“Minnespiel”, “Spanisches Liederspiel” en “Spanische Liebeslieder” van Robert Schumann, op het label Naxos.

De bekendste Liedcycli van Schumann zijn “Liederkreis” op. 40 (Eichendorff), “Frauenliebe und –leben” op. 42 (Chamisso), “Liederkreis” op. 24 en “Dichterliebe” op. 48 (beide op tekst van Heine), en “Myrthen” op. 25 (verschillende dichters). Op deze cd ontdekt u weliswaar solo liederen, vocale duetten en een vocaal kwartet, uit drie van zijn minder uitgevoerde liedcycli.

Op de cd staan drie liederen uit Lieder op. 101 (“Minnespiel aus Rückerts Liebesfrühling”), “Schön ist das Fest des Lenzes”, “Die tausend Grüße, die wir dir senden” en “So wahr die Sonne scheinet”. Daarna volgen de tien Liederen op. 74 (“Spanisches Liederspiel”) en de Liederen, op. 138 (“Spanische Liebeslieder”).

Tot 1839 componeerde Schumann uitsluitend pianomuziek. Toen ontstonden zijn grote pianocycli. 1840 was het eerste jaar van zijn liedcycli. Hij componeerde in dat jaar zo maar eventjes 138 liederen. Grote stimulans en inspiratiebron was Clara. Na intriges die bij Schumann tot een zenuwcrisis en aanvallen van zwaarmoedigheid leidden, konden ze uiteindelijk, via toestemming van de rechtbank, op 12 september 1840, daags voor de 21ste verjaardag van Clara, in de Gedächtniskirche van Schönefeld in Leipzig met elkaar huwen. Het echtpaar bleef tot 1844 in Leipzig wonen. In 1844 vertrok het echtpaar Schumann van Leipzig naar Dresden en in 1850 werd hij stedelijke muziekdirecteur in Düsseldorf. De eerste huwelijksjaren waren de gelukkigste van Schumanns leven.

In 1849 componeerde Schumann drie liedcycli voor zowel solostemmen, duet als kwartet. Hij keerde terug naar zijn favoriete dichter, Friedrich Ruckert (1788-1866) (foto), voor “Minnespiel”, met zijn onderliggend religieus thema, waarvan drie (nrs. 5, 7 en 8) van de acht toonzettingen te horen zijn op deze opname, een charmant lentelied, een duet en het laatste kwartet. In maart 1849 componeerde Schumann “Spanisches Liederspiel”, negen liederen voor vier solo stemmen en piano op teksten uit de “Volkslieder und Romanzen der Spanier im Versmasse des Originals verdeutscht” (1843) van Geibel. In “Spanisches Liederspiel” roept de muziek op bepaalde plaatsen Spaanse ritmes op zoals de bolero, terwijl het vervolg, de “Spanische Liebeslieder”, het cyclusconcept voortzet door gebruik te maken van een piano duet (vierhandig) als begeleiding.

Deze cyclus bestaat uit een Vorspiel (Prélude) voor piano, vier liederen, twee duetten, een Romanze, een Intermezzo voor piano, en een Kwartet. Beide Spaanse cycli op gedichten van Emanuel Geibel (1815-1884) (foto), bevatten dramatische verhalen over een meisje en een jongen. Geibel vertaalde in 1852 samen met Paul Heyse ook het “Spanisches Liederbuch” en in 1860, samen met Adolf Friedrich von Schack, “Romanzero der Spanier und Portugiesen”. Von Schack publiceerde op zijn beurt de drie delen, “Geschichte der dramatischen Literatur und Kunst in Spanien” (1845-1846).

In 1841-1842 had Geibel nl. op “Schloss Escheberg” (foto) nabij Zierenberg/Kassel (Hessen), de bibliotheek met Spaanse literatuur van de kunstmecenas, Karl-Otto von der Malsburg, gecatalogiseerd. In dit bijzonder Schloss kwamen tal van dichters en componisten samen in de “Poetenstube”. Bezoek bij gelegenheid misschien ook  eens de “Schackgalerie” met de prachtige “Sammlung Schack”, aan de Prinzregentenstraße in München.

Het lijkt waarschijnlijk dat Schumann het voornemen had om zijn “Spanisches Liederspiel” een verhalende eenheid te geven. Twee geliefden hebben het over “Melancholie” en “Geständnis” (bekentenis), en de ensembles personifiëren de vrouwelijke geliefde en de minnaar. Het cyclisch concept werd weliswaar pas bedacht na de eerste uitvoering, want Schumann had het werk aanvankelijk anders gepland. In de eerste versie had de alt ook een solo lied en had de bas er twee. Na een eerste uitvoering vond Schumann dat de cyclus aangepast moest worden. Hij besloot om de twee langzame liederen (de oorspronkelijke nummers 4 en 6, één voor alt en één voor bariton) weg te laten. Hij voelde nl. dat deze ondanks hun charmant effect, de dramatische stroom van het werk belemmerden. De liederen die hij weg liet waren “Hoch, hoch sind die Berge” voor de alt en “Flutenreicher Ebro” voor de bariton. Beide liederen kregen later een plaats in de cyclus, “Spanische Liebeslieder”.

Schumann vond ook dat “Der Kontrabandiste” (de smokkelaar), strikt genomen, geen deel uitmaakte van de actie. “Der Kontrabandiste” publiceerde hij als een “Anhang” (nr. 10) bij het werk. Dit lied was oorspronkelijk tussen “Geständnis” (nr. 7) en “Botschaft” (nr.8) geplaatst om een contrast qua stemming en tempo te vormen. Beluister bv. eerst “So wahr die Sonne scheinet” (track 3), “Erste Begegnung” (track 4), “Flutenreicher Ebro” (track 18), “In der Nacht” (track 7) of “Hoch, hoch sind die Berge” (track 21).

De uitvoerders zijn Anna Palimina (sopraan) (foto), Marion Eckstein (alt), Simon Bode (tenor), Matthias Hoffmann (bas-bariton), en Ulrich Eisenlohr en Stefan Irmer (piano) (fot). De cd werd opgenomen in het “Kulturzentrum Immanuel” in Wuppertal. Annette en Manfred Schumacher tekenden voor de productie. Helaas ontbreken de gedichten in het bijbehorend cd boekje, maar Keith Anderson schreef daarentegen interessante achtergrondinformatie. Een aanrader.

Schumann Minnespiel Spanisches Liederspiel Spanische Liebeslieder cd Naxos 8573944