Nicola Porpora en de castraat “Siface” op het label Glossa door Stile Galante o.l.v. Stefano Aresi en Nereydas o.l.v. Javier Ulises Illán

Italiaanse en Spaanse uitvoerders brengen op twee bijzondere Glossa cd’s, de virtuoze, lyrische kunst van de 18de -eeuwse Italiaanse vocale muziek weer tot leven.

Nicola Porpora’s Italiaanse kamercantaten krijgen een nieuwe en verfrissende lezing o.l.v. Stefano Aresi, een gezaghebbende vertolker van de muziek van deze belangrijke, Italiaanse componist uit de laat barok. De in Napels geboren Porpora bracht zijn nuove musiche in de vroege jaren ‘30 van de 18de eeuw naar Londen, om er samen met zijn leerling, de castraat Farinelli, te profiteren van de weifelende situatie van Händels opera-onderneming. In 1733 wenkte Londen nl. met een uitnodiging om in de “Opera of the Nobility”, concurrentie aan te gaan met Händel in het “King’s Theatre”. “Arianna in Nasso” was Porpora’s eerste opera die opgevoerd werd in het Lincoln’s Inn Fields Theater. Deze opera rivaliseerde met Handels “Arianna in Creta” en werd een groot succes.

Porpora gebruikte daarenboven veel van Händels’ zangers, Senesino (foto), Montagnana en Cuzzoni. Tijdens zijn driejarig verblijf in Londen voltooide Porpora er nog vier andere opera’s, het oratorium “David e Bersabea” en de serenade, “La fest d’Imeneo”. Hij publiceerde er naast de hier opgenomen cantaten op. 1, ook een Sinfonie da Camera op. 2. Door zijn contact met de hoge de adel werden zijn 12 cantaten, hoewel ze waarschijnlijk reeds gecomponeerd waren in Napels, in 1735 in Londen gepubliceerd, onder het hoog beschermheerschap van Frederick Louis, prins van Wales (foto), de oudste zoon van koning George II en de vader van de latere koning George III. De cantaten genoten meteen aanzienlijk succes en weerspiegelden naast het gezag van de Italiaanse muziek, Porpora’s meesterlijke toonzetting van de teksten van Pietro Metastasio, die de arcadische genoegens en idealen verheerlijkten.

De schitterende muziek wordt briljant uitgevoerd door vier zangeressen die goed thuis zijn in de vocale, virtuoze, 18de -eeuwse Stile Galante, de sopranen Francesca Cassinari en Emanuela Galli, en de contra-alten Giuseppina Bridelli en Marina De Liso. Zij ontwikkelden het gebruik van typisch vocale versieringen op advies van de musicoloog Livio Marcaletti van het Institut für Musikwissenschaft Wenen. Zij worden begeleid door Agnieszka Oszańca op cello en door Andrea Friggi aan het klavecimbel. Naast het leiden van het project, leverde de dirigent Stefano Aresi ook nog een andere belangrijke bijdrage met een interessante, stimulerende tekst in het bijbehorend boekje, die mede zal bijdragen tot de herontdekking en de bekendmaking van de hedendaagse, historische herinterpretatie van Porpora’s schitterende kamercantaten. Heel bijzonder, heel mooi. Een aanrader.

Met “Siface L’amor castrato” presenteert contratenor Filippo Mineccia samen met Javier Ulises Illán en het ensemble “Nereydas” een korte denkbeeldige pasticcio-opera die de muziek en het leven weerspiegelt van de castrato “Siface”. Geboren als Giovanni Francesco Grossi in 1653 in het Groothertogdom Toscane, werd Siface geprezen en beroemd om zijn opwindende muzikale uitvoeringen, maar ook door zijn tragisch liefdesleven. Hij werd als zanger uitgenodigd  door Stradella, Pasquini, Bassani, Pallavicino en Agostini, om hun opera’s en oratoria te zingen. Gedurende zijn lange tijd in dienst van Francesco II d’Este in Modena, was Siface een actief lid van het muzikaal “hertogelijk circuit” op het Italiaanse schiereiland. Bij één gelegenheid werd hij zelfs naar Engeland gestuurd, waar hij voor de koninklijke familie zong en waar hij lid werd van de kapel van James II, en er heel wat indruk maakte op Henry Purcell.  Purcell componeerde zelfs een air met als titel “Sefauchi’s Farewell”. Grossi, alias “Siface”, werd ergens tussen Bologna en Ferrara, in 1697 vermoord. Hij had nl. een relatie met de vrouw van een edelman…

De Italiaanse contra tenor Filippo Mineccia (foto’s), legt op briljante wijze de rijkdom aan emoties vast die doorheen deze selectie van bijzondere aria’s stroomt. Zijn interpretatie weerspiegelt de verzengende hitte en het spectaculair muzikaal tempo van het leven in het late zeventiende-eeuws Italië.

Het Spaans ensemble “Nereydas” (foto) speelt perfect in de geest van deze kleurrijke, aangrijpende en levendige viering van vocale en instrumentale muziek. Op de cd is ook  muziek van Alessandro Scarlatti, Francesco Cavalli, Stradella, Carlo Pallavicino, Agostini, Bassani, Pasquini, Carlo Ambrogio Lonati en “My song shall be alway” en “Sefauchi’s Farewell” van Purcell opgenomen.

Met de cd ‘Siface l’amor castrato’ presenteren de contratenor Filippo Mineccia en het ensemble Nereydas o.l.v. Javier Ulises Illán, een korte, fictieve opera-pasticcio, over het spannend leven en werk van de castraat Giovanni Francesco Grossi, die bekend was onder de naam Siface. Mineccia brengt hiermee op briljante wijze de caleidoscopische diversiteit van de composities en de bijbehorende emoties in beeld en brengt het spectaculair muziekleven van de 17de eeuw op de best mogelijke manier in scène. Een spannende ontdekkingsreis die de aangrijpende en tragische biografie van de zanger voor het eerst in muzikale vorm presenteert als een pastiche. Heel origineel, heel bijzonder. Warm aanbevolen.

Porpora l’amato nome Cantatas Opus 1 Francesca Cassinari Emanuela Galli Giuseppina Bridelli Marina De Liso Stile Galante Stefano Aresi 2 cd Glossa GCD923513

Siface L’amor castrato Filippo Mineccia Nereydas, Javier Ulises Illán cd Glossa GCD923514