Eine Glückhafte Symbiose, het boek van Clemens Hellsberg over de Wiener Philharmoniker en de Salzburger Festspiele, uitgegeven door Residenz verlag

“Het Weens Filharmonisch orkest”, schrijft Helga Rabl-Stadler, Präsidentin van de Salzburger Festspiele, in het voorwoord, “maakt deel uit van de identiteit van het Salzburgs Festival, en het Salzburgs Festival maakt op zijn beurt een groot deel uit van de identiteit van het Weense Filharmonisch Orkest. Dit orkest heeft nl. zo vaak in Salzburg opgetreden en is zo’n belangrijk onderdeel van het Salzburgs cultureel leven geworden, dat het wel eens zou kunnen worden omschreven als de “Salzburger Philharmoniker””.

De Wiener Philharmoniker, het in Wenen gevestigd Oostenrijks symfonieorkest, werd in 1842 opgericht. De dirigent en componist Otto Nicolai, componist van “Die lustigen Weiber von Windsor”, begon in 1842 nl. met een Philharmonische Akademie, die jaarlijks enkele concerten speelde. Nicolai stichtte het beroemdste symfonieorkest ter wereld met leden van het toenmalig ‘Hofopernorchester’. In Salzburg kwamen de Beierse koning Ludwig I en enkele geëngageerde burgers samen om in aanwezigheid van Mozarts beide zonen, het Mozart-monument, ontworpen door Ludwig Schwanthaler, op te richten. Zo eerde en herinnerde men de grote zoon van hun stad, wiens naam voor velen tot dan toe, alleen verbonden was met de stad Wenen. Dat het monument werd gebouwd op de fundamenten van een Romeins huis met een mozaïeken vloer waarop te lezen stond “hic habitat felicitas, nihil intret mali” (hier leeft het geluk, niets slechts komt binnen), was een goed voorteken.

Naast het spelen van concerten in de thuisbasis, de Wiener Musikverein, en in diverse andere zalen, is het orkest ondertussen ook het orkest van de Weense Staatsopera geworden. Onder leiding van de grootste dirigenten bereikte het orkest spoedig een tot dan toe ongekend hoog niveau. Tot de dirigenten die het orkest leidden, behoorden Hans Richter, Gustav Mahler, Richard Strauss, Bruno Walter, Clemens Krauss, Wilhelm Furtwängler en Herbert von Karajan. Na 1933 heeft het orkest geen vaste chef-dirigent meer gekend. Op 31 december 1939 stelde Clemens Krauss de traditie van de Nieuwjaarsconcerten in met muziek van en rond de componistenfamilie Strauss.

De Salzburger Festspiele, een prestigieus festival van muziek en drama, wordt elke zomer, vanaf eind juli, gehouden. Het zomerfestival werd voor de eerste keer gehouden in 1877. In 1910 werd de uitvoering ervan voor een periode van 8 jaar gestaakt. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 werd het festival opnieuw gestart door vijf personen die beschouwd worden als de oprichters, de schrijver en dichter Hugo von Hofmannsthal, Richard Strauss, directeur van het Salzburg Stadstheater Max Reinhardt, decorontwerper Alfred Roller en dirigent Franz Schalk. Het festival werd officieel geopend op 22 augustus 1920 met de uitvoering van Hofmannsthals toneelstuk ‘Jedermann’. De uitvoering daarvan is sindsdien een jaarlijkse traditie geworden.

In 1926 werden de stallen van de Aartsbisschop, de Felsenreitschule, omgebouwd tot operatheater, het Salzburger Festspielhaus. Het festival heeft zich een positie verworven wat betreft premières van opera’s, toneelvoorstellingen en concerten. De jaren 1934 tot 1937 waren een gouden periode voor het festival, toen de beroemde dirigenten Toscanini en Bruno Walter vaak dirigeerden. Het festival bloeide verder ten tijde van de Anschluss, de annexering van Oostenrijk door Duitsland in 1938, maar in 1943 werd het tijdelijk gestaakt. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, na de overwinning van de geallieerden, openden de Salzburger Festspiele weer de deuren. Dirigent Herbert von Karajan drukte in de naoorlogse periode een groot stempel op de Festspiele.

