De opera “La Reine de Chypre” van Halévy, een nieuwe uitgave van Bruzzane/Edicones Singulares.

Berlioz, Wagner en anderen noemden de opera een meesterwerk. Gepresenteerd op 22 december 1841, stelde de opera als enige vrouw onder de personages, Rosine Stoltz voor in de titelrol. Naast haar schitterde de tenor Gilbert Duprez in de rol van Gérard. Het verhaal nam de toeschouwer mee op een reis van de paleizen van Venetië naar die van Cyprus. Maar ondanks een aanvankelijk succes, verdween het meesterwerk geleidelijk uit de Europese operahuizen.Het werk werd echter sinds de negentiende eeuw zelden nieuw leven ingeblazen. Als Halévy (foto) zijn naam in de geschiedenis van de Franse muziek heeft achtergelaten dankzij het succes van “La Juive”, uit 1835, stegen verschillende stemmen op om de Koningin van Cyprus, zes jaar later gecomponeerd, aan te duiden als zijn meesterwerk. De première vond plaats in de Salle Le Peletier in Parijs in december 1841. Joseph Mazilier was de choreograaf, decors waren van Charles-Antoine Cambon en het ballet bestond uit de danseressen Adéle Dumilâtre, Natalie Fitzjames en Pauline Leroux, en de dansers Marius Petipa en Auguste Mabile, vedetten van toen. De uitgever Maurice Schlesinger betaalde een enorm bedrag om de rechten op de opera te verwerven. De “Koningin van Cyprus” moedigde Richard Wagner, die de première bijwoonde, aan, om een lange lofrede te houden in de “Abend-Zeitung” in Dresden, waarvan hij correspondent was. Wagner beoordeelde de muziek als nobel, emotioneel, nieuw en opwindend, en wijdde een uitgebreid analyseartikel aan de opera.

Het verhaal van de koningin van Cyprus neemt de toeschouwer mee op reis en brengt het van de paleizen van Venetië naar die van Cyprus. In de 12de eeuw werd de stadstaat Venetië een steeds grotere economische bedreiging voor de concurrerende steden Genua en Pisa en tevens machtiger ten opzichte van Byzantium. In 1204, tijdens de Vierde Kruistocht, plunderde de Repubblica Marinara zelfs Constantinopel, en kreeg het een groot gedeelte van het Byzantijnse Rijk in handen. Er volgde een meer dan honderd jaar durende bittere strijd om de macht in de oostelijke Middellandse Zee, de zogeheten Chioggia-oorlogen, met concurrent Genua dat in 1380 uiteindelijk verslagen werd. In de 12e, 13e en 14e eeuw was de stad op het hoogtepunt van haar macht. In 1453 echter namen de Turken Constantinopel in, waarmee het tij voor de republiek Venetië definitief keerde. Het verloor veel havens en eilanden en raakte daardoor in financiële moeilijkheden.

Cyprus werd in 1192 door de kruisvaarders veroverd op het Byzantijnse Rijk, tot grote ergernis van de Keizer. Het koninkrijk Cyprus werd enige tijd later (1269) verenigd met het koninkrijk Jeruzalem of wat daar in die tijd nog van restte. Met de val van Akko in 1291 werden de kruisvaarders voorgoed uit het Heilige Land verdreven, maar op het eiland zou hun bewind nog tot 1489 duren. Daarmee overleefden zij dus ook de val van Constantinopel. De laatste koning van Cyprus huwde met een vrouw uit een aanzienlijk Venetiaans geslacht. De Venetiaanse invloed werd daarmee steeds sterker. Toen zij weduwe werd trachtte zij de onafhankelijkheid van het eiland door een tweede huwelijk zeker te stellen. In 1489 namen de Venetianen het eiland echter over. Hun bewind was een regelrechte kolonisatie. Zij beschouwden het eiland als wingewest. Aan het christelijk bewind kwam in 1571 een einde toen de Ottomanen het eiland veroverden.

In juli 1463 was Jacques II de Lusignan, in Venetië op zoek naar politieke steun en sloot daar een voorgenomen huwelijk met de 14-jarige Catharina Cornaro (foto). Dit huwelijk werd in 1472 uiteindelijk voltrokken in Famagusta op Cyprus. Jacques overleed enkele maanden na het huwelijk. Hij zou mogelijk vergiftigd zijn door mannen uit Venetië, mogelijk zelfs door ooms van zijn vrouw Catherina. Een aantal maanden later werd zijn zoon Jacques III geboren die in 1474 ook in onduidelijke omstandigheden overleed. Hierna regeerde Catharina Cornaro over Cyprus maar de feitelijke machthebbers die het eiland bestuurden waren ambtenaren uit Venetië. In 1489 dwongen ze Catherina om afstand te doen van haar troon, waarna de republiek Venetië de macht volledig overnam tot de Ottomanen het eiland in 1571 veroverden.

Het verhaal van de opera speelt zich af in Venetië (Akten 1–2) en op Cyprus (Akten 3-5). Het is het jaar 1441.

