Les Funérailles Royales de Louis XIV o.l.v. Raphaël Pichon, magnifieke dvd + Blue ray, uitgegeven door Harmonia Mundi

De begrafenis van Lodewijk XIV weerspiegelde zijn regering. Het was groots en vervuld van pathos. Raphaël Pichon koos als locatie, de schitterende Chapelle Royale in Versailles, immers gebouwd voor gebruik van de Zonnekoning. Plechtige Grands motets als “De profundis” en “Dies irae” van Michel-Richard de Lalande en de aangrijpende “Marche funèbre pour le Convoy du Roy” van André Danican Philidor worden afgewisseld met zelden uitgevoerde muziek van François Colin, Louis Chein en Charles d’Helfer. Een uitstekende uitvoering door “Pygmalion”, gefilmd in november 2015, ter gelegenheid van de 300ste herdenking van dit bijzonder evenement.

 

De beroemde Franse koning Louis XIV werd in zijn laatste jaren geplaagd door allerlei pijnlijke kwalen zoals jicht. De roemrijke koning bezweek ten slotte aan een geïnfecteerde wonde die zich tot een zeer pijnlijke gangreen had ontwikkeld. Lodewijk XIV overleed in 1715, vier dagen voor zijn 77ste verjaardag. Het eerbetoon in Versailles en later in de kathedraal van Saint-Denis was voor een overleden monarch die na een bewind van maar liefst 72 jaar, net als zijn achterkleinzoon na hem beklom hij al als vijfjarige de troon, met zijn moeder als regentes, de ogen voorgoed had gesloten. De pracht en praal die de “Zonnekoning” tijdens zijn leven omringde, waren terug te vinden in de ceremonieën die aan de bijzetting voorafgingen, al waren ze minder uitbundig en meer ingetogen, passend binnen de traditie zoals die al in 1643 was gevestigd, toen zijn vader Lodewijk XIII was overleden. Er werd een wake bij de opgebaarde koning gehouden, er was tijdens de uitvaart een indrukwekkende processie onder begeleiding van treurmuziek, er waren de lange redevoeringen met de onvermijdelijke loftuitingen, en er waren de uitgebreide plechtigheden rond de troonswisseling.

De dood van een monarch bracht in Frankrijk een aanzienlijke reeks plechtigheden op gang. Die begonnen officieel precies een etmaal na zijn overlijden. De kist met het gebalsemd lichaam, in feite twee kisten, de binnenste van lood, de buitenste van massieve eik, werd opgesteld in de ‘chambre de parade’, onderdeel van het groot ‘salon de Mercure’, in het paleis van Versailles, de koninklijke residentie. Er werden rijk versierde altaren ingericht, en de ruimte werd stemmig verlicht door kaarsen. De komende week stond in het teken van de vele missen en de gebeden voor de zielenrust van de overledene, gezongen door monniken in aanwezigheid van dignitarissen van de koninklijke huishouding, het ‘Maison du Roi’. Dit werd dagelijks onderbroken door de Missa defunctorum, de mis voor de doden, in de antichambre gezongen door de leden van de ‘Musique du Roi’. Na afloop was er de statige processie van de musici. Ze schreden naar de kist om vervolgens een diepe buiging te maken, waarbij het “Libera me, Domine” werd gezongen.

Op 9 september, na het zingen van de laatste vespers voor de doden, begeleidden de musici van de koning, brandende kaarsen in de hand, de kist naar de voet van de grote paleistrap, waar de met zwart fluweel en zilverbrokaat gedrapeerde lijkkoets, getrokken door acht paarden, klaarstond om het stoffelijk overschot naar de kathedraal van Saint-Denis te brengen. Er klonk muziek: “De Profundis”, Psalm 29, wederom door de ‘Musique du Roi’. Rond acht uur ‘s avonds zette de lange stoet zich stapvoets in beweging, begeleid door hobo’s en omfloerste trommels, afgewisseld door het rouwgezang van de monniken. Pas tegen het ochtendgloren arriveerde de stoet bij de hoofdingang van de kathedraal, na een symbolische tocht van donker (de dood) naar licht (de verlossing). Het in ingetogen zwart fluweel gehuld koorgedeelte werd vanaf nu veertig dagen lang de plaats waar de overleden koning lag opgebaard, met op de katafalk onder meer de kroon en de scepter.

