Edition Lammerhuber gaf “BEL CANTO” uit, een prachtig lees- en kijkboek over de geschiedenis van de lyrische kunst in de jarige, Weense Staatsopera. Niet te missen!

“BEL CANTO” met prachtige, grote foto’s en de tekst in drie talen, is gewijd aan de 150ste verjaardag van de Weense Staatsopera. Het succesverhaal van het “Operahuis aan de Ring” wordt in dit magistraal boek aangetoond door de presentatie van de 150 grootste zangers en zangeressen van de voorbije 150 jaar, o.a. Agnes Baltsa, Montserrat Caballé, Maria Cebotari, Plácido Domingo, Ferruccio Furlanetto, Elina Garanca, Thomas Hampson, Jonas Kaufmann, Simon Keenlyside, Anna Netrebko, Luciano Pavarotti, Leontyne Price en Richard Tauber.

De K.K. Hofoper werd in neorenaissancestijl ontworpen door de architecten August Sicard von Sicardsburg en Edward van der Nüll. De bouw begon in 1861 als onderdeel van de nieuw aangelegde “Ringstraße” in Wenen. De opening vond plaats op 25 mei 1869 met de opera “Don Giovanni” van Mozart. In 1920, na de val van het keizerrijk, werd de K.K. Hofoper hernoemd tot Staatsoper. Op 12 maart 1945 werd de opera door de Amerikanen bijna geheel gebombardeerd. Het gebouw bleef overeind, maar de zaal en het toneel brandden volledig af. Op 5 november 1955 werd de heropening feestelijk gevierd met Beethovens “Fidelio” onder leiding van Karl Böhm.

De Weense Staatsopera is het meest vooraanstaande operahuis ter wereld. De beste en prachtigste stemmen in de geschiedenis van de opera zijn hier thuis. “Bel Canto” is een eerbetoon aan de Weense Staatsopera op zijn 150ste verjaardag. Het presenteert de 150 belangrijkste sterren in haar geschiedenis, van Luciano Pavarotti tot Anna Netrebko en vertelt dan ook over de grote zangers en zangeressen van het “Operagebouw aan de Ring”. Sommigen werkten hier hun hele leven, anderen maar een paar keer, maar ze ontvingen allen, duizenden artiesten, de liefde en toewijding van het Weens publiek.

Lois Lammerhuber, één van de beste fotografen van onze tijd, wijdde maanden aan het maken van uitstekende portretten van de kunstenaars. In zijn tekst reflecteert Dominique Meyer, directeur van de Weense Staatsopera, over de betekenis van deze sterren voor de operawereld. “Bel Canto” is bovendien het 13de opeenvolgende deel, na Metamorphoses, Creation, Celebration, Close Up, Passion, Emotion, Glamour (foto), On Stage (foto), Harmony, Genesis, Chorus (foto) en Repertoire (uitverkocht), gefotografeerd door Lois Lammerhuber. Ze vormen een soort encyclopedie van de dramatische kunsten.

De auteurs zijn Dominique Meyer, Lois Lammerhuber, Clemens Höslinger, Andreas Láng, Oliver Láng, Erich Seitter, Michael Pöhn, en Axel Zeininger.

Axel Zeininger (foto) werd in 1949 in Wenen geboren en werkte vele jaren als fotograaf bij de Kurier, Der Spiegel, GEO en Stern. In 1984 ontving Zeininger “Photgrapher of the Year” van het internationaal vakblad “Opernwelt”. Tussen 1981 en 2010 was Zeilinger fotograaf van de Weense Staatsopera. Hij publiceerde 26 boeken.

Dominique Meyer (°1955) (foto) werd directeur van de Weense Staatsopera op 1 september 2010. Hij had in het kabinet van minister van Cultuur, Jack Lang, gewerkt voor hij in 1989 werd aangesteld als directeur-generaal van de Parijse Opera, waaronder “Palais Garnier” en “Opéra Bastille”. Van 1994 tot 1999 was hij directeur-generaal van “Opera Lausanne”, en van september 1999 tot het einde van het seizoen 2009/2010 werkte hij als algemeen directeur en artistiek directeur van het “Théâtre des Champs-Elysées” in Parijs.

Lois Lammerhuber (°1952) uit het idyllische St. Peter in der Au (Amstetten in Niederösterreich), stad van Carl Zeller, is fotograaf en uitgever. Zijn nauwe samenwerking met “GEO Magazine”, begonnen in 1984, die nog steeds doorgaat, heeft zijn manier van fotografie enorm beïnvloed. Zijn magnifieke foto’s zijn gepubliceerd in honderden boeken en tijdschriften, en hebben hem internationale onderscheidingen opgeleverd, waaronder driemaal de “Graphis Photo Awards” voor ‘s werelds beste fotoreportage van het jaar. Hij trad in 1994 in dienst bij de “Art Directors Club New York” en in 1996 richtte hij uitgeverij Edition Lammerhuber op. In 2014 ontving hij het erecertificaat van de Republiek Oostenrijk, eerste klas, voor wetenschap en kunst, gevolgd door de gouden medaille voor diensten aan de stad Wenen, de prijs voor speciale verdiensten voor representatieve en mediakunst door de stad Baden en de Grand Medal of Honor voor diensten aan de provincie Neder-Oostenrijk. In 2018 werd hij directeur van het festival “La Gacilly-Baden Photo”.

