Spenglers “De ondergang van het Avondland”, en “Oswald Spengler, Een intellectuele biografie” door Frits Boterman, twee fenomenale uitgaven van Boom uitgevers Amsterdam.

Oswald Spengler (1880-1936) beleefde in 2017 een ware revival met de verschijning van de eerste Nederlandse vertaling van zijn “De ondergang van het Avondland”. In zijn boek, schetst Frits Boterman een fascinerend en deskundig onderbouwd beeld van de pessimistische cultuurfilosofie van Spengler. Niet te missen!

Bijna 100 jaar geleden verscheen ‘De ondergang van het Avondland’, waarin de Duitse filosoof Oswald Spengler zijn cultuurpessimistische blik op de westerse geschiedenis ontvouwde. Nu verscheen het voor het eerst in Nederlandse vertaling. Boterman geeft een gedetailleerd beeld van Spenglers persoonlijk leven, cultuurpessimisme en politiek activisme en nuanceert daarbij vele misverstanden over één van de meest omstreden denkers van de twintigste eeuw.

Door de opkomst van de techniek en het kapitaal kwam in het begin van de twintigste eeuw de oude intellectuele elite in de marge terecht. Spengler, zelf onderdeel van die elite, nam een unieke positie in: hij vond dat men juist moest meebewegen met de nieuwe tijd. De consequentie daarvan was volgens hem dat de democratie afgeschaft moest worden en dat een nieuwe elite de macht zou krijgen. Toch verwierp Spengler het nationaalsocialisme, dat hij te ‘volks’ vond, net als het racisme en het antisemitisme van deze beweging. 

Spengler beloofde met zijn eigenzinnige morfologie (vormenleer) om niet alleen de geschiedenis op een nieuwe manier te duiden, maar ook de toekomst – onze tijd – te voorspellen. En dat deed hij met een donkere ondertoon, al was het maar via die dreigende titel, die enigszins misleidend suggereerde dat het hele boek enkel een apocalyptisch visioen zou zijn, waarin ‘het Avondland’ (Europa) een langgerekte dood sterft.

Volgens Spengler waren de betekenisvolle eenheden geen tijdperken, maar culturen, die als organismen evolueren. Hij beschreef de culturen van de wereld als afzonderlijke organismen, die los van elkaar opkomen en ondergaan. Daarin hebben ze, zoals alle levende soorten, een vaststaande levenscyclus van groei, bloei, verval en sterfte. Je kan als mens niet veranderen in welk ‘seizoen’ van jouw cultuur je geboren bent. En, jammer voor ons, wij moderne westerlingen zijn in onze cultuur ‘mensen van de winter’. We worden getypeerd door een gerichtheid op het oneindige – in onze ontdekkingsreizen, in onze wis-, natuur- en scheikunde – maar onze bloeitijd ligt achter ons. En zoals elke grote cultuur eindigt het met civilisatie, bij Spengler is dat een soort doodse, zielloze variant van ‘beschaving’, waarin niets nieuws meer kan ontstaan – geen grote ideeën, geen politieke innovaties, geen grote kunst.

‘Nooit eerder heeft een microkosmos zich zo verheven gevoeld boven de macrokosmos’, schreef hij. Hij doelde hiermee op die moderne westerse mens, die de natuur als nooit tevoren haar wil heeft opgelegd. Als ‘nietige levende wezens’ hebben wij het levenloze van ons afhankelijk gemaakt. Maar moeten we blij zijn met deze ongekende triomf? Integendeel. Want de westerse mens, die door Spengler ‘faustisch’ werd genoemd, omdat hij net als Goethe’s Faust, meester wilde worden over de natuur, is ‘de slaaf van zijn eigen schepping’ geworden. Onze levens worden ‘door de machine in een baan geleid waar geen stilstand meer bestaat en geen stap terug kan worden gezet’.

Handwerk is een zeldzaamheid geworden, constateerde Spengler. De boer, de ambachtsman en de koopman zijn praktisch verdwenen. Ze zijn in de schaduw komen te staan van de figuren die de machine heeft voortgebracht: de fabrieksarbeider, de ondernemer en de ingenieur. Vooral die laatste is als ‘kenner en priester van de machine’ oppermachtig: ‘de ingenieur is in alle stilte haar eigenlijke meester en haar lot’.