Dag en nacht waren er waken en er werd zonder ophouden door de monniken gebeden en gezongen voor het zielenheil van de overledene. De apotheose was de begrafenisplechtigheid op 23 oktober, in het koor van de kathedraal. Timmerlieden van de ‘Menus-Plaisirs du Roi’ hadden voor die gelegenheid een speciaal amfitheater gebouwd, waarop de vele genodigden gezeten waren, prelaten, monniken, leden van de hofhouding, prinsen en prinsessen, edel- en staatslieden, buitenlandse vertegenwoordigers en vele andere hoogwaardigheidsbekleders.

In de vroege ochtend begon de uiteindelijke uitvaartdienst, waarbij de muziek werd verzorgd door de ‘Musique du Roi’, de ‘Musique de la Chapelle’ en de ‘Musique de la Chambre’. Het moet indrukwekkend geklonken hebben vanaf de zoldering, op de daarvoor aangebrachte stellages boven de centrale toegangsdeur van de kathedraal. De plechtige dodenmis was in de traditionele polyfone stijl gehouden. Volgens bepaalde bronnen was het de Missa pro defunctis van Eustache Du Caurroy of, meer waarschijnlijk, een toonzetting uit 1656 van Charles d’Helfer. Vaststaat dat Michel-Richard de Lalande, toen ‘sous-maître’ van de ‘Musique de la Chapelle’ en ‘surintendant’ van de ‘Musique de la Chambre’, bij deze gelegenheid zijn eigen toonzetting van De Profundis leidde. Daarmee is dit dan het enige werk in deze opname waarvan vaststaat dat het tijdens de uitvaartceremonie daadwerkelijk werd uitgevoerd.

De reconstructie is ontzettend geslaagd. De verlichting en de bezetting van de ruimte zijn optimaal. De avond begint in volledige duisternis. Bel geluid klinkt en we worden meteen getransporteerd naar de begrafenisdienst van de koning. Een licht verschijnt achter de scène van waar de mannelijke stemmen opstijgen. We zien niets, waardoor we ons kunnen onderdompelen in de gewijde muziek. Dan weerklinken enkele andere stemmen aan de zijkanten van de kapel in een spel van licht dat rustgevend en betoverend is. Zo worden “Sancti Dei Subvenite”, “Libera me Domine” en Colins “De profundis en faux-bourdon” gezongen. Naast de perfecte samenzang van de koren is er de onbeschrijfelijke sfeer met een verheven, spirituele dimensie. Grandioos!

Na dit eerste deel verdwijnt het licht weer en wordt u weer ondergedompeld in duisternis. Een in het zwart gedrapeerde trommel resoneert, de deuren van de kapel gaan open, waardoor er ruimte ontstaat voor licht dat almaar toeneemt, en de sonore schakeringen van de koren aan de zijkanten en de vier solo’s in het midden, maken van dit alles een indringend, plechtig moment.

Daarna nemen solisten en koren plaats op het podium waar de andere musici op hen wachten. Het licht wordt geleidelijk weer aangestoken, de deur van de kapel sluit, de verlichting geeft een indruk van kaarsen. Alles is gereed voor de plechtige dienst. De rouwdienst bestaat uit het zingen van “De Profundis” van de Lalande, “Sancti dei Subvenite, Qui Lazarum”, “Ne recorderis/ Dirige Domine” van Chein, “Pie Jesu” van Helfer en het “In paradisum”. De solisten nemen hier een belangrijkere plaats in. We horen de prachtige stemmen van Christian Immler en Lucile Richardot, Marc Mauillon, Samuel Boden en Céline Scheen. U ontdekt naast de genoemde, anonieme gezangen, de “Marche pour les Pompes funebres des ceremonies extraordinaires” van Philidor, “De Profundis”, S23, het “Grande Piece in G ‘Fantaisie ou Caprice que le Roy demandoit souvent” en “Dies Irae” van de Lalande, naast “Ne recorderis” en “Dirige Domine” van Chein, en “Pie Jesu” van d’Helfer.

