Celliste Ophélie Gaillard

In de 19de– en vroege 20ste eeuw, trok de Verenigde Staten, een democratie met aandacht voor de mensenrechten, emigranten van alle herkomst. De jonge natie belichaamde een land dat vrij was van onderdrukking, ook voor de componisten die de Franse celliste Ophélie Gaillard in de geest van het humanisme hier samen bracht. Ze neemt de luisteraar mee in de voetsporen van Bloch, Korngold, Prokofiev, Chava Alberstein en Giora Feidmann, en bezingt hun ballingschap. Zij geeft ons een filmpartituur (Korngolds Celloconcerto op. 37 is in 1950 ontstaan uit zijn muziek voor de film “Deception” uit 1946), een gebed (Van het Joodse Leven), een Hebreeuws verhaal (Schelomo), een wiegenlied en een bruiloftsdans in de geest van viering, tederheid en religieuze meditatie, facetten van het dagelijks leven en de cultuur van meerdere generaties Joodse immigranten.

De celliste volgde het parcours van componisten die naar de Verenigde Staten emigreerden. Dit leidde haar naar “Deception”, één van de filmpartituren van Erich Wolfgang Korngold (1897-1957). Muziek en de componist Alexander Hollenius zijn nl. het onderwerp van de film. De film werd geregisseerd door Irving Rapper, gebaseerd op het toneelstuk “Monsieur Lamberthier” van Louis Verneuil. Korngold had daarenboven zelf ook een ongelooflijke lot. Hij was een wonderkind dat opgroeide tot een briljante jonge componist, die op 15-jarige leeftijd al een sextet componeerde, Mahler en Richard Strauss waardig. Hij werd in het midden van de jaren ’30 verbannen naar de Verenigde Staten. Er is een motorische kant, maar soms ook een stroperig kant aan zijn muziek, stelt Ophélie. Maar zijn muziek is van een danige kwaliteit dat het in werkelijkheid niet zo overkomt.

Naast grote werken zoals het kleurrijke “Schelomo” van Bloch en het Celloconcerto van Korngold, koos ze voor kortere stukken zoals het drieluik over het Joodse leven, waar Sarah een slaapliedje zingt voor de kleine Izaäk van Chava Alberstein. Haar medespelers vormen verschillende formaties. Het Monte Carlo Orkest als grote groep, het Frans Sirba Octet voor de klezmer liederen. Want, Ophélie Gaillard houdt van klezmer. Prokofjev was dan wel niet Joods, zijn “Ouverture op Hebreeuwse thema’s” uit 1920 was een opdracht van het “Zimro” kwartet in New York, opgericht door de joods-Russische cellist, Joseph Cherniavsky (1895-1959). Prokofjev die toen ook in ballingschap leefde, had ook een fascinatie voor deze opvallende cultuur. Hij verzamelde veel informatie en putte voor zijn Ouverture uit de populaire en traditionele, joodse muziek.

Op de cd staan “Sarah Sings a Lullaby to Little Isaac” van Chava Alberstein, een anonieme “Wedding Dance”, “Schelomo” en “From Jewish Life” van Ernst Bloch, het “Tanzlied des Pierrot” uit “Die tote Stadt”, op. 12 en het Celloconcerto in C major, op.37 van Korngold, de “Overture on Hebrew Themes”, for orchestra, Op. 34b van Prokofjev en “Sim Shalom”, “Freilechs” en “Azoy Tantzmen in Odessa” van Paikov Yeshayahu. Ophélie Gaillard bespeelt een cello van Francesco Goffriller (1692-1750) uit 1737 en een cello van Auguste Sébastien Philippe Bernardel (père) (1798-1870) uit 1855 voor romantische en moderne muziek. Een bijzonder mooie en originele cd. Niet te missen!

Ophélie Gaillard Exiles Orchestre Philharmonique de Monte-Carlo James Judd Sirba Octet Members  cd Aparte AP142

http://www.stretto.be/2019/02/18/cello-concertos-stabat-mater-quintet-van-boccherini-door-ophelie-gaillard-en-pulcinella-orchestra-op-het-label-aparte/

http://www.stretto.be/2018/04/01/ophelie-gaillard-speelt-richard-strrauss-op-een-nieuwe-aparte-cd-een-aanrader/