In de geschiedenis van dat prestigieus Weens Filharmonisch Orkest neemt de stad Salzburg een heel bijzondere plaats in. Daar speelden ze nl. in 1877 voor het eerst buiten Wenen, en verleenden vanaf dan de stad in het algemeen en het muziekfestival in het bijzonder, tot 1910, een bijzondere glans. In 1920 speelden ze een benefietconcert voor de financieel noodlijdende Salzburg Festspielhausgemeinde.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gaf het orkest op onvergetelijke wijze blijk van zijn gehechtheid aan Salzburg. Het jaar 1940, een jaar zonder festival, werd overbrugd door een concertcyclus om toch de continuïteit te behouden. Bijzonder ontroerend was de laatste uitvoering van het orkest in aanwezigheid van de bejaarde Richard Strauss. Na de generale repetitie van zijn opera ‘Die Liebe der Danae’ op 16 augustus 1944, nam hij afscheid van het orkest met de woorden: “Mijn vrienden, ik hoop dat we elkaar weer zullen ontmoeten in een betere wereld”. Helaas is deze wens niet uitgekomen. Vanwege de mobilisatie na de mislukte aanslag op Hitler, werd het festival geannuleerd. De wereldpremière van Strauss’ ‘Danae’ vond pas plaats na het overlijden van de componist tijdens het Salzburgs Festival in 1952.

In 1922 voerde het Filharmonisch Orkest voor het eerst operavoorstellingen uit en sinds 1925 neemt hun zomerresidentie in Salzburg een vaste plaats in op hun jaarlijkse kalender. Het Weens Filharmonisch orkest heeft, met ongeveer 2200 operavoorstellingen en 800 concerten, de hoogstaande, muzikale standaard bepaald waardoor het Salzburgs Festival beroemd is geworden. Als musicus, maar ook als historicus, vertelt Clemens Hellsberg over de gevarieerde, bijzondere, maar vaak ook door crisis getekende relatie van het toporkest tot het Festival en over hoe de wondermooie stad Salzburg hun tweede thuis werd. Een gelukkige symbiose.

Het 175-jarig jubileum van het Weense Filharmonisch Orkest was voor de directie van de Salzburger Festspiele, een gelegenheid om de aanwezigheid en de geschiedenis van het orkest in Salzburg te schetsen. Clemens Hellsberg (°1952) uit Linz, was vanaf 1980 als violist lid van het orkest. Hij was daarvoor eerste violist (Primgeiger) van het orkest van de Wiener Staatsoper. Van 1997 tot 2014 was hij “Vorstand” (voorzitter van de Raad van Bestuur) van het orkest. Als voormalig archivaris van het Weense Filharmonisch Orkest heeft hij daarnaast talloze publicaties geschreven over muziekhistorische onderwerpen. In 1992 verscheen zijn boek “Demokratie der Könige. Die Geschichte der Wiener Philharmoniker” en in 2015-2016, verschenen zijn twee schitterende delen, “Philharmonische Begegnungen: Die Welt der Wiener Philharmoniker als Mosaik”.

“Die Wiener Philharmoniker und die Salzburger Festspiele”, met de tekst zowel in het Duits als in het Engels, is een bijzonder interessant boek met in het midden treffende kleurfoto’s, over een heel bijzonder orkest op een heel bijzonder festival. Het boek betekent een grote meerwaarde voor de geschiedschrijving van een belangrijke periode, en is een belangrijke uitgave over de receptie van de grootste muziekuitvoeringen ooit. Warm aanbevolen.

Clemens Hellsberg Die Wiener Philharmoniker und die Salzburger Festspiele 238 bladz. Duits-Engels Residenz verlag ISBN 978 37017 3432 0