De tentoonstelling “THEODOOR VAN LOON, een caravaggist tussen Rome en Brussel” en de cd “the ear of theodoor van loon” van het huelgas ensemble op het label Cypres. Hemels!

Theodoor van Loon (1581/82-1649) was één van de eerste schilders uit de Zuidelijke Nederlanden die zich verregaand liet beïnvloeden door de kunst van Caravaggio. Net als zijn tijdgenoot Rubens ontwikkelde Van Loon een krachtige, originele stijl en liet hij zich zijn leven lang inspireren door de meesters uit Italië. Deze uitzonderlijke tentoonstelling die voor de allereerste keer het oeuvre van deze atypische kunstenaar toont, wordt ook sonoor aanschouwelijk gemaakt op de meer dan schitterende, nieuwe cd van het huelgas ensemble o.l.v. Paul Van Nevel.. Een tentoonstelling en een muzikale soundscape die u zeker niet mag missen!

Van Loon was één van de belangrijkste schilders van zijn generatie, die prestigieuze opdrachten uitvoerde voor het hof van de aartshertogen Albrecht en Isabella en verschillende belangrijke kerken in de Lage Landen. Zijn oeuvre raakte echter mettertijd overschaduwd. Vandaag is het werk van de Brusselse meester buiten kunsthistorische milieus weinig gekend. Door de handen in elkaar te slaan willen BOZAR en de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België daar verandering in brengen. Deze allereerste tentoonstelling ooit rond Van Loon toont zijn opmerkelijke talent en wil de bezoekers deze bijzondere kunstenaar laten (her)ontdekken.

De krachtige barokstijl van Van Loon maakt vandaag nog indruk vanwege haar majestueuze, haast gebeeldhouwde figuren, geboetseerd door licht en schaduw. In navolging van Barocci en Caravaggio ensceneert hij forse levensgrote personages met brede gebaren en volle gezichten. Zoals de kunstenaars uit Bologna houdt Van Loon zijn composities ordelijk en vaak helder van kleur, maar zoals de schilders uit het Noorden blijft hij gehecht aan de detaillering van texturen en ornamenten. Het oeuvre van Van Loon is hoofdzakelijk religieus van aard en net zoals Rubens stelt Van Loon zijn kunst ten dienste van de contrareformatie. Hij voerde o.a. opdrachten uit voor kerken in en rond Brussel, maar ook voor de Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Scherpenheuvel (Mariataferelen, 1623 – 1628).

De tentoonstelling verzamelt in totaal een 50-tal werken waaronder representatieve schilderijen, gravures en een tekening van Van Loon, alsook een selectie van werken van schilders die hem beïnvloed hebben: Rubens, Barocci, Bloemaert, de Caracci’s en verschillende andere caravaggisten, of kunstenaars die hij op zijn beurt heeft geïnspireerd. De werken zijn afkomstig van internationale musea (Louvre, Gallerie degli Uffizi, Kunstmuseum Basel), Belgische musea (Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, M-Museum Leuven) en van verschillende internationale private collecties en kerken. Na Brussel reist de tentoonstelling in een aangepaste vorm naar het Musée national d’histoire et d’art in Luxemburg.

Romeo Castelluci © Luca del Pia

Ga ook naar “History of Oil Painting”, de nieuwe creatie van Romeo Castellucci in BOZAR. Gewikkeld in witte gordijnen, omsluit zijn bezinningsoord een schrijn met daarop de haren van een prostituee. In ruil voor geld vertrouwde ze een stuk van zichzelf toe aan de kunstenaar. Een contract dat de brug slaat naar de verhouding schilder-model ten tijde van Caravaggio en Theodoor van Loon. Vrije toegang op vertoon van een ticket van Theodoor van Loon.

Paul Van Nevel en het Huelgas Ensemble illustreren het werk van de “Caravaggio uit de Zuidelijke Nederlanden” met renaissancemuziek van o.a. Francesco Soriano, Agostino Agazzari, Pedro Rimonte en Peter Philips. Hij koos muziek die reminiscenties oproepen aan het werk van Van loon.

Op de cd ontdekt u het Agnus Dei uit de “Missa super voces musicales” à 4 & 6 en het  motet à 8, “In illo tempore” van Francesco Soriano (foto) en het motet à 8,”Tibi laus, tibi gloria” van Felice Anerio (foto). Daarnaast ontdekt u “Quando miro il bel volto”, canzonetta a quattro voci con l’intavolatura dal cimbalo van Paolo Quagliati, “O voi che sospirate a miglior’ note”, madrigale à 5 van Luca Marenzio, “Ahi, chi m’aita”, madrigale à 5 en “Chiudesti i lumi Armida” madrigale à 5 con Basso continuo van Domenico Mazzocchi, “Super flumina Babylonis” motet à 8 Agostino Agazzari, “Luna que reluces” villancico à 3 & 6 van Pedro Rimonte, “Le bel ange du ciel” berceuse de Noël à 4 en “Hodie nobis de caelo” à 8 van Peter Philips, “Dies irae dies illa” a cinque voci e tre strumenti con continuo van Giuseppe Zamponi, en werk van de onbekende Nicolaus a Kempis en Géry de Ghersem.

De heel interessante informatie over het opgenomen programma in het bijbehorend boekje, met verwijzingen naar de diverse tracks, heeft u uit eerste bron, nl. van Paul Van Nevel zelf. “De zuiver vocale, polyfone stijl, met zijn traditionele, 16de eeuwse imitatietechnieken en het gebruik van ‘cantus firmus’ in het contrapunt, schrijft hij, “klonk nog dagelijks in de missen en motetten van Palestrina, maar ook in de werken van zijn leerlingen Francesco Soriano (1548-1621) en Felice Anerio (1560-1614) die in Rome even beroemd waren”.