Akte 1. In het Cornaro-paleis in Venetië gaat Catarina Cornaro, de nicht van de Venetiaanse patriciër Andrea Cornaro, trouwen met de Franse ridder, Gérard de Coucy. Senator Mocenigo, lid van de Raad van Tien, kondigt echter de beslissing van de Raad aan om haar uit te huwelijken aan Jacques de Lusignan, de Koning van Cyprus. Hij krijgt een uur om een beslissing te nemen. Andrea herroept zijn belofte aan Gérard, tot schande van alle aanwezigen.

Akte 2. Catarina’s kamer in het Cornaro-paleis. Andrea vraagt Catarina om vergiffenis. Hij is nog maar net weg of Mocenigo verschijnt met een stel huurmoordenaars. Die dringt erop aan dat Catarina tegen Gérard zegt dat ze hem niet meer liefheeft, anders zullen de metgezellen van Mocenigo Gérard uit de weg ruimen.

Akte 3. Een feest, op Cyprus, in afwachting van de komst van Catarina. Mocenigo krijgt te horen dat Gérard misschien in de buurt op de loer ligt. Hij vestigt zijn zwaardvechters op Gérard, die wordt gered door de tussenkomst van een vreemdeling (in feite de vermomde koning van Cyprus). Elk vertelt de ander zijn verhaal zonder feitelijk hun ware identiteit weg te geven – en ze beloven eeuwige broederschap. De kanonnen klinken voor Catarina’s aankomst.

Akte 4. Bij Catarina’s huwelijksfestiviteiten probeert Gérard wraak te nemen door haar echtgenoot te doden, maar herkent hem op het laatste moment als zijn bevrijder. De koning is evenzeer verbaasd maar voorkomt dat Gérard wordt afgeslacht door de menigte en hem in de gevangenis brengt.

Akte 5. Twee jaar later. Net voor zijn overlijden onthult de koning dat hij weet van haar liefde voor Gérard die hij gespaard heeft van de executie. Hij hoopt dat ze gelukkig met hem zal zijn. Gérard kondigt als ridder van Malta aan dat de koning feitelijk sterft door Venetiaans gif maar hoopt dat hij nog kan worden gered. Mocenigo komt binnen om te vertellen dat het te laat is om de Koning te redden en dat Catarina de macht aan hem moet overhandigen. Catarina en Gérard verzetten zich echter met succes tegen de Venetiaanse invasie en Mocenigo wordt gevangen genomen. De koning geeft zijn kroon aan Catarina, aan wie het volk trouw zweert, en Gérard ziet af van zijn liefde.

De rolverdeling is Véronique Gens (Caterina Cornaro) (foto), Cyrille Dubois (Gérard de Coucy) (foto), Étienne Dupuy (Jacques de Lusignan), Eric Huchet (Mocénigo), Christophorus Stamboglis (Andrea Cornaro), Artavazd Sargsyan (Strozzi) en Tomislav Lavoie (Officier/Héraud).

Lyrische hoogtepunten zijn de Romance “Le ciel est radieux” (Catarina, Gérard), het duo “Gérard! Mon Gérard!” (Catarina, Gérard), het duo “Sommes-nous seuls ici?” (Mocénigo, Andréa), het koor: “Joie infinie!” (Peuple vénitien) en de Finale “L’autel est préparé” (Catarina, Gérard, Andréa, Un Officier, Peuple vénitien), in de 1ste akte. In de 2de akte zijn het de aria “Le gondolier, dans sa pauvre nacelle” – “Et je perdrais mon bien suprême!” van Catarina en het duo “Arbitre de ma vie” (Catarina, Gérard, Mocénigo, Soldats) in de 2de akte. In de 3de akte volgen het kooren ensemble “Buvons à Chypre” (Peuple chypriote), het Choeur et Couplets “Au jeu mes amis!” (Mocénigo, Strozzi, Seigneurs vénitiens, Peuple chypriote) en het duo “Vous qui de la chevalerie” – “Triste exile” (Gérard, Lusignan). Let in de 4de akte in het bijzonder op het koor en de mars  “Gloire à la Reine!” (Peuple chypriote) en op de Finale “Qu’ai-je vu!” (Catarina, Gérard, Mocénigo, Lusignan, Andréa, Peuple chypriote). In de 5de akte ten slotte, zijn de hoogtepunten de aria “Gérard! Et c’est lui qui l’appelle!” (Catarina), de Cavatine “À ton noble courage” (Catarina, Lusignan), het duo “Quand le devoir sacré” (Catarina, Gérard, Un Officier), het Quatuor “À cet instant suprême” (Catarina, Gérard, Mocénigo, Lusignan), en de Marche et Finale “Nous triomphons!” (Catarina, Gérard, Lusignan, Peuple chypriote). In het bijhorend, alweer mooi geïllustreerd boek leest u achtereenvolgens “Parcours de l’oeuvre” (Gérard Condé), “Terreur vénitienne, héroïsme français et amours impossibles” (Diana R. Hallman), “Rosine Stoltz à l’Académie royale de musique” (José Pons) en “Une nouvelle édition de la Reine de Chypre” (Volker Tosta). Een heel, heel belangrijke herontdekking. Niet te missen!

Halévy La Reine de Chypre Véronique Gens Cyrille Dubois Étienne Dupuy Flemish Radio Choir & Orchestre de chambre de Paris Hervé Niquet boek + 2 cd Ediciones Singulares ES1032