Op reis met Liszt

Dejan Lazić (°1977) is een Kroatische pianist en componist. Geboren in een muzikale familie in Zagreb, groeide Lazić op in Salzburg, waar hij aan het Mozarteum studeerde. Hij woont nu in Amsterdam. Hij speelde met orkesten als het Budapest Festival Orchestra, Rotterdam Philharmonic, Philharmonia Orchestra, City of Birmingham Symphony, Bamberger Symphoniker, Zweedse Radio, Deense National, Helsinki Philharmonic, Australian Chamber Orchestra en NHK Symphony Orchestra.

En dit met dirigenten als Iván Fischer, Vladimir Ashkenazy, Giovanni Antonini, Kirill Petrenko, Robert Spano en John Storgårds. Lazić is ook actief als componist. Zijn werken omvatten diverse pianocomposities, kamermuziek en orkestwerken, evenals cadensen voor Mozart, Haydn en Beethoven Pianoconcerti. Lazić maakte trouwens in de zomer van 2011 zijn debuut op de Proms met het BBC Philharmonic Orchestra, met de Britse première van zijn eigen arrangement voor piano en orkest van het Vioolconcerto van Brahms.

Hij heeft voor Channel Classics tot dusver een dozijn opnamen gemaakt waaronder werken van Scarlatti, Bartók, Schumann en Brahms, alle als onderdeel van zijn serie “Liaisons”. Zijn live opname van Rachmaninovs Pianoconcerto nr. 2 met het Londen Philharmonic Orchestra o.l.v. Kirill Petrenko ontving in 2009 de Duitse Echo Klassik. Zijn laatste release is een cd met Beethovens 4de Pianoconcerto, live opgenomen met het Australische Kamerorkest onder leiding van Richard Tognetti.

Dejan Lazić en Liszt

Dejan Lazić brengt met deze cd hulde aan Liszt als pianovirtuoos, improvisator, arrangeur en reiziger. Liszts respect voor de muziek van andere componisten uitte zich in taal van piano arrangementen van orkestmuziek, opera en andere vocale werken. Van Wagners opera’s tot Schubert Liederen via Beethovens Symfonieën.

Op de cd staan de Hongaarse rapsodie nr.18, twee Csárdás, “Les Jeux d’eaux à la Villa d’Este”, de Concert Paraphrase naar Verdi’s “Rigoletto”, “Venezia e Napoli” (Gondoliera, Canzone en Tarantella), Schubert/Liszt: Valse-Caprice nr.6 uit “Soirées de Vienne” en “Erlkönig”, Mozart/Liszt: Confutatis Maledictis & Lacrimosa uit het Requiem, “Liebesträum” nr.3 (Notturno), Wagner/Liszt: Fantasie op motieven uit Rienzi “Santo Spirito Cavaliere” en Wagner/Liszt: Isolde’s Liebestod.

De cd opent Hongaars met Csardas en rapsodieën. Na nr. 17 was de rapsodie nr. 18 de kortste van alle rapsodies. Ze werd in 1885 gecomponeerd voor de Hongaarse Nationale Tentoonstelling in Boedapest en was één van de vier die later toegevoegd werden aan de bekende 15 Hongaarse rapsodieën die meer dan 30 jaar eerder werden gepubliceerd. Na muziek van Hongaarse afkomst van Liszt, neemt Dejan Lazić de luisteraar mee naar Italië voor “Les Jeux d’Eaux à la Villa d’Este’, het vierde stuk in Troisième Année van “Années de Pèlerinage”. Gelegen in Tivoli, vlakbij Rome, was de Villa d’Este de zomervakantie van Liszts vriend Kardinaal Gustav Adolf Prinz zu Hohenlohe-Schillingsfürst, waar de componist in de jaren 1870 vaak verbleef. Het was trouwens deze kardinaal die in 1865 Liszt de Lagere Wijding toediende. De fonteinen in de tuin inspireerden hem tot één van de mooiste evocaties van water. Subliem gespeeld.

