“The Music Prints of Christophe Plantin” door het “HUELGAS ENSEMBLE” o.l.v. PAUL VAN NEVEL op deutsche harmonia mundi. Subliem!

Voor de nieuwe cd van het Huelgas Ensemble heeft Paul van Nevel werken van uitzonderlijke kwaliteit opgenomen van diverse 16de eeuwse componisten, uitgegeven door de Frans/Vlaamse boekdrukker en uitgever Christophe Plantin (ca. 1520-89). Ontdek op de cd muziek van Jacobus de Kerle en George de la Hèle.

Plantin of Plantijn wist zich op te werken tot één van de invloedrijkste drukkers en uitgevers van de 16de eeuw. De zeer uitgebreide catalogus van zijn drukkerij en uitgeverij  “Officina Plantiniana” en “de gouden passer”, bevatte religieuze en liturgische werken, wetenschappelijke- en humanistische uitgaven, maar ook muziekuitgaven. Voor deze opname selecteerde het Huelgas Ensemble werken van Andreas Pevernage (1542–91), Jacobus de Kerle (1531–91), Philippus de Monte (1521–1603), Palestrina (c. 1525–94) en George de la Hèle (1547–86), die Plantijn drukte. De cd geeft dan ook een schitterend sonoor beeld van de fascinerende erfenis van Christophe Plantin. 

“Pleurez Muses, pleurez, attristez vos chansons,

Regrettans le trespas d’un de vos nourrissons,

L’industrieux Plantin, le premier de nostre aage.

Qui n’a rien espargné d’argent, ny peine aussi,

Pour rendre vostre los par le monde esclarcy,

Las! Muses, il est mort, imprimant cest ouvrage.”

(Epitaphe de Christophe Plantin, “Pleurez Muses”)

De Spaanse hofdrukker Christoffel Plantijn (1520-1589) begon reeds in 1564 met het drukken van psalters of psalmboeken en andere religieuze muziek. Pas in 1578 publiceerde hij voor het eerst polyfone muziek, de “Octo Missae quinque, sex et septem vocum” van George de la Hèle met motetten van Lassus. Na de publicatie van zijn meesterwerk, de achtdelige ‘Biblia Regia’ of de grote ‘Biblia Polyglotta’ in wel vijf talen, kreeg Plantijn van koning Filips IIde titel ‘Achitypographus Regli’. Om zijn internationale faam veilig te stellen, aanvaardde Plantijn het verzoek van Filips II om een indrukwekkend antifonarium te drukken. Plantijn investeerde in duur papier en had speciale lettertypen ontworpen voor het drukken. Maar, Filips II trok zich terug en Plantijn ging op zoek naar een andere bestemming voor de materialen waarin hij had geïnvesteerd. Uiteindelijk besloot hij ze in 1578 te gebruiken voor het drukken van de ‘Octa Missae’ van George de la Hèle (1547-1586), een meesterwerk op het gebied van ontwerp en druk. Maar, het was zeker niet zijn enige uitzonderlijke muziekpublicatie; ‘Quatuor Missae’ van Jacobus de Kerle (1532-1591) was in 1592 ook een hoogtepunt.

Er was ook een economisch aspect aan de beslissing van Plantijn om muziek te drukken. Rond 1580 waren er nl. nog geen grote muziekuitgevers actief in de Nederlanden. Toch bleef zijn productie van muziek beperkt. Zijn visie verschilde ook van deze van andere muziekuitgevers. Plantijn gaf de voorkeur aan edities die waren gewijd aan het werk van één componist, en aan koorboeken. Muzikale publicaties waren voor Plantijn niet erg winstgevend en daarom verwachtte hij ook een financiële bijdrage van de respectievelijke componisten. De la Hèle moest bv. in de loop van een jaar, 40 boeken zelf verkopen, iets waar hij overigens niet in slaagde, en Jacobus de Brouck moest 162 exemplaren zelf aankopen van zijn eigen ‘Cantiones tum sacrae’, die Plantijn in 1579 drukte. Dit klein boekje was relatief succesvol, mogelijks omdat het zowel wereldlijke chansons als motetten bevatte.

Plantijn had vermoedelijk grote ambities voor het werk van Philippus de Monte (1521-1603) toen de Monte hem in 1579 vroeg om zijn ‘Missa ad modulum benedicta’ te publiceren. Acht jaar later publiceerde Plantijn ook nog een ander werk van de Monte, het ‘Liber I Missarum’, opgedragen aan keizer Rudolf II. Helaas is een “Liber II” nooit gepubliceerd.

Zijn lijst met publicaties bevatte ook een aantal koorboeken, waarin de verschillende stempartijen elk in een afzonderlijk boekje werden gepubliceerd, in tegenstelling tot de grote koorboeken, waarin de verschillende partijen onder en naast elkaar op een dubbele pagina werden gedrukt. Eén van de bekendste hiervan was zeker het “Livre de Mélanges” van Claude Le Jeune (ca.1530-1600) op gedichten van o.a. Marot en Ronsard, gepubliceerd in 1585.

Vlak voor zijn overlijden begon Plantijn met de publicatie van chansons van Andreas Pevernage (1543-1591), maar was niet in staat om het vervolg op het “Premier Livre des Chansons d’André Pevernage” (1589) uit te geven. Het was zijn schoonzoon, Jan Moretus, een goeie vriend van Rubens, die de delen twee, drie en vier van deze chansons publiceerde.

Op de cd staat als eerste “Epitaphe de Christophe Plantin, Pleurez Muses” (à 5) van Andreas Pevernage (1542-1591). Daarna volgen het Agnus Dei (à 6 & 9) uit de “Missa Da Pacem Domine” van Jacobus de Kerle (1531-1591), en de chansons “Trois fois heureux et gracieux” (Chanson à 5), “Fay que je vive” (Chanson, tenor en virginaal), “Sur tous regretz” (Chanson à 5), “Je suis tellement amoureux” (Chanson, superius en virginaal) en “La nuict le jour” (Chanson à 6, met virginaal) van Pevernage, het Sanctus & Agnus Dei (à 6) uit de “Missa Si ambulavero” van Philippus De Monte (1521-1603), het Gloria (à 7) en Agnus Dei (à 7 & 8) uit de “Missa Praeter rerum seriem” van George de la Hèle (1547-1586), “Conditor alme siderum” (Hymn à 4, 5 & 6) van Giovanni Pierluigi da Palestrina (1525-1594) en “Quell’ eau, quel air, quel feu” (Chanson à 4) van Claude Le Jeune (1530-1600). De uitvoerders zijn Olivier Coiffet (tenor), Achim Schulz (klavecimbel), Axelle Bernage (sopraan) en het Huelgas Ensemble o.l.v. Paul Van Nevel. Schitterend, niet te missen!

The Music Prints of Christophe Plantin Palestrina de la Hèle Le Jeune Pevernage de Kerle De Monte Huelgas ensemble Paul Van Nevel cd deutsche harmonia mundi 19075809722

https://www.museumplantinmoretus.be/nl