Bach Secular Cantatas, Vol. 10, “Cantatas of Contentment”, door het Bach Collegium Japan o.l.v. Masaaki Suzuki, op het label BIS. Subliem!

De twee hier opgenomen cantates sluiten een project af dat het Bach Collegium Japan en Masaaki Suzuki in 2004 startten, waarbij Bachs wereldlijke cantates de basis vormden van talrijke concerten en opnames. De uitvoerders zijn Carolyn Sampson,  Robin Blaze,  Makoto Sakurada,  Dominik Wörner, Bach Collegium Japan en het Bach Collegium Japan Chorus o.l.v. Masaaki Suzuki. 

Toen het team klaar was met het opnemen van de kerkcantates in 2013, betekende dit dat BCJ’s uitvoeringen van alle bestaande cantates van Bach, religieus en seculier, beschikbaar waren op cd. Van wat oorspronkelijk een veel groter aantal was, hebben slechts iets meer dan twintig wereldlijke cantates overleefd. Deze bieden niettemin een welkome aanvulling op het imago van Bach als kerkmusicus, en onthullen een componist die wereldlijke muziek met dezelfde artistieke integriteit benaderde als zijn religieuze muziek.

Deze uitgave voltooit één van de grootste, moderne opname-initiatieven, zijnde de laatste cd van de volledige wereldlijke cantates van Bach door Bach Collegium Japan. Het Bach Collegium Japan zingt en speelt nog steeds zo bevredigend als sinds hun oprichting in 1990. Dé ster van de opname is, zoals altijd, Masaaki Suzuki. Zijn gevoel voor het tempo en het karakter van deze muziek is onfeilbaar, en zijn reactie op de levendige dansritmen is zoals altijd kleurrijk en aanstekelijk.

Deze laatste cd opent met “Angenehmes Wiederau” uit 1737, een muzikaal monument voor het landgoed van Wiederau, ten zuidwesten van Leipzig. Bach maakte gebruik van een volledige aanvulling van drie trompetten en pauken en vier vocale solisten, in wat verrassend modern klinkende muziek is, beïnvloed door de op dans gebaseerde muziek aan het hof in Dresden. “Ich bin in mir vergnügt” is daarentegen een intiem werk voor solo-sopraan, fluit, hobo en strijkers. Gecomponeerd voor een onbekende gelegenheid, is het een moralistisch stuk over de deugden van tevredenheid, geïllustreerd door muziek die Carolyn Sampson alle gelegenheid geeft om te schitteren.

De Saksische Geheimraad en vicepresident (“kursächsischer und polnischer Verwaltungsbeamter”) Johann Christian von Hennicke (foto) bezat het Schloss und Gut “Wiederau” (foto) bij Leipzig als een erfelijk leengoed. Op 28 september 1737 vond een huldigingsceremonie plaats in het kasteel. De Feestcantate “Angenehmes Wiederau”, werd gecomponeerd door de Thomaskantor van Leipzig en de gemeentelijke directeur Musices Johann Sebastian Bach, op een tekst van Johann Christian Henrici (Picander), met wie hij lange tijd intensief had samengewerkt. Voor de uitvoering heeft Bach mogelijks leden van zijn Collegium Musicum naar Wiederau gebracht.

De plot is een dialoog van vier allegorische figuren, het lot (bas), het geluk (alt), de tijd (sopraan) en de rivier Elster (tenor). Met de rivier wordt de “Weiße Elster” (foto) bedoeld, die, komende van het Boheems Elstergebergte, door de Wiederau Feldmark, naar Leipzig stroomt en in Halle in de Saale uitmondt. De vier figuren overtreffen elkaar in lof en beloften van geluk voor de nieuwe eigenaar en zijn bezittingen, “We trekken in dit huis in met vreugde. Rijkdom, veiligheid, duur, glorie, vruchtbaarheid zijn beloofd”. In het eerste recitatief staat er over Schloss Wiederau, “Je zou nu Hennicks rust moeten heten.”

