“Chinese filosofie” van Karel van der Leeuw, een meer dan schitterende uitgave van Boom uitgevers Amsterdam.

In dit uitgebreid standaardwerk wees Karel Van der Leeuw (1940-2015) regelmatig op parallellen en verschillen met de westerse filosofie. Mede door dit comparatief karakter, is het uitzonderlijk interessant boek, een toegankelijke introductie tot Chinese filosofen en het Chinees denken. Schitterend!

Chinese filosofie laat de lezer kennismaken met de grote rijkdom van het Chinees denken. Het boek is thematisch opgezet, en behandelt onder meer het Chinees mensbeeld, opvattingen over de natuur, de rol die de dialoog speelt in canonieke teksten als deze van Confucius, en de metafysica en de rol die goden, geesten en demonen spelen in de Chinese samenleving. Ook komen onderwerpen als muziek, waarzeggerij, geneeskunde en de relatie tussen China en Europa aan de orde.

De Shang-dynastie, de klassieke periode van de Chinese filosofie met de Orakelteksten, was de eerste echte dynastie van China, waarvan men lang gedacht heeft dat het een mythe was. Daarop volgde de Zhou-dynastie (eind 10de eeuw voor Chr. – 256 voor Chr.) met inscripties op bronzen vaten, en de middeleeuws-Chinese filosofie (bv. Lente- en Herfstannalen (‘Chunqiu’)) in de “Periode van Lente en Herfst”(722 v. Chr.-403 v. Chr.) en de “Periode van de Strijdende Staten” (359 v. Chr.-221 v.Chr.), de tijd van Confucius, Mozi, Mencius, Laozi, Zhungzi en Xunzi. De tijd van de Qin- (221 v.Chr.-206 v.Chr.) en Han-dynastieën (206 v.Chr. – 220 na Chr.) was de periode van o.a. Chinese sofisten of dialectici en Wang Chong, Wang Bi, Xi Kang en Ge Hong.

Na deze kwam het tijdperk van de Drie Koninkrijken (220-280), de Sui- (581-618) en Tang-dynastieën (618- 907), met o.a. Boeddhistische scholen, Lin Ao en Han Yu, het tijdvak van de Vijf Dynastieën en Tien Koninkrijken (907-960) (periode van verdeeldheid), en het begin van de Song-dynastie (960-1279) met o.a. Shao Yong, Cheng Yi, Cheng Hao, Zhou Dunyi en Zhang Zai. De Yuan-dynastie, die China van 1279 tot 1368 regeerde, de tijd van Wu Cheng, was de voortzetting van het Mongools Rijk, werd gevolgd door de Ming-dynastie (1368-1644) met Wang Yangming.

“Leef de waarheid, spreek haar niet slechts uit. Een pad ontstaat door er op te lopen. Rust in de ziel is het grootste geluk.”

Daarna volgde de Qing-dynastie of Mantsjoe-dynastie, de laatste keizerlijke dynastie van China tot de Republiek China in 1912. In deze periode waren de belangrijkste filosofen, Wang Fuzhi, Yan Yuan, Dai Zhen, Zhang Xuecheug en Zeng Guofan. De laatste grote filosoof was wellicht Kāng Yǒuwéi (1858-1927) (foto), de auteur van “Da t’ung Shu” (“The Book of Great Unity”).

Tijdens de klassieke periode van de Zhou-dynastie leefden Kung Fuzi, Mozi, Mencius, Han Fei, Zhuangzi en Laozi (6de – of 5de eeuw v.Chr). Kung Fuzi (Confucius) formuleerde in een aantal canonieke boeken het moreel en politiek systeem (het confucianisme). Bijna twee eeuwen later ondernam Mengzi een poging om het confucianisme tot de basis van het Chinees bestuur te maken. In diezelfde tijd ontstond ook het mystiek taoïsme, toegeschreven aan de filosoof Laozi.

“De wetenschappen beoefenen en de mensen niet liefhebben, is hetzelfde als een fakkel ontsteken en de ogen sluiten.”

Zhuangzi werkte het verder uit en Mozi ontwikkelde de idee dat universele liefde en wederzijds voordeel, de enige manier was om de samenleving te redden, een praktisch georiënteerde en ondogmatische utiliteitsfilosofie, die bekend staat als het mohisme. Andere stromingen waren het legalisme, de staatsideologie met gehoorzaamheid aan wetten van de Qin-dynastie, en de leer van yin en yang, voor het eerst genoemd in de “I Tjing”, ongeveer 3000 jaar voor Chr..

