Roel Janssen over “1968”, een uitgave van Balans.

Het jaar 1968 behoort tot de iconische jaren van de twintigste eeuw. Het was een kanteljaar, waarin alles mogelijk leek. 1968 was het jaar van de Meirevolutie in Parijs, de Praagse Lente, het verzet tegen de oorlog in Vietnam, het bloedbad van My Lai, de moorden op Martin Luther King en Robert Kennedy, de Yippies bij de Democratische conventie in Chicago, de zwarte handschoenen bij de Olympische Spelen in Mexico en Amsterdam als ‘magies centrum’.

Over de hele wereld kwamen jongeren in opstand tegen de gevestigde orde. De protesten werden gevoed door het ideaal van een andere samenleving en het geloof in de nieuwe mens. Ze gingen gepaard met psychedelische experimenten, harde strijd en emancipatiebewegingen van zwarten en vrouwen. Bevrijding was het sleutelwoord.

Maar 1968 eindigde als een jaar van restauratie: de bestendiging van de regering van president De Gaulle in Frankrijk, de Sovjetinval in Tsjecho-Slowakije en de verkiezing van Richard Nixon in de Verenigde Staten. Desondanks hebben de culturele, maatschappelijke en politieke invloeden van 1968 nu, een halve eeuw later, niets aan betekenis ingeboet.

In zijn boek neemt Roel Janssen, die in mei 1968 naar Parijs trok om getuige te zijn van de studentenrevolte, de lezer mee op een wereldreis door het revolutiejaar. Het is een gedreven journalistiek verslag dat de gebeurtenissen van vijftig jaar geleden in perspectief plaatst en de herinneringen aan dat veelbewogen jaar levend houdt. ‘You Say You Want a Revolution’, een verwijzing naar de hit van The Beatles in 1968, onderscheidt zich door een spannende verteltrant vol smakelijke details en oog voor de zelfoverschatting van de generatie van ’68.

‘Les événements de mai’, zoals de Parijse Meirevolutie van 1968 naderhand bekend komt te staan, zijn bij lange na niet de enige opstandige studentenbeweging van dat jaar, schrijft Janssen. Van Tokio tot Mexico-Stad, van Rio de Janeiro tot Chicago, Londen, Sidney, Berlijn, Warschau, Praag en in tientallen andere steden breken protesten uit. Het is alsof studenten in de hele wereld eensgezind van plan zijn het maatschappelijke systeem omver te werpen.

Eind jaren zestig was er sprake van een generatiewisseling, lezen we. De tieners en twintigers, de babyboomers die kort na de Tweede Wereldoorlog geboren waren, namen het op tegen hun ouders, de gevestigde orde en het maatschappelijk bestel. Materieel profiteerde de babyboomgeneratie in West-Europa van de welvaartsgroei die na de sobere periode van wederopbouw vanaf eind jaren vijftig was ingezet. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan beleefden de Verenigde Staten na 1945 de langste periode van ononderbroken economische groei uit hun geschiedenis.

De consumptiemaatschappij deed haar intrede, jongeren hadden geld te besteden en de reclamemakers ontdekten de jeugd als nieuwe afzetmarkt. Ondertussen zette de ontkerkelijking door, raakten drugs in zwang en versnelde de introductie van de anticonceptiepil de seksuele revolutie. Het opkomend feminisme, de bewustwording onder de Amerikaanse zwarte bevolking, de aantrekkingskracht van bevrijdingsbewegingen in de derde wereld en het geloof der communistische kameraden boden ideologische aanknopingspunten. Daarenboven was er sprake van één element dat wereldwijd voor gemeenschappelijke protestacties zorgde, de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam.

Opgroeien in de jaren zestig, schrijft Jansen, staat voor een manier van leven. In Frankrijk komt dit tot uitdrukking in het begrip ‘Les soixante-huitards’. De ‘achtenzestigers’ omvatten zowel de jongeren die actief hebben deelgenomen aan de demonstraties in Parijs van mei ‘68, als in bredere zin de generatie die vorm heeft gegeven aan en is beïnvloed door het levensgevoel van die jaren.

Dit alles maakt 1968 tot een jaar van individuele bevrijding en collectieve strijd, van idealisme en revolutie. Daarmee behoort 1968, net als 1917, 1945 en 1989, tot de iconische kanteljaren van de twintigste eeuw, schrijft hij.

Er is sprake van de meest uiteenlopende gebeurtenissen: de studentenopstanden, de moorden in de Verenigde Staten op Martin Luther King en Robert Kennedy, de afkondiging van de ‘brezjnevdoctrine’ na de inval van het Warschaupact in Tsjecho-Slowakije, de massamoord aan de vooravond van de Olympische Spelen in Mexico-Stad, het bloedbad van My Lai en de zich voortslepende Vietnamoorlog, de opdracht tot afluisteren van Richard Nixon door president Johnson, de sabotage door Nixon van de Vietnamese vredesonderhandelingen, het beroep van president Charles de Gaulle op het leger en het verraad van de communisten bij de grootste staking uit de Franse geschiedenis.

Janssen schrijft dat het zijn bedoeling is, de gebeurtenissen van 1968 in een iets ander perspectief te plaatsen door ze in hun samenhang te beschrijven en te kiezen voor een journalistieke reportagestijl. Met aansprekende details en gebruik van citaten die de tijdgeest tot leven brengen, kleurt hij het jaar in. Daarbij komen ook ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen ter sprake die de grotere historische lijn illustreren. Ik ‘deconstrueer’, schrijft Janssen, om een begrip van de Franse filosofen van de generatie achtenzestigers te gebruiken, als het ware het geijkte beeld van 1968 om de afzonderlijke gebeurtenissen, aangevuld met nieuw beschikbaar gekomen informatie, in hun grotere verband te kunnen plaatsen. Dat levert beschrijvingen op die met elkaar samenhangen en elkaar beïnvloeden, want ze vinden plaats in hetzelfde tijdsgewricht, maar die nadrukkelijk ook op zichzelf staan, zo lezen we.

Voorafgegaan door een algemeen hoofdstuk over de achtergronden van 1968 zijn de hoofdstukken landen-specifiek. Janssen behandelt de gebeurtenissen nl niet chronologisch door het jaar heen, maar geografisch gerangschikt, als in een journalistieke wereldreis langs de hotspots van het revolutiejaar, waarbij de afzonderlijke hoofdstukken zich laten lezen als een feuilleton. Zo komen achtereenvolgens Parijs (mei revolutie), Praag (Praagse Lente), My Lai (oorlog in Vietnam), Chicago (Democratische conventie), Havana (Cubaanse revolutie), Mexico (bloedbad van Tlatelolco en de Olympische Spelen) en tot slot Amsterdam (Magies Sentrum) aan de orde. Treffende foto’s maken alles aanschouwelijk. Vlot en boeiend geschreven, voor velen nostalgie. Een aanrader.

ROEL JANSSEN 1968 ‘You Say You Want a Revolution’ 256 bladz. geïllustreerd Uitg. Balans ISBN 9789460035586

http://www.stretto.be/2018/03/29/geert-buelens-over-de-jaren-zestig-een-monumentale-uitgave-van-ambo-anthos/