“Soriano was enige arrogantie niet vreemd”, vervolgt van Nevel, “hij waagde het zelfs om de beroemde zes stemmige ‘Missa Papae Marcelli’ van zijn leraar te bewerken voor acht stemmen. Palestrina bleef echter zijn hele leven de hand boven het hoofd van zijn leerling houden en stak zijn waardering niet onder stoelen of banken. Dit album opent dan ook met een prachtig zes- en achtstemmig ‘Agnus Dei’ dat Francesco Soriano componeerde tijdens van Loons verblijf in Rome, dat gedrukt werd in Rome in 1609.
De andere leerling van Palestrina, Felice Anerio, schreef een groot aantal werken in dubbelkorige stijl, waarbij de achtstemmigheid werd opgedeeld in twee vierstemmige koren (track 3: Tibi laus, tibi gloria). Ook Soriano schreef werken in deze dubbelkorige stijl, waarbij de twee koren verschillend werden gekleurd. In track 5 is het eerste koor bezet met een sopraan en vier strijkers, het tweede koor is a capella (geschreven in de oude, Italiaanse spelling) bezet”.

“Naast de polyfone sacrale muziek in Rome”, lezen we verder, “kreeg ook een nieuwe trend meer en meer vaste voet aan de grond: meerstemmige muziek in de volkstaal werd zeer populair, met als grote surplus in vergelijking tot de geestelijke muziek, het gebruik van instrumenten. Composities als ‘Chiudesti i fumi Armida’ (op een tekst van Torquato Tasso – track 7) maakten gebruik van rijke harmonische kleuren, basso continuo en een voorliefde voor contrastrijke figuren. Het is geen toeval dat de componist van dit werk, Domenico Mazzocchi (1592-1665) een van de eersten was die in de partituur aanduidingen als crescendo, decrescendo, piano en forte gebruikte. Overigens waren naast deze ‘geleerde’ vormen ook eenvoudige, meerstemmige liederen in een volkse stijl zeer populair. Voorbeeld hiervan is het ‘Quando miro il bel volto’ van Paolo Quagliati (ca. 1553-1628) dat nog in strofische vorm werd geschreven, echter met toevoeging van een instrumentale begeleiding (track 2)”.

“In Brussel”, schrijft Van Nevel, “werd in het begin van de 17de eeuw nog de traditie van de 16de eeuwse vocale polyfone stijl verdergezet onder Géry de Ghersem (ca.1574-1630) die na zijn terugkeer van de Capilla Flamenca in Madrid, kapelmeester van Albrecht en Isabella werd. Zijn zevenstemmig ‘Agnus Dei’ (track 8) is een prachtig dramatisch voorbeeld van de oude Franco-Vlaamse polyfonie (Ghersem werd in Doornik geboren) die zich blijft manifesteren in een stijlvreemde wereld. De multiculturele bezetting van de muziekkapel van Albrecht en Isabella kreeg een speciale toets door de aanwerving van de Spanjaard Pedro Rimonte als kapelmeester.

In 1614 werd in Antwerpen zelfs zijn bundel Villancico’s gedrukt. ‘Parnaso espariol de madrigales y villancicos’ waaruit het drie- en zesstemmig ‘Luna que reluces’ hier werd opgenomen. (track 9). Ook de Engelsman Peter Philips (ca. 1560-1628) was afwisselend als hoforganist en kapelmeester op verschillende tijdstippen in zijn leven in dienst van de aartshertogen Albrecht en Isabella. Zo vermeldden de rekeningen tussen 1612 en 1618 Peter Philips als organist met een inkomen van 750 gulden per jaar en een dagloon van 9 stuivers, wat hem tot een van de best betaalde musici van het hof maakte. Vele van zijn werken zijn in dubbelkorige stijl geschreven, een trend die uit Italië was overgewaaid.

Helemaal in de baroksfeer is het ‘Dies irae’ (track 13) van Guiseppe Zamponi (1605-1662) die in 1648 benoemd werd tot leider van de ‘musica da camera’ van aartshertog Leopold Wilhelm (foto). Het donker en diep karakter van zijn ‘Dies irae’ roept reminiscenties op aan de Pietà van Theodoor van Loon. Tijdens het bewind van Albrecht en Isabella was Nicolaus a Kempis als organist aan de kathedraal van Brussel, een vertegenwoordiger van de Italiaanse barokstijl.

De uitvoerders zijn naast het huelgas ensemble, Anneleis Decock en Marrie Mooij (barokviool), Lies Wyers (viola de gamba), Sanne Deprettere (violone), Bart Coen en Silke Jacobsen (blokfluit) en Achim Schulz (virginaal). De cd werd opgenomen in de kapel van het Monasterium PoortAckere in Gent. Voor de schitterende balans en opname tekende Markus Heiland. Hemels!

THEODOOR VAN LOON, Een caravaggist tussen Rome en Brussel – BOZAR/Paleis voor Schone Kunsten – Brussel 10.10.2018 – 13.01.2019

the ear of Theodoor van Loon il primo carravggisto fiammingo huelgas ensemble Paul van nevel cd CYPRES CYP 1679

https://www.stretto.be/2018/08/11/la-oreja-de-zurbaran-cd-van-het-huelgas-ensemble-o-l-v-paul-van-nevel-op-het-label-cypres-magistraal/