“Consolatio”, 3 prachtige cantaten van J.S.Bach door het Ricercar Consort o.l.v. Philippe Pierlot op het label Mirare.

Bachs cantaten staan voor waardige, muzikale welsprekendheid vol poëzie en diepe spiritualiteit. Philippe Pierlot koos voor drie illustrerende voorbeelden die Bach tijdens zijn beginjaren in Leipzig componeerde.

De cantate “Jezus nahm zu sich die Zwölfe” BWV 22, heeft een historische plaats tussen de cantaten van Bach. Hij componeerde de cantate nl. toen hij nog in Köthen werkzaam was, als auditie voor de functie van Thomaskantor in Leipzig. Vandaar dat de cantate bekend staat als de “sollicitatiecantate”. De plaatselijke gemeenteraad van Leipzig, niet in staat om zijn favoriete componisten Telemann, Graupner en twee anderen te overtuigen, (Telemann gaf bv. de voorkeur aan een functie in Hamburg), besloot dan maar om de “middelmatige” Bach aan te stellen. Met een bescheiden orkest met enkel strijkers, een hobo en continuo, verklankte Bach in deze cantate het evangelie van de dag, over de dood en opstanding van Jezus Christus. De cantate, oorspronkelijk gecomponeerd voor hobo, viool, altviool en basso continuo, en bedoeld voor zondag Esto mihi of Quinquagesima (de zondag voor Aswoensdag), werd voor het eerst uitgevoerd op 7 februari 1723 in de Thomaskerk in Leipzig.

Voor hetzelfde kerkfeest componeerde Bach het volgende jaar de cantate, “Herr Jesu Christus, wahr ‘Mensch und Gott” BWV 127, een indrukwekkende reflectie over de fysieke dood voor trompet, 2 blokfluiten, 2 hobo’s, 2 vioolpartijen, altviool en basso continuo met orgel. In zijn cantaten vroeg en verklankte Bach een gezegende dood om zichzelf te bevrijden van de wisselvalligheden van het aardse leven. Deze cantate onthulde weliswaar hoe zeer Bach zelf de fysieke dood vreesde. De aria “Die Seele ruht”, waarin de sopraan en de hobo met elkaar dialogeren, naast de fluiten en boven het pizzicato spel van de strijkers, is één van die sublieme momenten, die het verstrijken van de tijd met ongelooflijke schoonheid weergeeft.

Met de cantate “Die Elenden sollen essen” BWV 75 startte Bach zijn functie als cantor in Leipzig. En dit zowel in de Thomaskerk als in de St. Nicolaaskerk, omdat de cantaten afwisselend in beide kerken werden uitgevoerd. Waarschijnlijk omdat hij zich met een groots werk als kersverse cantor voor de eerste keer wilde voorstellen, ontwierp hij een grootschalige cantate met wel veertien nummers, verdeeld in twee delen. Magnifiek. De schitterende uitvoerders zijn Hanna Mirrison (sopraan), Carlos Mena (counttatenor), Hans-Jorg Mammel (tenor) en Matthias Vieweg (bas), en het Ricercar Consort o.l.v. Philippe Pierlot. Een magnifieke cd. Warm aanbevolen.

Bach – Consolatio Cantatas BWV 22, 75, 127 Hannah Morrison Carlos Mena Hans-Jörg Mammel Matthias Vieweg Ricercar Consort/Philippe Pierlot cd Mirare MIR332