrachtgever ‘de Indiaanse Hollander’. Frank Lequin onthulde in 1981 eerst zijn ware naam,  Ferdinand Dejean en nu is er de biografie.

Ondertussen weten we dus dat Mozart met ‘Unser Indianer’ en ‘ein Holländer’,  Ferdinand Dejean (1731-1797) bedoelde. Dejean was in Mozarts woorden een “Liebhaber von allen Wissenschaften und ein grosser Freund und Verehrer von mir”, zo lezen we in het boek. Dejean kende zeven talen, was muzikaal en vermogend en was een uitermate verlicht lid ‘van goeden wille’ der achtiende-eeuwse Republiek der Letteren. Dat was een zeldzame combinatie, ‘ein rarer Mann’, dus.

Dejean beloofde in december 1777 aan Mozart 200 gulden voor drie korte, gemakkelijke fluitconcerti en enkele fluitkwartetten. Mozart leverde onder grote tijdsdruk drie kwartetten af en twee concerti  en ontving daarom maar 96 gulden.

In 1777 en 1778, schrijft Lequin, bezocht  Dejean  Mannheim, vermoedelijk om zijn vriend Johann Martin Römer  te bezoeken. In Mannheim ontmoette Dejean Mozart. De prachtige composities die wij aan deze opdracht te danken hebben zijn Mozarts fluitkwartetten KV 285, KV 285a, KV258b, de twee fluitconcerten KV313, KV314 en het Andante voor fluit en orkest KV 315.

Het boek gaat helaas niet dieper in op Dejeans kennis van en relatie tot de dwarsfluit en onderzoekt helaas ook niet verder waarom Dejean precies de helft van het geld inhield. “Dejean was immers een gefortuneerd speculant en hij gaf trouwens zijn leven lang geld uit aan medische boeken en natuurkundige instrumenten”. Of Dejean soms ook niet de nodige techniek had om Mozarts composities te spelen, wordt verder ook niet besproken. Een gemiste kans. Dat Dejean een fervent fluitist was weten we uit de diverse dwarsfluiten die in zijn nalatenschap werden gevonden.

Dejean vestigde zich in 1790 definitief in Wenen en had er o.m. contact met twee collega’s Franz Closett en Mathias von Sallaban. Zij waren de artsen van Mozart en waren aanwezig op de verschrikkelijkste gebeurtenis in de geschiedenis van de Westerse muziek.  Ze waren er nl. bij toen Wolfgang Amadeus Mozart, na een vreselijke doodstrijd, om vijf minuten voor één uur op 5 december 1791 overleed.

Het waarom van het boek

Een aantal aanleidingen en ontmoetingen leidden tot het schrijven van het boek. In februari 1981 verscheen in de “Mitteilungen der Internationalen Stiftung Mozarteum” in Salzburg, Lequins muziekhistorisch artikel “Mozart… rarer Mann”. Hij beschreef daarin zijn zoektocht naar de identiteit van Mozarts “rarer Mann” en de uiteindelijke identificatie als ‘Dejean’. Dat was toen nog een heuse lacune in de Mozartforschung. Ook de Wyzewa en de Saint Foix wisten dat niet. In genoemd artikel stelde Lequin de publicatie in het vooruitzicht van een medisch-historisch artikel over Dejean. In november 2003 werden ter gelegenheid van een publiekslezing van het Amsterdams Medisch Centrum, twee van Mozarts  drie ‘Dejean-fluitkwartetten’ (KV 285 en KV 285a) uitgevoerd.

De betreurde Simon Hart, archivaris van de toenmalige Gemeentelijke Archiefdienst in Amsterdam, gaf Lequin in november 1979 een gouden tip uit zijn persoonlijk kaartsysteem. Die tip was een notariële akte met een zekere Dejean als hoofdpersoon. In deze akte stond te lezen dat Dejean lijfelijk aanwezig was in Mannheim op 14 februari 1778, de dag voor zijn vertrek naar Parijs. Dat is precies ook de dag waarop Mozart in een brief aan zijn vader de aanwezigheid van Dejean in Mannheim vermeldde.

In het boek gaat het om onuitgegeven en uitgegeven bronnenmateriaal van divers karakter, afkomstig uit binnen- en buitenlandse archieven en bibliotheken. 54 aanvullende bijlagen vervolledigen de tekst. Bijlage 20 op de bladzijden 181 tot 183 bevat de brieven van de Mozarts i.v.m. Dejean.

Het boek is het resultaat van een interdisciplinaire en internationale onderzoeksreis van een hoogleraar verloskunde en gynaecologie met een fascinatie voor de VOC en belangstelling voor de geschiedenis der geneeskunde (Otto Bleker) en van een gepassioneerd historicus die ook piano speelt (Frank Lequin).

Na meer dan dertig jaar is het zover,  de officiële biografie over Ferdinand Dejean is er. Voor het Mozart-onderzoek een gemiste kans, voor de 18de eeuwse artsenij en geschiedenis van de VOC een prachtboek. Met uitzondering van de hoofdstukken 1 en 9, zijn alle hoofdstukken door Otto Bleker geschreven. Het werk aan de talrijke bijlagen hebben de auteurs onderling verdeeld.

http://www.stretto.be/2018/07/03/fluitkwartetten-van-mozart-door-sami-junnonen-en-chamber-domaine-op-een-resonus-cd-een-hoogtepunt/#more-10333

http://www.stretto.be/2017/10/22/fluitist-ulf-dieter-schaaff-speelt-op-pentatone-ontzettend-mooi-de-fluitkwartetten-van-mozart/