Het paleis in München

Katharina Hedwig “Katia” Mann, geboren Pringsheim op 24 juli 1883 in Feldafing in de buurt van München en overleden op 25 april 1980 in Kilchberg in de buurt van Zürich, was de vrouw van de wereldberoemde, Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955). Ze was de moeder van Erika, Klaus, Golo, Monika, Michael en Elisabeth. Als enige dochter van de wiskunde professor Alfred Pringsheim en de voormalige actrice Hedwig Pringsheim geboren Dohm, groeide ze met haar vier broers op in en extreem luxueus milieu.

Alle broers van Katia Pringsheim genoten een academische opleiding. Haar tweelingbroer Klaus was dirigent en werkte als professor compositie in Tokyo, Peter maakte naam als professor natuurkunde, Heinz was een archeoloog die later ook succesvol in de muziek werd en de eerstgeborene Erik was advocaat. Door zijn uitbundige manier van leven geraakte Erik weliswaar fel in onmin met zijn vader, viel in ongenade en stierf, slechts 29 jaar oud, onder mysterieuze omstandigheden in Argentinië. In Thomas Manns werken zijn verschillende figuren te vinden die verwijzen naar Katia, bv. Imma Spoelmann in “Königliche Hoheit” (Roman uit 1909), Sieglind in “Wälsungenblut” (een novelle uit 1906) en Frau Professor Cornelius in de Erzählung “Unordnung und frühes Leid” (1926). Daarnaast inspireerde het kuurverblijf van zijn vrouw in het Zwitserse Davos hem tot de romans “De Toverberg” (1924) en “Die Betrogene” (1953). Katia Mann schreef zelf een autobiografie “Meine ungeschriebenen Memoiren”,  gepubliceerd 1974. De kinderen Erika en Klaus Mann schreven op hun beurt  “Mein Vater, der Zauberer” en “Kind dieser Zeit”.

Van 1889 tot 1890 werd aan de Münchense Arcisstrasse een magistrale neo-renaissance stadsvilla gebouwd voor de uit een rijke Silezisch-Joodse mijnbouwfamilie afstammende wiskunde professor Alfred Pringsheim en zijn vrouw Hedwig gebouwd. De villa werd bekend als het “Palais Pringsheim”. De Pringsheims woonden er tot 1935. Eerder woonden de ouders aan de Widenmayerstraße in München waar de buurjongen speelkameraad was van de Pringsheim kinderen. Die buurjongen heette Wilhelm Furtwängler…In de nieuwe villa groeide de in 1883 geboren dochter dochter Katharina op. Zij huwde later met de Nobelprijswinnaar Thomas Mann.

In 1935 werd het paleis door de nazi’s afgebroken om plaats te maken voor de Führerbau van architect Troost, waar het Verdrag van München ondertekend werd. Vandaag is het de “Münchense Hochschule für Musik und Theater”. Alfred en Hedwig Pringsheim stierven tijdens de oorlogsjaren op de leeftijd van 91 en 87 jaar in ballingschap in Zwitserland.

Op 11 februari 1905 huwde Thomas Mann met de miljonairsdochter Katia Pringsheim. Ze groeide op in het imposante neorenaissance stadspaleis in de Arcisstrasse nr.12 in München uit 1889. In haar boek schetst de auteur het leven van grote, van oorsprong Joodse families tijdens het fin de siècle in het Wilhelminische Duitsland, de moeilijkheden met hun oudste zoon Erik, zijn verbanning naar Argentinië en zijn plotseling overlijden die een schaduw wierp over de eerste huwelijksjaren van Thomas Mann en Katia. Er ontstond een conflict waarbij de gemoederen hoog opliepen toen de schoonvader van Thomas Mann publicatie verbood van de novelle “Wälsungenblut”. De vraag hoever de invloed reikte van de schoonouders van Thomas Mann op zijn leven en werk staat dan in deze monografie ook centraal. Speciale aandacht gaat uit naar het lot van de kostbare kunstverzameling van Alfred Pringsheim na de machtsovername door Hitler in januari ‘33. Het lukte Alfred en Hedwig Pringsheim om op de valreep naar Zwitserland te ontkomen.

De auteur schetst het Wilhelminische tijdperk, het Nationalisme en de angst voor de nieuwe tijd, het jodendom in de 19de eeuw en het paleis in de Arcisstrasse als centrum voor kunst en cultuur. Vervolgens bespreekt ze het Fin de siècle en de wereld van gisteren, Hedwig Pringsheim en de vrouwenemancipatie, Wagner, de schilders Hans Thoma en von Lenbach, de Argentinië-reis van Hedwig Pringsheim en de dood van Erik. Als laatste komen de journalist en uitgever Maximilian Harden, geboren Ernst Witkowski (1861-1927) en de laatste gouden jaren aan bod. Maximilian Harden bracht nl. op in april 1906 in zijn tijdschrift “Die Zukunft”, de vermeende homoseksualiteit aan het licht van prins Philipp von Eulenburg-Hertefeld, een vriend en adviseur van keizer Wilhelm, en graaf Kuno von Moltke, de militaire commandant van Berlijn. Het artikel leidde tot een controverse rond homoseksueel gedrag van prominente leden van het kabinet en de hofhouding van keizer Wilhelm II. Als aanhangsel, de nadagen en de vlucht naar Zwitserland, het lot van de kunstverzameling van de Pringsheims, de vragen aan het Museum Boijmans Van Beuningen i.v.m. het majolica aardewerk uit de voormalige Pringsheim collectie en de chronologie. Een prachtboek!

Margreet den Buurman Het paleis in de Arcisstrasse Thomas Mann en de Pringsheims  302 bladz. geïllustreerd uitg. Aspekt ISBN 9789461537904

http://www.stretto.be/biografie-van-thomas-mann-de-laatste-duitse-verteller/