Het tweede deel “Années de Pèlerinage” (“Deuxième Année: Italie”) werd in 1853 gepubliceerd. De meeste van de zeven werken dateren uit de tijd van Liszts nomadisch bestaan met zijn minnares gravin Marie d’Agoult rond 1835. De drie stukken die “Venezia e Napoli” vormen werden in 1861 gepubliceerd in aanvulling/supplement op “Deuxième Année : Italie”, een gedeeltelijke herziening van een vroegere reeks met dezelfde naam die rond 1840 ontstond. Het eerste ‘”Gondoliera” is gebaseerd op het lied “La biondina in gondoletta” van Giovanni Battista Perucchini (1784-1870). Het tweede “Canzone” is gebaseerd op het gondelierslied ‘Nessun maggior dolore’ uit Rossini’s opera “Otello”. Het derde “Tarantella” is gebaseerd op het thema “Tarantelle napolitaine” uit de bundel “Passatempi Musicali”, van Guillaume Louis Cottrau (1797-1847), een Franse uitgever die omdat zijn vader in dienst was van Joachim Murat, (roi de Naples), naar Napels emigreerde. Alle drie zijn dus transcripties. Voorafgaand aan hen nam Dejan Lazić één van Liszts beroemdste werken op, zijn parafrase over het beroemd kwartet uit de 4de akte van Verdi’s “Rigoletto”.

Perucchini was een magistraat van het Hof van Beroep in Venetië, die als amateurcomponist muziek componeerde die tijdens de academies die in de patriciërs huizen gehouden werden, uitgevoerd werd door een solist en een pianist-begeleider. Stendhal noemde het goddelijk. Volgens de kronieken gingen de besloten bijeenkomsten in de lagune stad gepaard met aria’s en romances door de castraat Giovan Battista Velvets, een zanger met een aanzienlijk talent, zelfs in het spelen van de klassieke gitaar. Hij zong eenvoudige en pakkende melodieën op gedichten in het Venetiaans en Italiaans van Pietro Buratti en andere schrijvers die de Venetiaanse salons bezochten. Een aantal van deze liederen werd populair en verspreide zich in Oostenrijk, Duitsland, Frankrijk en Engeland. Franz Liszt en anderen beschouwden Perucchini als de componist van het bekend lied “De blonde in de gondel”, op een tekst van Antonio Lamberti (1757-1832), gecomponeerd voor Marina Querini Benzoni (1757-1839). Ook de in zijn tijd zeer bekende operacomponist Simon Mayr (1763-1845) heeft het lied als thema gebruikt voor een pianocompositie. Mayr was nl. lang werkzaam als kapelmeester in Bergamo en in Venetië.

Na Hongarije en Italië neemt Dejan Lazić ons mee naar Wenen voor twee transcripties van composities van Schubert. “Valse-Caprice nr.6” is veruit de bekendste van de negen “Valses-Caprices d’après Fr. Schubert”. De transcriptie is een samensmelting van drie wals thema’s uit Schuberts “Valses nobles “(D.969) en “Valses sentimentales” (D.779).
Verrassend is zijn opname van twee onbekende piano versies van het “Confutatis maledictis” en “Lacrimosa” uit Mozarts Requiem. Alleen de eerste acht maten van deze laatste werden door Mozart geschetst. Het werd voltooid door Franz Süssmayr. Een ontdekking. Heel bijzonder.

Dejan Lazić vervolgt met Liszts transcriptie van één van zijn eigen werken, het derde van zijn drie liederen uit de bundel “Liebesträume”, gepubliceerd in 1850. “Notturno” was een liefdesgedicht van Ferdinand Freiligrath. Het lied, trouwens samen met de andere twee, wordt zeer zelden uitgevoerd. De pianoversie daarentegen is één van de populairste pianowerken ooit gecomponeerd. Magnifiek gespeeld.

Onder zijn vele opera transcripties was de Fantasie op motieven uit Wagners “Rienzi” in 1842 Liszts eerste succes. Het openingsthema “Ihr Römer, auf, greift zu den Waffen” uit de 3de akte dat het werk de ondertitel geeft, “Santo Spirito Cavaliere”, wordt gevolgd door “Allmächtger Vater” (Rienzi’s Gebed) uit de 5de akte (komt ook voor in de ouverture). De opname van deze Fantasie is eerder een zeldzaamheid in vergelijking met de opnamen van de prachtige transcriptie van  de finale van Wagners “Tristan und Isolde” onder de naam “Isolde’s Liebestod”. “Tristan und Isolde” was de laatste opera die Liszt gehoord heeft. Hij hoorde Wagners Handlung voor het laatst, een week voor hij in oktober 1886 overleed. Prachtig gespeeld, een heel mooie cd. Een aanrader!

Dejan Lazic Life, Love & Afterlife: A Liszt Recital cd Onyx ONYX4179