Michel-Richard Delalande en Pelham Humfrey, twee grootheden uit de 17de eeuw op de labels Alpha en Pan Classics.

In 1683 werd Michel-Richard Delalande (1657-1726) met de steun van Lodewijk XIV, sous-maître van de Chapelle Royale. De Engelse luitist Pelham Humfrey, (1647-1674) werd als componist vooral bewonderd voor zijn anthems en religieuze solo-liederen. Humfrey was koorzanger in de kapel Royal onder kapitein Henry Cooke en werd op 17-jarige leeftijd naar Frankrijk en Italië gestuurd om er te studeren.

Delalande was eerst de leraar klavecimbel van de dochter van de Maréchal de Noailles, die hem bij Lodewijk XIV aanbeval als leraar van de dochters van Mme. de Montespan (foto). Françoise “Athénaïs” de Rochechouart, markiezin van Montespan, was nl. een hofdame en de maîtresse van Lodewijk XIV. Delalande werd daarnaast organist van vier Parijse kerken, de Saint Louis, de Petit Saint Antoine, de Saint Jean-en-Grève en de Saint-Gervais. Nog maar vijfentwintig jaar oud zou de naam van de jonge componist snel worden gevestigd als favoriet van de koning en doorstijgen naar de meest begeerde posten aan het hof binnen een carrière van bijna veertig jaar. Bovenal nam Louis hem op in het overleg voor de bouw van de nieuwe Chapelle Royale naast het paleis van Versailles.

Naarmate de bouw vorderde, componeerde en herwerkte Delalande zijn motetten, die uitdrukking geven aan de toenmalige ongeëvenaarde grootsheid van het rijk, terwijl ze tegelijkertijd getuigden van de onvergelijkbare akoestiek van de kapel. Het grand motet kwam bij Delalande tot volle bloei. Aanvankelijk voorbehouden aan een beperkte groep uitverkorenen die de werken konden horen in de koninklijke kapel, kregen ze na 1725 bijval van een groter publiek na het opzetten van de Concert Spirituel in Parijs. Delalandes grand motets werden nog gedurende de gehele 18e eeuw veelvuldig uitgevoerd. De motetten bevatten zowel opera-achtige “airs galants” als de meer statige stijl van de Versailles-motetten van zijn voorgangers Lully en Dumont. Fijnzinnige polyfone gregoriaanse melodieën wisselen af met grote, homofone koren.

Delalande’s wereldlijke muziek omvatte balletten, divertissements en pastorales, geschreven voor de ontspanning aan het hof in Versailles, Marly, Fontainebleau en Sceaux. Delen uit de balletten en divertissements bewerkte Delalande de “”Symphonies pour les Soupers du Roy”, die om de veertien dagen onder Lodewijk XIV en Lodewijk XV tijdens de soupers werden uitgevoerd. De “Symphonies des Noëls” waren dan weer  toonzettingen van traditionele, Franse kerstliederen, die op kerstavond in de koninklijke kapel werden gespeeld. Zijn muziek, toonzettingen van psalmen, hymnes en het Te Deum, gaven perfect de sfeer weer aan het hof en van de liturgie.

Na hun eerdere opname van de Te Deums van Lully en Charpentier in de Chapelle Royale, zijn Vincent Dumestre en Le Poème Harmonique nu teruggekeerd naar Versailles om de muziek uit te voeren die Delalande componeerde voor die buitengewone plaats. Naast de grands motets “Deitatis majestatem” en “Ecce nunc benedicite”, de synthese van koninklijke pracht en opera-lyriek, bieden ze het ontroerend Miserere en het grandioos Te Deum aan.

In het buitenland werd Pelham Humfrey (1647-1674) (foto) benoemd tot koninklijke luitist en “gentleman of the Chapel”. Hij keerde in 1667 terug naar Engeland en volgde later Cooke op als “Master of the children”. Eén van zijn leerlingen was Henry Purcell. In zijn solo-songs met continuo was hij één van de Engelse meesters van de monodische stijl. Hij had veel aandacht voor de weergave van gevoel en de accentuering van de tekst in de muziek. Hij componeerde ook muziek bij toneelstukken van William Wycherly en John Dryden en bij “The Tempest” van Shakespeare.

Pelham Humfrey combineerde als pionier in het toonzetten van Engelse, Bijbelse teksten, elementen van de Franse en Italiaanse stijl. Tegen de leeftijd van zeventien waren zijn anthems klaarblijkelijk reeds in gebruik. Humfrey overleed op de leeftijd van 27, maar samen met Matthew Locke, oefende hij een sterke invloed uit op zijn jonge tijdgenoten, onder wie William Turner, Henry Purcell en John Blow. De zeven Symphony Anthems die hier zijn opgenomen (o.a.“The King Shall Rejoice”, “By the Waters of Babylon” en “Hear My Prayer O God”), zijn een selectie van de bestaande 19 anthems om het werk van Humfrey in dit genre aan te tonen. Zijn anthems vertegenwoordigden zijn meest substantiële bijdrage aan de Engelse muziek en lieten hem zien als de leidende componist van de Engelse, vroege restauratieperiode.

Edward Higginbottom (°1946) (foto) is op zijn beurt één van de leidende musici in het Verenigd Koninkrijk, met een wereldwijde reputatie als koorleider, opgebouwd tijdens zijn directeurschap van het “New College Choir Oxford”. Het nieuw gevormd “Oxford Consort of Voices” bestaat uit zangers die grotendeels werden geselecteerd uit de alumni van de beroemde collegiale koren van Oxford. Twee schitterende cd’s, waarop prachtige stemmen, enerzijds de ingetogen, muzikale stijl van de Engelse restauratie periode laten horen, en anderzijds, de pracht en praal van het Versailles van de Zonnekoning. Schitterend! Niet te missen.

MAJESTÉ LALANDE Emmanuelle de Negri Dagmar Saskova Sean Clayton Cyril Auvity Ensemble Aedas Le Poème Harmonique Vincent Dumestre cd ALPHA 0000968

Pelham Humfrey Symphony Anthems Consort of Voices Instruments of Time and Truth Edward Higginbottom cd Pan Classics 10388  

http://www.stretto.be/2019/07/10/magistrale-grands-motets-van-michel-richard-de-lalande-o-l-v-olivier-schneebeli-op-het-label-glossa/