De concertpianist en musicoloog dr. Andreas Láng werd in 2000 in dienst genomen bij de persdienst van de Weense Staatsopera verloofd. In 2002 wisselde hij met de dramaturgie van het huis.

Oliver Láng studeerde viool en musicologie, werkte voor de Oostenrijkse Academie van Wetenschappen, en heeft talloze artikelen geschreven voor dagbladen en kranten. Hij werd in 2007 dramaturg van de Weense Staatsopera.

“De Weners”, zo lezen we, “hebben de zangers altijd al aanbeden. Sinds de begindagen van de opera zijn de grote zangers, die meestal uit Italië kwamen, al altijd gevierd. Italiaans werd lange tijd beschouwd als dé opera-taal, wat ook het geval was in Wenen. De toenmalige operaregisseurs of impresario’s reisden vaak naar Italië om de beste zangers van het Italiaans schiereiland naar Wenen te halen. In het begin van de 18de eeuw woonden de beste castraten van die tijd in Wenen, waaronder Giovanni Carestini die was uitgenodigd om te zingen tijdens de kroning voor Karl IV. Zelfs de grote Farinelli, een goede vriend van de dichter en librettist Metastasio (wiens huis zich nog steeds op de hoek van Kohlmarkt en Michaelerplatz bevindt), gaf hier vanaf 1724, regelmatig uitvoeringen”.

“Later”, vervolgen de auteurs, “werden de Mozart-opera’s die in première gingen of nieuw leven werden ingeblazen in het Alte Burgtheater aan de Michaelerplatz, bijna uitsluitend uitgevoerd door Italianen. Francesco Benucci was bv. de eerste Figaro; Adriana Ferrarese del Bene en Louise Villeneuve waren de eerste vertolkers van Fiordiligi en Dorabella, Francesco Bussani was de eerste Alfonso en Bartolo, Nancy Storace (wiens naam eigenlijk Anna Selina Storace was) was de eerste Susanna, Stefano Mandini was de eerste Conte, en Luigia Laschi-Mombelli was de eerste Contessa”.

“Vanaf 1848”, zo lezen we verder, “werden opera’s in Wenen nog uitsluitend in het Duits gezongen. Dit was ook het geval toen de Hofoper op 24 mei 1869 werd geopend met een uitvoering van Mozarts “Don Giovanni”. Al tientallen jaren bestond het ensemble van de Opera van Wenen voornamelijk uit Duitsers en Oostenrijkers. Afgezien van een paar uitzonderingen werden bijna alle rollen toegewezen aan leden van het ensemble.

Slechts een handvol internationale zangers reisde van het ene naar het andere theater, zoals vandaag het geval is, om gastoptredens te geven in Wenen, onder wie Feodor Chaliapin (foto) (3 uitvoeringen in totaal), Enrico Caruso (14), Beniamino Gigli (foto) (5) of Jussi Björling (14). Soms was er geen enkele zanger van het ensemble van de Hofoper, of later de Staatsoper, die geschikt was voor een bepaalde rol zodat de regisseur gedwongen werd om een gastsolist(e) voor die reeks voorstellingen in te schakelen”.

“Over het algemeen”, vervolgt men, “werden bijna alle delen toegewezen aan de permanente leden van het ensemble van de Opera. Tegenwoordig zijn de zangers niet zo veelzijdig. De Staatsoper toonde bv. “Cosi fan tutte” en “Die Frau ohne Schatten” op 14 en 16 september 1934 in Venetië onder de muzikale leiding van Clemens Krauss. Elk van de zangers moest in beide opera’s spelen, Viorica Ursuleac als Fiordiligi (foto) en Keizerin, Franz Völker als Ferrando en Keizer, Gertrude Rünger als Dorabella en Voedster (“Amme”), Josef von Manowardz als Don Alfonso en Barak”.

“Terwijl Karl Böhm (foto), die de directeur van de Staatsoper was tijdens de heropening in 1955, het bestaand systeem (bv. “Don Giovanni” in het Duits) dirigeerde, besloot zijn opvolger Herbert von Karajan, om het systeem te moderniseren, en de opera’s alleen nog in de originele taal uit te voeren. Aan het begin van zijn mandaat speelde hij bv. een nieuwe, memorabele productie van Verdi’s “Otello” in het Italiaans, met drie Italiaanse vertolkers, Del Monaco, Zampieri en Calzani, samen met Leonie Rysanek”. Dit prachtboek mag u voor geen geld ter wereld missen. Een absolute must!

    Alles gute zum Geburtstag! Prosit!

BEL CANTO Wiener Staatsoper 24 x 32 cm Hardcover 240 bladz. 153 foto’s Duits Engels Frans Edition Lammerhuber ISBN 978-3-903101-63-0