Mozart/Da Ponte opera’s o.l.v. René Jacobs op het label harmonia mundi. Meer dan schitterend! Subliem!

De Venetiaanse schrijver en dichter Lorenzo Da Ponte is bijna 150 jaar na zijn overlijden in de vergetelheid geraakt. Maar, dankzij Mozart, wordt hij vandaag erkend als één van de grootste librettisten aller tijden. Voor ‘de goddelijke Mozart’, zoals hij de componist in zijn latere jaren noemde, schreef Da Ponte nl. libretti die meesterwerken waren van poëzie en inzicht in de complexiteit van menselijke emoties. Tussen 1786 en 1790 componeerde Mozart een meesterlijke “Italiaanse” trilogie van opera’s voor Wenen, alle op teksten van Da Ponte. 

Met de hulp van Salieri solliciteerde en kreeg Da Ponte in 1781 de functie van librettist bij het Italiaans theater in Wenen. Hier vond hij ook een patroon in de bankier Raimund Wetzlar von Plankenstern, die ook weldoener was van Mozart. Als hofdichter en librettist in Wenen werkte hij samen met Mozart, Salieri en Vicente Martín y Soler. Zijn eerste groot succes was het aanpassen van een komedie van Beaumarchais tot het libretto voor Mozarts opera “Le nozze di Figaro”. Daarna volgden “Don Giovanni”, “Così fan tutte”, en libretti voor andere componisten. 

Zijn libretto voor “Don Giovanni” was een bewerking van een scenario, oorspronkelijk geschreven door Giovanni Bertati en in 1787 uitgevoerd in Venetië als “Don Giovanni Tenorio”, op muziek van Gazzaniga. “Don Giovanni, o sia Il convitato di pietra”, van Giuseppe Gazzaniga (1743-1818) was qua verhaal gebaseerd op “El burlador de Sevilla” uit 1637 van Tirso de Molina, en was bewerkt tot libretto door Giovanni Bertati. De première vond plaats in februari 1787 in het Teatro Giustiani di San Moisé in Venetië en trok de aandacht van Mozart en Lorenzo da Ponte. Dit resulteerde uiteindelijk in de première van Mozarts meesterwerk in Praag op 29 oktober 1787.

Het toneelstuk “le Mariage de Figaro” werd in Wenen verboden omdat het te onbeschaamd en te bedreigend was voor de gevestigde orde. Maar, ondanks dat verbod, besloot Mozart toch om er een Opera buffa van te maken. Mozart werkte aan de opera “Le nozze di Figaro” tussen midden oktober 1785 en april 1786 en deed dit samen met Lorenzo da Ponte, die in zes weken het libretto schreef. Daarbij zette Da Ponte de tekst van het toneelstuk om in poëtisch Italiaans en verwijderde de politieke aspecten. Zo werd bv. de toespraak van Figaro tegen de erfelijkheid van de adel, vervangen door een boze aria gericht tegen overspelige vrouwen. “Così fan tutte, ossia La scuola degli amanti” ging op 26 januari 1790 in het oud Wiener Burgtheater aan de Michaelerplatz in première.

Het Huwelijk van Figaro, Don Giovanni en Così fan tutte staan als torenhoge monumenten in het genre, en de uitvoeringen onder leiding van René Jacobs, hier verzameld in een box, doen meer dan recht aan hun vele, vele muzikale wonderen.

In zijn uitvoeringen van de opera’s van Mozart op libretti van Da Ponte, verdedigde René Jacobs een aanpak die ‘in contrast staat met een stijl die onze luistergewoontes in de eerste helft van de twintigste eeuw begon te bepalen. “Ik ben ervan overtuigd dat we het retoucheren, toegepast in de negentiende eeuw, eerst moeten elimineren, of op zijn minst wat moeten opruimen, om de originele kleuren opnieuw te laten verschijnen, legde René Jacobs, ten tijde van de release van Così fan tutte, uit. Of het nu gaat om zijn instrumentkeuze, recitatie of vocale versiering, zijn doordachte lezingen zijn erop gericht om opera-buffa en dramma giocoso hun essentie terug te geven, nl. hun oorspronkelijke theatraliteit.

In “Le nozze di Figaro”, K492 zijn de uitvoerders Concerto Köln en het Collegium Vocale Gent, Simon Keenlyside (de graaf), Véronique Gens (de gravin), Patrizia Ciofi (Susanna), Lorenzo Regazzo (Figaro), Angelika Kirchschlager (Cherubino) en Marie McLaughlin (Marcellina). In “Don Giovanni”, K527 zijn de uitvoerders het Freiburger Barockorchester, Johannes Weisser (Don Giovanni), Lorenzo Regazzo (Leporello), Alexandrina Pendatchanska (Donna Elvira), Olga Pasichnyk (Donna Anna), Kenneth Tarver (Don Ottavio), Sunhae Im (Zerlina), Nikolay Borchev (Masetto) en Alessandro Guerzoni (Il Commendatore). “Così fan tutte”, K588 wordt gespeeld en gezongen door Concerto Köln, Véronique Gens (Fiordiligi), Bernarda Fink (Dorabella), Graciela Oddone (Despina), Werner Güra (Ferrando), Marcel Boone (Guglielmo) en Pietro Spagnoli (Don Alfonso). De box bevat een bijbehorend boek rijk aan extra informatie, en 9 cd’s plus een dataschijf met PDF’s. Meesterlijke uitvoeringen met schitterende ensembles en vocale solisten, die u voor geen geld ter wereld mag missen. Subliem!

René Jacobs Mozart The Da Ponte Trilogy 9 cd + 1 harmonia mundi 2908801.09

http://www.stretto.be/2020/10/23/jeannick-vangansbeke-over-lorenzo-da-ponte-een-aanstekelijke-uitgave-van-aspekt/