Louis Chein (1637-1694)  was een priester en componist afkomstig uit Beaune. Hij was enfant de chœur van de Sainte Chapelle du Palais waar hij kapelaan werd gewijd. Hij was werkzaam als chef de la maîtrise van de kathedraal in Quimper-Corentin, speelde serpent en is het best bekend gebleven door zijn 4-stemmig Requiem, gepubliceerd in 1690, kort voor zijn overlijden. Charles d’Helfer was kapelmeester in Soissons. Hij overleed in Soissons rond 1664-1665. D’Helfer werd er in 1648 maître de musique van de kathedraal. Net als veel andere kerkmuziekmeesters was hij ook priester en werd in 1653 kapelaan. François Colin (1690-1760)  werd geboren in Versailles en werd in 1750 in de adelstand verheven. Zijn naam was voortaan Colin de Blamont. Hij was de protégé van Michel Richard Delalande en volgde hem na het overlijden  van de Lalande in 1726, op als Maître van de Chapelle Royale. Blamont componeerde motetten, cantaten en toneelwerken, en de opera “Les fêtes grecques et romaines”, het eerste “ballet héroïque”, als opvolger van het 17de  eeuws opéra-ballet.

De dienst is opgesplitst in ‘La Chapelle Ardente Au pied du Grand Degré’. U hoort eerst het Gregoriaans “Subvenite Sancti Dei”, “De profundis” (faux-bourdon) van Colin, het Gregoriaans “Libera me Domine”, de “Marche pour le Convoy du Roi” en de “Marche pour les Pompes funèbres des cérémonies extraordinaires”. Dit wordt gevolgd door het onderdeel, “Saint-Denis: les obsèques solennelles. Office des morts” met uitvoering van de Lalande’s “De profundis”. Dit wordt gevolgd  door het onderdeel”Absoute et Mise au caveau” met het Gregoriaans “Subvenite Sancti Dei”, “Ne recorderis” van Chein, het Gregoriaans “Qui Lazarum resuscitasti”, “Dirige Domine” van Chein,  “Pie Jesu” van d’Helfer en het Gregoriaans “In Paradisum”. Als laatste volgt het onderdeel “Dernier Adieu et Hommage”, met “La Grande Pièce Royale ou Caprice que le Roy demandoit souvent” uit de Vijfde suite van de “Symphonies pour les soupers du roi” van de Lalande, en “Bout de l’an” met het “Dies Irae” van de Lalande.

Het was zeker niet de bedoeling van de producent, Stéphane Vérité, om de verschillende ceremonieën zoals die in september en oktober 1715 werden gehouden, letterlijk in deze productie te reconstrueren. Wel is met succes een passend beeld en de daarbij behorende muziek te creëren. Hoewel van een precieze reconstructie geen sprake kan zijn, is het resultaat zonder meer prachtig, indrukwekkend en overtuigend. De nadruk ligt terecht op de schitterende muziek in een magnifieke, historische locatie, de koninklijke kapel van het kasteel van Versailles.

Dat de kathedraal van Saint-Denis er niet in werd betrokken zal mogelijks op allerlei praktische bezwaren hebben gestuit, maar zoals de dienst werd uitgevoerd en opgenomen, is het meer dan imposant. De rouwsluier die over het geheel ligt is diep ontroerend. Dit geldt ook ook voor de bijdragen van de vijf solisten en het Pygmalion koor- en orkest o.l.v. Raphaël Pichon. Misschien klinkt het op deze opname nog veel mooier en indrukwekkender dan het in september en oktober 1715 geklonken moet hebben. Een compliment ook voor de door Bertrand Coudere verzorgde belichting die een heel belangrijk onderdeel van de sfeer bepaalde. Beeld- en geluidregie zijn van het hoogste niveau en de Blu-ray versie zorgt voor de technische meerwaarde.

De schitterende uitvoerders zijn Céline Scheen (dessus), Lucille Richardot (bas-dessus), Samuel Boden (haute-contre), Marc Mauillon (taille), Christian Immler (basse-taille) en het Choeur et Orchestre Pygmalion o.l.v. Raphaël Pichon. Productie: Stéphane Vérité, Belichting: Bertrand Coudere. De heel mooie opname is een Live-opname van 3-4 november 2015  in het Château de Versailles. Indrukwekkend. Magnifiek. Niet te missen!

Les Funérailles Royales de Louis XIV Céline Scheen Lucile Richardot Samuel Boden Marc Mauillon Christian Immler Pygmalion Raphaël Pichon dvd + Blu-ray Harmonia Mundi HMD 9909056.57