Sfeervolle Consort Music van John Jenkins, door “The Spirit of Gambo” met Freek Borstlap, op het label musicaficta.

John Jenkins (1592-1678) was misschien wel de populairste, Engelse componist in het gouden tijdperk van muziek voor gamba’s. De reden was zijn zeldzame, melodische gave, gekoppeld aan een uitzonderlijke kennis van harmonie en modulatie. Zijn contrapunt gaf aan elke partij een gelijkwaardige stem in een bijzonder muzikaal gesprek en Jenkins componeerde in een stijl die het midden hield tussen de vroegere polyfonie van Byrd en de latere, concertante stijl van Purcell.

De naam “Spirit of Gambo” komt van twee manuscripten, “The First Part of Ayres, French, Pollish and Others” uit 1605 en “Captain Humes Poeticall Musicke” van rond 1607, die verwezen naar de viola da gamba als een “Gambo Violl.” John Jenkins trad met zijn Consort Music in de voetsporen van Byrd maar breidde zijn harmonisch vocabulaire aanzienlijk uit. Jenkins lijkt de harmonische experimenten die in de 16de eeuw uit Italië kwamen, gekend te hebben, want zijn fantasieën cirkelen rond aanverwante toonaarden, zonder daarbij de sfeer van verfijnde melancholie, kenmerkend voor de klank van gamba’s, te verliezen. “The Spirit of Gambo” voert deze overgangen soepel uit op moderne kopieën van 17de-eeuwse instrumenten met darmsnaren, gebouwd door de Nederlandse bouwer Gesina Liedmeier.

Er is weinig bekend over het vroeg leven van Jenkins. Hij was de zoon van Henry Jenkins, een timmerman die ook muziekinstrumenten maakte,en was mogelijks “Jack Jenkins” die in 1603 in het huishouden van Anne Russell, gravin van Warwick, werkte. Het eerste historisch verslag van Jenkins is van een van de musici die in 1634, de masque “The Triumph of Peace” aan het hof van koning Charles I. uitvoerden. Jenkins werd als een virtuoos beschouwd op de lyra-viol. Koning Charles I van Engeland merkte op dat Jenkins “wonderen deed op een zijn instrument”. Toen in 1642 de Engelse Burgeroorlog uitbrak, dwong het Jenkins, net als vele anderen, om naar het platteland te migreren. Tijdens de jaren 1640 was hij werkzaam als muziekmeester bij twee Royalistisch gezinde families, de Derhams in West Dereham en de familie Hamon le Strange. Hij was ook bevriend met de componist William Lawes (1602-1645).

Jenkins werd geboren tijdens het bewind van Elizabeth I in 1592 in Maidstone in Kent en hij overleed tijdens het bewind van Charles II in Kimberley, Norfolkin 1678, waardoor hij 86 jaar oud was toen hij stierf. Jenkins woonde van 1660 tot 1668 bij de familie North in Kirtling, Cambridgeshire. Dit was een prominente politieke familie met een sterke muzikale traditie. Er waren zes zonen, allen muzikaal, met in het bijzonder Francis, die Lord Keeper of the Great Seal werd, en Roger, die uitgebreid over muziek schreef, en een intiem en sympathiek portret van Jenkins als vriend en mentor naliet.

Rond 1640 bewerkte Jenkins “In Nomine” voor een consort van gamba’s, gebaseerd op de traditionele, gregoriaanse melodie. Hij componeerde daarmee een opmerkelijk stuk programmamuziek, bestaande uit een pavane en een galliarde, die de tegenstelling tussen de rouw om de doden en de viering van de overwinning na de belegering van Newark (1646), evoceerde. In de jaren 1650 werd Jenkins resident muziekmeester van Lord Dudley North in Cambridgeshire, wiens zoon Roger (foto) zijn biografie schreef.