Karel van der Leeuw, een groot kenner van de Chinese filosofie, die op 31 juli 2015 in Amsterdam overleed, kon deze schitterende, toegankelijke introductie tot het Chinees denken, helaas niet afmaken. De nog ontbrekende hoofdstukken van zijn boek werden geschreven door Jan Bor, Jan De Meyer, Burchard Mansvelt Beck en Dianne Sommers. Nu vormt het vervolledigd  boek  dé ideale gids doorheen het Chinees denken.

“Grote mensen spreken over ideeën, middelgrote over gebeurtenissen en kleine over mensen. De dwaas doet wat hij niet laten kan, de wijze laat wat hij niet doen kan.”

Karel van der Leeuw (1940-2015) was docent oosterse wijsbegeerte aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zijn specialiteit was confucianisme. Na zijn pensionering was hij nog lange tijd verbonden als gastdocent/gastonderzoeker aan het departement Wijsbegeerte van de faculteit der Geesteswetenschappen van de UvA. Daarnaast was van der Leeuw medeoprichter van het Centrum voor Kinderfilosofie en de Europese Stichting voor Kinderfilosofie Sophia.

Reeds in 1994 schreef hij “Het Chinese denken. Geschiedenis van de Chinese filosofie in hoofdlijnen”, in 2003 gevolgd door “25 Eeuwen oosterse filosofie (foto) (redactie, samen met Jan Bor)”. In 2006 verscheen dan “Confucianisme. Een inleiding in de leer van Confucius” en de vertaling en inleiding van Leibniz’ “Discours sur la théologie naturelle des Chinois””. In 2008 volgde “Mencius. Inleiding, vertaling en commentaar” (foto), zijn vertaling van de gesprekken van Meester Meng (ca. 300 v. Chr.), één van de hoofdwerken van het confucianisme. Nu is er zijn postuum verschenen “Chinese filosofie”.

Dit boek wil een achtergrond bieden bij een aantal bekende en minder bekende facetten van het Chineés denken. Het is geordend naar thema’s en niet chronologisch, zodat het verband tussen de verschillende hoofdstukken wat los blijft en de volgorde ervan enigszins willekeurig is. Ondanks onderlinge verwijzingen is het heel goed mogelijk slechts één enkel hoofdstuk te lezen, of de hoofdstukken te lezen in willekeurige volgorde. De themakeuze is arbitrair, India, Japan, Korea en Tibet krijgen slechts incidenteel aandacht. Daarentegen bevatten meerdere hoofdstukken, gedeelten over Europese en Indiase filosofie en filosofiegeschiedenis.

Dit boek is geen wetenschappelijk werk, maar een boek voor iedereen die iets wil proeven van de achtergrond van een andere denktraditie. Na het voorwoord door Dianne Sommers, leest u over Filosofie in Oost &West, Dao, de ‘weg’, het streven naar onsterfelijkheid, Lichaam en geest: achtergronden van de Chinese geneeskunde (Dianne Sommers), Boeddhisme: ontkomen aan het leed van de wereld en Zenboeddhisme, verhalen en anekdotes in Chinees denken, en Logica en taalfilosofie in het oude China.

Daarna volgen de hoofdstukken waarvan enkele geschreven werden door anderen, Metafysica in het Chinees denken (Jan Bor), Goden, geesten en demonen (Jan De Meyer), Waarzeggerij en de Yijing: de emblemen van de wereld, Muziek in het antiek Chinees denken, Vrij en onbekommerd: de confucianistische moraal onder vuur (B. J. Mansvelt Beck), China en Europa, en De studie der Chinese wijsbegeerte in het Westen: een bibliografisch overzicht. Een handige historische tabel besluit dit schitterend boek dat u voor geen geld ter wereld mag missen. Een must! Zeker lezen.

Karel van der Leeuw Chinese filosofie, Essays over een wondere wereld 456 blz. Boom uitgevers Amsterdam ISBN 9789024404872 

“Als er licht is in de ziel, zal er schoonheid zijn in de mens. Als er schoonheid is in de mens, zal er harmonie zijn in het huis. Als er harmonie is in het huis, zal er rust zijn in het land. Als er rust is in het land, zal er vrede zijn op aarde.”