Ervaring van momenten in “Het welgetemperde gemoed” van Jos Kessels, uitgegeven door Boom. Heel bijzonder!

In “Het welgetemperde gemoed” geeft Jos Kessels een aanzet tot denken over jezelf in de traditie van de “Bekentenissen” van Augustinus en Rousseau, met de muziek van Bachs “Das wohltemperierte/welgetemperd Klavier” als uitgangspunt. Heel, heel bijzonder.

Kan “Das Wohltemperierte Klavier” van Bach gezien worden als een verzameling essays, zoals deze van Montaigne, als woordeloze bespiegelingen over de tempering van het gemoed? Die gedachte vormt het uitgangspunt van het boek. Aan de hand van Bachs preludes en fuga’s reflecteert Jos Kessels op zijn eigen leven. Hij herkent de kleuren en wendingen, harmonieën en disharmonieën terug in zijn persoonlijke zoektocht en daarbij raakt hij aan universele thema’s, zoals de beperkingen van het menselijk denken en de verschillende lagen in de ervaring.

Kessels laat zien hoe hij streeft naar harmonie en verzoening van tegenstellingen, zich verdiept in de klassieke filosofie, de ideeënleer ontdekt en zich als filosoof op de markt begeeft om het ‘ideeënkijken’ in praktijk te brengen. Hij is een denker die doener wil zijn, een gespletene die een geheel wil worden, een sterveling die het goddelijke zoekt. Hij wil zelf muziek worden, het eigen gemoed en dat van anderen temperen, zoals Bach het getemperd klavier liet klinken. Maar uiteindelijk blijkt dat het zuiver ideaal nooit te realiseren is. Muziek kan alleen een spiegel zijn.

Aanleiding was de muziek op de begrafenis van een tante. “De prelude in bes klein uit Bachs ‘Wohltemperierte Klavier’, zo lezen we, “is een klaagzang, een lamento, en een zeer expressief stuk. De jeugd doet de ouderdom uitgeleide, dacht ik, een waardig eerbetoon aan de overledene en een vertolking van ons aller afscheidsverdriet. Ik heb de prelude vroeger zelf vaak gespeeld, en ook bij dit stuk kreeg ik het idee dat het altijd hetzelfde was gebleven, niet alleen in de noten, maar ook in de gevoelswereld die het schildert, alsof de tijd er geen vat op had gehad. Ik merkte dat tijdens de muziek mijn gevoel van versnippering geheel en al verdween, het sloeg zelfs om in zijn tegendeel: ik werd er één en al luisterend oor van, geconcentreerd op de klanken, een ondeelbaar geheel met nergens anders aandacht voor dan de muziek. En ik voelde me weer exact dezelfde als degene die, meer dan vijftig jaar geleden, dit stuk voor het eerst instudeerde, dezelfde die ik altijd geweest ben en altijd zal blijven. Merkwaardig, de kracht van muziek.  Wat is toch die merkwaardige kracht die wij ‘muziek’ noemen?  Zij had in mijn ogen, in al haar bescheidenheid, een welgetemperd gemoed ontwikkeld”.

Naar de voorbeelden van Christoph Wolff, Cecil Gray, Hans Brandts Buys en Albert Schweitzer, stelt Kessels zich de vraag, “wat houdt het in, muziek of een muzikale frase te begrijpen? Wanneer zeg je van iemand dat hij begrijpt wat hij hoort of speelt? Het antwoord luidt: als hij het verhaal ervan kan vertellen, als hij in staat is duidelijk te maken wat de bedoeling ervan is, wat het met hem doet, wat erdoor wordt uitgedrukt of beweerd, hoe de samenhang is met het geheel, waar je op moet letten, bijzondere kenmerken. Vergelijk het met de vraag, wat houdt het in een mens of een menselijke uitspraak te begrijpen? Daar is het antwoord hetzelfde: het verhaal ervan kunnen vertellen”, aldus Kessels.

“Muzikaal begrip is net als het begrip van gezichtsuitdrukkingen. Als je door muziek verleid wordt en haar ‘binnengaat’, word je als het ware de muziek zelf, zolang die duurt. Het is de smaak of het esthetische oordeel die het onderscheid moet maken tussen waar je je wel mee identificeert en waarmee niet”. Met “Het welgetemperde gemoed” schreef Jos Kessels een boek dat de lezer over de eigen stemmingen doet nadenken. Daarmee krijgt dit ogenschijnlijk particuliere project een universele zeggingskracht.

Kessels laat zien hoe de klassieke filosofie hem heeft gevormd tot wie hij is geworden: een denker die een doener is. Hij beschrijft hoe hij de ideeënleer in praktijk leerde brengen, ernaar streefde als het ware zelf muziek te worden, het eigen gemoed en dat van anderen te temperen, zoals Bach het klavier laat klinken. Dat ideaal is echter nooit volledig te realiseren: muziek kan slechts een spiegel zijn. Met Het welgetemperde gemoed schreef Jos Kessels een boek dat de lezer over de eigen stemmingen doet nadenken. Daarmee krijgt dit ogenschijnlijk particulier project een universele zeggingskracht, de ervaring van de werkelijkheid is verzameling eindeloze momenten. Schitterend.Elke prelude, fuga en toonaard wordt (met notenvoorbeelden), verbonden aan een bepaald gemoed. Zo zijn er bv. melancholie en transformatie in cis klein, vrijheid en inspiratie in D, ongemak en twijfel in d klein, jong, oud en geestdrift in Es, herinnering en het nu in Fis, het actieve en het contemplatieve leven in fis klein, vernieuwing en karakter in G, of droom en werkelijkheid in g klein. Als laatste komen gemis en verwerking in bes klein,  overgave en toewijding in B groot en tot slot, gemoedsrust en verheffing in b klein. Een uiterst emotionele en originele benadering van strikt rationeel, mathematisch geordende structuren, die een verruimende visie creëert op één van de grootste meesterwerken van het contrapunt in het algemeen en van de klaviermuziek in het bijzonder. Zekere lezen!

Jos Kessels (°1948) studeerde rechten en filosofie. Hij werkte als musicus, journalist en docent, en voerde tientallen jaren socratische gesprekken in organisaties. Bij Boom publiceerde hij elf boeken, waaronder Socrates, maak muziek! (2017), Geluk en wijsheid voor beginners (2017, 7e druk) en Vrije ruimte (2013, 5e druk).

Jos Kessels Het welgetemperde gemoed 248 bladz. Uitg. Boom ISBN 9789024424306

http://www.stretto.be/2017/05/17/muziek-als-hoorbare-dynamiek-van-ideeen/