Na de persoonlijke en Sociaal historische achtergronden van Spenglers cultuurfilosofie, beschrijft Boterman, “Levensfilosofie: antirationalisme en antipositivisme”, “Das Leben ist das erste und das letzte, Der Untergang des Abendlandes: cultuurfilosofie en morfologie” en “Spengler tijdens de Eerste Wereldoorlog. Van cultuurpessimist tot politiek ideoloog”. Deze hoofdstukken worden gevolgd door  “Waarom heeft Spengler Der Untergang des Abendlandes tijdens de oorlog gepubliceerd?” , “Preussentum und Sozialismus”, “Spengler en de ‘Konservative Revolution”,  “Van politiek ideoloog tot politiek activist” en “Het hele leven is politiek”. De laatste hoofdstukken zijn gewijd aan “Spengler en de Republiek van Weimar (1920-1924)”, “Van culturele outsider tot politieke insider”, “Spengler en het nationaalsocialisme” en “Jahre der Entscheidung”.

“De ondergang van het Avondland” geldt in Nederland tegenwoordig als een legendarische titel waarvan bijna iedereen heeft gehoord, maar die slechts door weinigen is gelezen. De eerste Nederlandse vertaling van de gevierde vertaler Mark Wildschut brengt daar nu verandering in. In De ondergang van het Avondland, in twee delen verschenen in 1918 en 1922, schetste Oswald Spengler een meeslepend panorama van de menselijke geschiedenis. Hij liet zien hoe culturen opkomen en vergaan, in een proces dat vergelijkbaar is met het komen en gaan van de seizoenen. Op basis van een analyse van acht grote culturen (de Babylonische, Egyptische, Chinese, Indiase, Meso-Amerikaanse (Maya/Azteekse), Klassieke (Grieks/Romeinse), Arabische en ten slotte de westerse of “Europees-Amerikaanse” cultuur), ontwikkelde Spengler een methode die hem in staat stelde het heden te duiden als een tijd van cultureel verval en voorspellingen te doen over de toekomst van de westerse beschaving.

Spengler beschouwde daarbij de cultuur van Moslims, Joden en Christenen, evenals hun Perzische en Semitische voorouders, als magisch, de Mediterrane culturen van de Klassieke oudheid, zoals het Oude Griekenland en het Oude Rome als Nietzscheaans- Apollinisch, en de moderne Westerse wereld als Faustiaans. Twee magistrale uitgaven, die u voor geen geld ter wereld mag missen!  En, lees voor de gelegenheid misschien ook eens “Verlust der Mitte. Die bildende Kunst des 19. und 20. Jahrhunderts als Symptom und Symbol der Zeit” uit 1948, van Hans Sedlmayer (1896-1984), en “Botsende beschavingen, cultuur en conflict in de 21ste eeuw” (uitg. Manteau) (“Clash of Civilizations”) uit 1996, van de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington (1927-2008), die hoogleraar was aan Harvard University.

Frits Boterman (°1948) is emeritus hoogleraar Moderne Geschiedenis van Duitsland na 1750. In 1992 promoveerde hij op het proefschrift Oswald Spengler en Der Untergang des Abendlandes. Hij publiceerde onder meer Moderne Geschiedenis van Duitsland 1800-heden, Terug naar Berlijn. Duitsland na de val van de Muur, Duitse dichters en denkers. Het belang van cultuur in de moderne Duitse geschiedenis en Cultuur als macht. Cultuurgeschiedenis van Duitsland 1800-heden.

Frits Boterman Oswald Spengler Een intellectuele biografie 680 bladz. Boom uitgevers Amsterdam ISBN 9789024420933Oswald Spengler De ondergang van het Avondland Schets van een morfologie van de wereldgeschiedenis 2 delen 1200 bladz. Boom uitgevers Amsterdam ISBN 9789089531568  

http://www.stretto.be/2017/12/10/biografie-van-de-duitse-denker-oswald-spengler-1880-1936-bij-uitgeverij-aspekt/