Een tentoonstelling, Jan Brokken en anderen over Mata Hari

Mata Hari, die in 1917 na een geheim proces wegens spionageactiviteiten ter dood veroordeeld werd, was eigenlijk een beeldschoon, Fries meisje dat als oosterse naaktdanseres één van de sterren werd van de Parijse belle époque. Op 15 oktober was het honderd jaar geleden dat ze voor het vuurpeloton stierf. Niet geblinddoekt, naar haar laatste wens.

In 1917, tijdens de Eerste Wereldoorlog, werd de 41-jarige Mata Hari, ter dood veroordeeld op beschuldiging van spionage en in Vincennes door een Frans executiepeloton ter dood gebracht. De beeldschone Friezin, die met haar oosterse, erotische dansen furore maakte, was wereldwijd een legende geworden. Haar leven en dood zijn altijd een mysterie gebleven. Al tijdens haar proces werd door velen openlijk betwijfeld of spionage de reden was voor haar executie. Waarom wees koningin Wilhemina het gratieverzoek af met de opmerking ‘niets te maken te willen hebben met de buitenechtelijke escapades van haar man, prins-gemaal Hendrik’? Werd de onweerstaanbare courtisane Mata Hari opgeofferd? Was ze het slachtoffer van intriges die achter de bloederige coulissen van de Eerste Wereldoorlog, een oorlog waar zij eerst niet van wilde weten maar waarvan zij één van de slachtoffers werd, werden uitgespeeld?

In 2017 is het precies honderd jaar geleden dat Margaretha Zelle (1876-1917), alias Mata Hari, ter dood werd gebracht. Na de vroege dood van haar moeder en na verwijderd te zijn van de opleiding tot kleuteronderwijzeres trouwde Zelle jong met een veel oudere officier. Toen dit huwelijk in 1905 in een scheiding eindigde vertrok ze naar Parijs, waar ze inging op de grote belangstelling voor Oosterse dansen en mystiek en een bekende erotische danseres werd. Zij vierde grote successen met haar zelf uitgevonden, exotische dansen, maar raakte tijdens de Eerste Wereldoorlog verstrikt in haar eigen netten van fantasie en bedrog. De van oorsprong Friese danseres en maîtresse van veel hooggeplaatste officieren en ambtenaren leidde een dubbelleven. Eén als Margaretha Zelle en één als de oriëntaalse Mata Hari. Beide levens kenden verschillende waarheden. In 1916 werd ze door de Duitsers gevraagd voor hen te spioneren.

Over Mata Hari was al een en ander bekend. Pat Shipman was de eerste biograaf die veel aandacht besteedde aan haar Nederlandse jeugd, haar mislukt huwelijk en verblijf in Nederlands-Indië en de tragische lotgevallen van haar kinderen. Gebeurtenissen die de basis legden voor haar latere turbulent leven. Het officieel dossier ‘Mata Hari’ mocht pas in 2017 openbaar worden gemaakt, maar ook Tomas Ross onthulde in zijn “Tranen van Mata Hari” reeds een deel van het mysterie.

De 48 brieven van en over Margaretha Zelle lagen meer dan honderd jaar onaangeroerd in een familiearchief. De brieven zijn ondertussen uitgegeven en geven een adembenemend beeld van een vrouw die zich ontworstelde aan een tirannieke echtgenoot en streed voor haar onafhankelijkheid. Ze geven inzicht in een familiedrama en schetsen de belangrijkste fase in de ontwikkeling van Margaretha Zelle tot de wereldberoemde Mata Hari. Bij de brieven werden ook nooit eerder gepubliceerde foto’s gevonden.

In een grondig herziene en met nieuwe informatie aangevulde editie beschrijft Jan Brokken op grond van interviews, artikelen, archiefstukken en memoires van tijdgenoten, het veelbewogen leven van de danseres die het publiek in extase bracht, tot haar zucht naar geld en avontuur haar noodlottig werd en ze blijkbaar verstrikt raakte in de netten van de Franse en Duitse inlichtingendiensten tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Na haar eerste grote successen kwamen in 1905 journalisten uit alle werelddelen op haar af, lezen we bij Brokken. In Oostenrijkse, Engelse, Belgische, Russische, Roemeense, ja zelfs Argentijnse kranten en tijdschriften verschenen artikelen over haar. In 1907, nadat zij ovaties geoogst heeft in Parijs, Monte Carlo, Madrid en Wenen, nu pas kwam een Nederlandse journalist haar interviewen. Eén keer, schrijft Brokken, heeft zij tegenover de journalist geen verzinsels uitgekraamd maar heeft zij een eerlijk verhaal opgebiecht over Margaretha Geertruida Zelle, het Leeuwardens meisje dat aan het begin van de twintigste eeuw Parijs veroverde met Hindoestaanse dansen. Dan vertelde zij niet over India, waar ze opgegroeid zou zijn, maar over Friesland, waar ze geboren werd. Toen dagdroomde zij niet van Hindoestaanse tempels waar priesters haar de heilige dansen leerden, maar sprak zij over het mislukt huwelijk met MacLeod en de ellendige jaren in Nederlands-Indië. Eén keer maakte zij van haar vader geen baron of kolonel of brahmapriester, maar beschreef zij het karakter van de mislukte hoeden- en pettenverkoper die Adam Zelle was.

