De rest is lawaai – Alex Ross

De rest is lawaai van Alex Ross (°1968) is een boek over de geschiedenis van de moderne, klassieke muziek. Daarbij staat de samenhang centraal tussen muziek en de maatschappij, waardoor het boek de culturele geschiedenis van de 20ste eeuw beschrijft vanuit de muziek. Een monument!

Alex Ross is muziekrecensent van The New Yorker. Hij studeerde geschiedenis, Engelse literatuur en muziektheorie aan Harvard, won de National Book Critics Circle Award 2007 en was genomineerd voor de Pultzer Prize en de Samuel Johnson Prize voor het beste non-fictionboek van 2007. “De rest is lawaai” is zijn eerste boek en werd onder meer bekroond met de Guardian First Book Award. In de Verenigde Staten werden in korte tijd meer dan 75.000 exemplaren verkocht.

Voor veel mensen is de moderne klassieke muziek niets meer dan puur lawaai. Terwijl schilderijen van Pablo Picasso en Jackson Pollock voor miljoenen euro’s worden verkocht, leidt een uitvoering van Le sacre du printemps van Igor Stravinsky tot ongemak bij het luisterend publiek. Tegelijkertijd wordt de invloed van moderne muziek juist overal gevoeld. Zonder het te beseffen, luisteren we bij het bekijken van een Hollywoodfilm naar de complexe akkoorden van Arnold Schönberg en weerklinken bij iconen als The Velvet Underground en Björk invloeden van de Amerikaanse minimal music.

In De rest is lawaai beschrijft Alex Ross de sound van de twintigste eeuw in de context van de geschiedenis. Hij schrijft over grote componisten als Mahler, Strauss,Sjostakovitsj, Stravinksy en Sibelius; over de mondaine muziekcultuur in het Wenen van voor de Eerste Wereldoorlog, de nazisound van Hitler-Duitsland en de muzikale experimenten in downtown New York in de jaren zestig. Het resultaat is een fascinerende culturele geschiedenis waarin de grote sociale, politieke en technologische veranderingen prachtig worden beschreven.

‘De rest is lawaai’ is van het begin tot het eind boeiend. Na een voorwoord volgen drie indrukwekkende hoofdstukken die respectievelijk onderverdeeld zijn in zes, drie en zes thema’s. Deze themabesprekingen zijn op hun beurt ook nog eens overzichtelijk onderveeld. In het eerste hoofdstuk, over  de periode 1900 – 1933, beschrijft de auteur Het gouden tijdperk  (Strauss, Mahler en het fin de siècle), Doctor Faustus (Schönberg, Debussy en de atonaliteit), De dans van de aarde (Le Sacre, de volksmuziek, le Jazz), jawel, Frans lidwoord omwille van de relatie tot de Groupe des Six, De onzichtbaren (Amerikaanse componisten van Ives tot Ellington), Een verschijning uit de bossen (De eenzaamheid van Jean Sibelius) en De stad als net (Berlijn in de jaren twintig).

Het tweede hoofdstuk, over de periode 1933 – 1945, gaat over De kunst van de angst (Muziek in het Rusland van Stalin), Muziek voor iedereen (Muziek in het Amerika van Franklin Delano Roosevelt) en Fuga van de dood (over Muziek in het Duitsland van Hitler). In het derde hoofdstuk, over de periode 1945-2000,  behandelt hij Stunde Null (Het Amerikaanse leger en Duitse muziek, 1945 – 1949),  Heerlijke nieuwe wereld (De Koude Oorlog en de avant-garde van de jaren vijftig), ‘Grimes! Grimes!’ (De passie van Benjamin Britten), Zion Park (Messiaen, Ligeti en de avant-garde van de jaren zestig),  Beethoven had ongelijk (Bop, rock en de minimalisten) en Verzonken kathedralen (Muziek aan het eind van de eeuw).

Ik denk dat we dit boek mogen beschouwen als het beste boek ooit geschreven over de geschiedenis van de 20ste eeuwse muziek. Daarenboven is het, door de boeiende verteltrant, voor iedereen toegankelijk en vlot leesbaar, en is het magnifiek uitgegeven. Dit boek is een monument dat  u zeker niet mag missen.

Alex Ross Uitg. Ambo Anthos ISBN: 9789026321580