In nog eens vijf van de twaalf bewegingen wordt Hennicke genoemd. In tegenstelling tot andere wereldlijke cantates van Bach, is er geen rivaliteit tussen de protagonisten en zijn er dus geen dramatische tegenstellingen. Vanuit de inhoud van de tekst is de muziek van de vijf aria’s afgewisseld met recitatieven, in feeststemming. De overgrote meerderheid van de bewegingen, heeft een danskarakter.  Misschien had Bach reeds het hergebruik van de muziek voor een kerkcantate in gedachten. In ieder geval zijn alle bewegingen met uitzondering van de recitatieven en de aria nr. 11, in de cantate voor Johannistag, “Freue dich, erlöste Schar” (BWV 30), gebruikt. In dit geval imiteerden de recitatieven die van de Wiederau Cantate, maar Bach componeerde uiteindelijk toch nieuwe.

Bach componeerde de cantate “Ich bin in mir vernügt”, in Leipzig tussen 1726 en 1727 voor een onbekende gelegenheid. De tekst is van Christian Friedrich Hunold.  Hunold en Bach worden verondersteld elkaar te hebben ontmoet, maar de librettist overleed in 1721, zes jaar voor de cantate werd gecomponeerd.

Hunold (alias, Menantes) (foto) schreef het libretto voor het vroeg protestants Passie oratorium, “Der blutige und sterbende Jesus” (1704), van Reinhard Keizer. Hunold lijkt Bach gekend te hebben en in Halle schreef hij teksten voor Bach cantates die dan werden uitgevoerd aan het hof van Leopold, prins van Anhalt-Köthen. Met uitzondering van “Lobet den Herrn, alle seine Heerscharen”, BWV Anh. 5, die religieuze thema’s gebruikte, waren het alle seculiere werken, geschreven voor speciale gelegenheden zoals verjaardagen. De samenwerking tussen Bach en Hunold duurde van 1718 tot 1720, waarna de componist andere librettisten, Salomo Franck en Picander, vond voor zijn “Huldigungs- en Glückwunschkantaten”. Nadat de dichter was overleden, keerde Bach terug naar Hunold als basis voor zijn cantate “Ich bin in mir vergnügt”.

De cantate “Ich bin in mir vernügt”, bestaat uit vier recitatieven en vier aria’s. Het openingsrecitatief “Ich bin in mir vergnügt”, is harmonisch maar melodisch gefragmenteerd vanwege de ongebruikelijke keuze om coupletten als recitatieven te componeren. De eerste aria “Ruhig und in sich zufrieden”, wordt gekenmerkt door een rusteloos en gespannen gevoel,  dat onmiddellijk na het kort instrumentaal ritornello begint, de enige in da capo-vorm. Het tweede recitatief “Ihr Seelen, die ihr außer euch”, is de enige die begeleid wordt, waarbij de strijkers een opvallende harmonie ondersteunen. De tweede aria “Die Schätzbarkeit der weiten Erden”, heeft een vloeiend ritornello-thema, gespeeld door continuo en de obbligato-viool. Het derde recitatief “Schwer ist es zwar, viel Eitles zu besitzen”, is secco (non accompagnato) met twee uitbarstingen van opera-virtuositeit. De derde aria “Meine Seele sei vergnügt”, is in drievoudige vorm en in de mineur tonaliteit. Het vierde recitatief “Ein edler Mensch ist Perlenmuscheln gleich”, bevat een arioso-passage die eindigt op een buitengewoon vreemde cadens. De laatste aria “Himmlische Vergnügsamkeit”, heeft een dansachtig openingsthema en een ABAB-structuur.

De inspirerende bijdragen van Carolyn Sampson (foto) sluiten het project af met “Ich bin in mir vernügt”, deze weinig bekende solo-sopraan-cantate. Net toen het onmogelijk geacht werd om Bach beter te horen zingen dan in haar recente uitvoering van “Herr, gehe nicht ins Gericht mit deinem Knecht” BWV 105 op het label Ondine (foto), brengt zij in deze cantate, een hemels arcadische inkleuring van de aria “Meine Seele sei vernügt”, waardoor zij tot de allerbeste uitvoerders behoort die het meesterschap bezitten over het ongekend veeleisend sopraangezang van de geniale componist. Beide cd’s voor geen geld ter wereld te missen! Su-subliem!

Bach Secular Cantatas Vol. 10 Cantatas of Contentment Suzuki Bach Collegium Japan cd BIS-2351 SACD

http://www.stretto.be/2017/10/19/bachs-musikalisches-opfer-door-masaaki-suzuki/