“Dolorosa Partenza”, verfijnde aria’s op de nieuwe cd van Amaryllis Dieltiens en Bart Naessens op het label Aeolus. Bijzonder mooi!

Het claviorganum van Markus Harder-Völkmann uit 2002, een combinatie van een klavecimbel en een klein orgel, speelt op de nieuwe cd van sopraan Amaryllis Dieltiens en Bart Naessens, een cruciale rol. Dieltiens en Naessens vormen het hart van “Capriola Di Gioia” en vieren met Italiaanse cantaten, onder de titel “Dolorosa Partenza”, de tiende verjaardag van het ensemble.

Gedreven door een gezamenlijke passie voor het barok repertoire, richtten klavecinist-organist Bart Naessens en zijn echtgenote Amaryllis Dieltiens (sopraan) in 2007 het ensemble “Capriola Di Gioia” op voor uitvoeringen van kleinschalige maar aangrijpende en vaak vergeten muziek uit de 17de en 18de eeuw. Amaryllis Dieltiens heeft een heel mooie sopraanstem en Bart Naessens is momenteel waarschijnlijk de grootste musicologische expert op gebied van het claviorganum ter wereld. Onder impuls van Erik van Nevel, o.m. als continuo speler van “Currende”, legde Bart Naessens zich daarenboven toe op de correcte historische uitvoeringspraktijk van “Oude muziek”. In 2016 promoveerde hij aan de KU Leuven over het claviorganum.

Op hun cd staan recitatieven en schitterende aria’s van Johann David Heinichen (1683-1729), Giovanni Felice Sances (c.1600-1679), een Toccata per cembalo d’Ottava stesa van Alessandro Scarlatti (1660-1725), Antonio Caldara (1660-1736), de anonieme “Aria die Fiorenza” en “Dolorosa Partenza” van de castraat Francesco Antonio Mamiliano Pistocchi (Pistocchino) (1659-1726) (foto) uit Palermo, “virtuoso di camera e di cappella” van Ferdinando de’ Medici. Pistocchi richtte in Bologna een vermaarde zangschool voor castraten op. Eén van zijn leerlingen was Farinelli.

De cd biedt drie instrumentale stukken die de verschillende mogelijkheden illustreren die het claviorganum biedt voor de uitvoering van het repertoire van het begin van de barok in Italië. Twee anonieme composities werden gedestilleerd uit twee 17de eeuwse manuscripten uit de rijke collectie van de Pamphilj-familie, het “Archivio Doria Pamphiljà” in het palazzo Pamphilj in Rome. Het eerste Ricercar-manuscript werd waarschijnlijk gecomponeerd door een musicus in dienst van de Pamphilj en had deel kunnen uitmaken van een Mis voor orgel. De korte reeks variaties op de bekende 17de-eeuwse melodie “Aria di Fiorenza”, was kenmerkend voor de algemene praktijk van diminutie (verkleining of verkorting van een thema), evenals voor de praktijk van improvisatie in het barokke Europa.

Naast Amaryllis Dieltiens en continuo speler Bart Naessens, is er een derde, onmiskenbare protagonist, nl. het sonoor klinkend claviorganum, een instrument gebouwd door Markus Harder -Völkmann. Dieltiens en Naessens laten horen dat dit bijzonder klavierinstrument op verschillende manieren als continuo kan worden gebruikt om kleurrijke Italiaanse muziek uit de 17de-  en 18de eeuw uit te voeren.

De hier opgenomen cantate “Là, duif in grembo al colle” van Johann David Heinichen (foto) kan trouwens ook als Italiaanse muziek worden beschouwd, omdat ze in Italiaanse stijl werd gecomponeerd tijdens het verblijf van Heinichen in Italië, waarschijnlijk voor de zangeres Angioletta Bianchi. Heinichen vertrok nl. in 1710 vanuit Naumburg naar Venetië, waar hij o.a. Antonio Lotti, Albinoni, de broers Marcello en Vivaldi ontmoette. In 1717 werd hij kapelmeester aan het hof van Dresden. De bijzonder mooie stem van Amaryllis Dieltiens zorgt op deze bijzonder mooie cd voor de perfecte uitvoering, ze klinkt heel verfijnd, zowel theatraal als lyrisch. Warm aanbevolen.

(foto Marco Borggreve)

Dolorosa Partenza Amaryllis Dieltiens Bart Naessens cd AEOLUS AE 10103

http://www.stretto.be/2017/06/28/heerlijke-concertarias-van-luigi-boccherini/