Het was in deze jaren, tijdens het Gemenebest onder Oliver Cromwell, dat Jenkins, bij gebrek aan muziek, meer dan 70 suites componeerde voor amateur-huishoudens. Na de restauratie werd hij musicus aan het koninklijk hof. Aan het hof van Charles II geraakte het consort echter stilaan uit de mode. Zijn laatste broodheer was Sir Philip Wodehouse of Kimberley in Norfolk. Jenkins werd begraven in de St. Peter’s Church in Kimberley (foto).

In april 2015 had het ensemble “The Spitit of Gambo”, een succesvol live optreden in het TV programma, “Podium Witteman”. Voor de vorige cd ‘Jenkins consort music of four parts’ (foto) ontving “The Spirit of Gambo” een Diapason d’ Or. “The Spirit of Gambo” is te gast op internationale festivals en maakte diverse cd’s waaronder “The Silver Swan” (foto), een opname met de sopranen Claron McFadden en Aleksandra Anisimowicz, en een cd met instrumentale muziek van Christopher Tye (ca.1505 – voor 1573).

De uitvoerders, “The Spitit of Gambo”, zijn Freek Borstlap en Liam Fenelly, discant gamba of treble viol, Thomas Baeté, basgamba en Ivanka Neeleman en Geesje Liedmeier, tenor viol.

Freek Borstlap is de artistieke leider. Naast zijn internationale carrière als solist, barytonspeler en docent, legt hij zich vooral toe op de uitvoering van ensemblemuziek voor viola da gamba. Met “The Spirit of Gambo” maakte hij vele opnames met consort muziek, maar ook met Franse en Duitse barokke kamermuziek.

Liam Fennelly studeerde viool en altviool en studeerde daarnaast aan verschillende universiteiten, taal en literatuur van het Midden-Oosten en Centraal Azië. Eind jaren ‘80 hernam hij zijn muziekstudie en ging in de leer bij Thomas Binkley, Wendy Gillespie, Marianne Müller en Wieland Kuijken. Hij speelt samen met gespecialiseerde ensembles als de Capilla Flamenca, Currende en het Ricercar Consort en hij maakt ook deel uit van verschillende theater-en dansproducties van HardtMachin, muziektheater LOD, en Les Ballets C de la B. Hij is huidig/voormalig lid van Capilla Flamenca, Zefiro Torna, Hathor Consort, RedHerring Baroque Ensemble, en gastlid van Ensemble Clematis.

Als gambist en vedelspeler speelt Thomas Baeté onder meer bij de ensembles Capilla Flamenca, Mala Punica, Graindelavoix en La Caccia. Hij is vast ensemble lid van La Roza Enflorese (sefardische muziek) en La Folata (Middeleeuws repertoire). Met deze ensembles nam hij een tiental cd’s op en was hij te horen in Europa en daarbuiten. Daarnaast geeft Thomas gamba- en ensemble les aan het Stedelijk Conservatorium in Leuven en aan de Académie de Musique van Sint-Lambrechts-Woluwe.

Ivanka Neeleman studeerde o.a. viola da gamba bij Wieland Kuijken. Zij is regelmatig te gast bij verschillende orkesten en ensembles voor oude muziek zoals het Capilla Flamenca, Zefiro Torna, Brisk en het Combattimento Consort. Daarnaast geeft ze gamba les aan de muziekschool in Leiden en is ze leerkracht op een Vrijeschool in Den Haag.

Gesina (Geesje) Liedmeier, medeoprichtster van The Spirit of Gambo, studeerde viola da gamba bij Marianne Müller en Wieland Kuijken. Ze speelde in vele ensembles en producties, zoals met Collegium Vocale Gent, en naast musicus is zij een succesvol bouwer van historische instrumenten. “The Spirit of Gambo” speelt dan ook meestal op haar viola’s da gamba.

John Jenkins Vol. III Consort Music for Viols in Five Parts The Spirit of Gambo Freek Borstlap cd musicaficta/pavane records MF8030