Mata Hari mocht dan wel een beroemde danseres zijn, Parijs mocht haar toejuichen, het succes van zijn dochter had Adam Zelle tot nu toe alleen maar windeieren gelegd. Mata Hari ontving voor één avond dansen duizend franken. Als vertegenwoordiger verdiende Zelle een dergelijk bedrag in een jaar nog niet. Hij vond dat hierin verandering moest komen. De trotse vader schreef een boek, in de hoop dat het een kassucces zou worden. In plaats van een paar aardige verhalen over Margaretha’s jeugd te vertellen, kwakte Zelle al zijn rancuneuze gevoelens op papier. En dat waren er nogal wat, schrijft Brokken. Met name Margaretha’s voormalige echtgenoot, Rudolph MacLeod, moest het ontgelden. Op bepaalde pagina’s ging de oude Zelle behoorlijk grof tekeer tegen zijn vroegere schoonzoon.

Zelle bood zijn manuscript aan twee Amsterdamse uitgevers aan. G. H. Priem weigerde maar C. L. G. Veldt bracht het boek op de markt. Priem ging daarentegen met MacLeod in Velp praten en reisde naar Parijs voor een interview met Mata Hari. Priem publiceerde de gesprekken in een brochure die de titel ‘De naakte waarheid omtrent Mata Hari’ meekreeg.

Haar grootste vijanden, de mensen die haar schaduwden, die haar arresteerden, die haar verhoorden, die haar tot in het diepst van hun ziel haatten, die haar veroordeelden, executeerden, hebben haar nooit kunnen vergeten, hebben over haar moeten praten, schrijven en fantaseren. Nog weer later ondergingen journalisten en historici hetzelfde. Wie iets over Mata Hari gehoord had, wilde alles over haar weten.

Brokkens boek is een herwerking van zijn boek over Mata Hari uit 1975. Hij had nu veel meer informatie en kon putten uit bronnen waar hij destijds geen toegang toe had. In 1973 overwoog een horeca-exploitant in Zwijndrecht, Joseph Hendrik Steussy, een museum voor Mata Hari op te richten met een aanpalend restaurant in belle époque-stijl. De man scheen over een ruime collectie Mata Hari-curiosa te beschikken. Steussy had inderdaad een enorme collectie boeken, tijdschriften, krantenartikelen, foto’s, documenten over Mata Hari, waarvan driekwart in het Frans. Een belangrijke bron van informatie.

Maar in 1974 was het dossier-Mata Hari nog voor honderd procent geheim en was het onderwerp nog eerder taboe. De verschijning in boekvorm in 2001 van het volledig dossier (“Mata Hari, Le dossier secret du conseil de guerre”, met daarbij een uitleg van alle documenten (“Mata Hari, Autopsie d’une machination, door Léon Schirman”)), bood meer inzicht in de waarheid achter de legende. De publicatie van de brieven van en aan Margaretha Zelle uit de periode 1902-1904 bracht nog meer opheldering. Dit alles motiveerde Jan Brokken om zich nog meer gedocumenteerd, opnieuw te buigen over het intrigerend onderwerp. Een heuse aanrader. Wie meer wil weten over het onderwerp kan terecht bij onderstaande literatuurlijst. Elk boek zal bijdragen tot meer en beter inzicht in de waarheid en legende achter Mata Hari.

Jan Brokken (°1949) is schrijver van romans, reisverhalen en literaire non-fictie. Ook internationaal verwierf hij faam met o.a. De gloed van St. Petersburg, De regenvogel, De blinde passagiers, Mijn kleine waanzin, Baltische zielen, In het huis van de dichter, De vergelding en De Kozakkentuin.

Op 14 oktober 2017, honderd jaar na haar dood, opende in het Fries Museum de grootste Mata Hari-tentoonstelling ooit. Aan de hand van persoonlijke bezittingen, foto’s, plakboeken, brieven en militaire dossiers ontmoet je Margaretha Zelle, het meisje achter de iconische Mata Hari. Reis met haar mee van haar geboortestad Leeuwarden naar Nederlands-Indië, waar het noodlot haar achtervolgt. Beleef haar glorieuze opkomst in de danstheaters van Parijs en ontdek het web vol van intriges waar ze tijdens de Eerste Wereldoorlog in verstrikt raakt. De tentoonstelling “Mata Hari, de mythe en het meisje” is t/m 2 april 2018 te zien.

Jan Brokken Mata Hari De ware en de legende 256 blz. Uitg. Olympus ISBN 978 90 467 0647 3

Tomas Ross De tranen van Mata Hari Uitg. Cargo 604 bladz. ISBN 9789023423331

Marita Mathijsen-Verkooijen Denk niet dat ik slecht ben / Don’t think that I’m bad Margaretha Zelle vóór/before Mata Hari Uitg. Bornmeer 216 bladz. ISBN 9789056153823

Pat Shipman Femme Fatale Uitg. de Arbeiderspers 400 bladz. ISBN 9789029511520

Marijke Huisman Mata Hari (1876-1917) De levende legende Uitg. Verloren B.V. 87 bladz. ISBN 9789065504425

Angela Dekker Jessica Voeten Moed en overmoed leven en tijd van Mata-Hari Uitg. Atlas Contact 320 bladz. ISBN 9789045035123

https://www.friesmuseum.nl/te-zien-en-te-doen/tentoonstellingen/mata-hari/