De opera/tragédie lyrique, “Olimpie” van Gaspare Spontini, de nieuwe, schitterende uitgave van Bru Zane. Een heuse (her)ontdekking! Karina Gauvin zingt de lyrische hoofdrol.

De naam van de componist, Gaspare Spontini (1774-1851), verschijnt niet vaak meer op de affiches. De Italiaan maakte vooral in Duitsland en Frankrijk carrière en wordt nu beetje bij beetje herontdekt. In 1805 werd Spontini, hofmusicus van de Franse keizerin Joséphine, waarmee hij ook de aandacht van Napoleon op zich vestigde. Tot dan toe had hij vooral komische opera’s gecomponeerd. Zijn werk werd tragischer en kreeg een meer classicistische inslag. Met “Olimpe”, componeerde hij een meesterwerk dat hier al even meesterlijk werd uitgevoerd! Niet te missen!

In 1844 dirigeerde Richard Wagner “La Vestale” in Dresden. Spontini was aanwezig. “Fernand Cortez” werd in 1951 in Napels opgevoerd met de 29-jarige Renata Tebaldi. De Scala opende haar seizoen in 1954 met “La vestale” met Maria Callas en de tenor Franco Corelli in een regie van Luchino Visconti. Rosa Ponselle schitterde ooit in opera’s van Spontini. In 1969 volgde dan de opvoering met o.a. de bariton Renato Bruson en in 1970 kwam een memorabele opvoering met Montserrat Caballé o.l.v. van de 21-jarige Riccardo Muti. Wil ik maar zeggen dat Spontini in de jaren ’50 en ’60 van de 20ste eeuw nog gespeeld werd, maar hij ondertussen hetzelfde lot is ondergaan als Meyerbeer, hoewel zijn geboorteplaats Maiolati nabij Ancona, vandaag Maiolati Spontini heet, en u er de “Casa-museo Gaspare Spontini” (foto’s) kan bezoeken.

Spontini had een opvallend leven. Hij was voorbestemd om geestelijke te worden, maar kon daar aan ontsnappen door naar Napels te vluchten. Daar ging hij naar het conservatorium. Na bitter weinig succes in Italië met zijn opera’s vestigde hij zich dan in Frankrijk. Daar componeerde hij opéras comiques. Na vele moeizame jaren had hij dan in 1807 met steun van keizerin Joséphine, de gemalin van Napoleon, uiteindelijk succes met zijn grand opéra La vestale, opgevoerd door de Académie impériale de Musique in de Salle Montansier, later bekend als het Théâtre de la République et des Arts. In navolging van Joséphine genoot hij dan de bescherming van Napoleon door wie in 1809 zijn opera Fernand Cortez, ou La conquête du Mexique werd opgevoerd.

Na zijn Napoleontische tijd ruilde hij in 1819 Parijs voor het hof van koning Frederik Willem III van Pruisen. Spontini werd er “General-Musik-Direktor der Königlichen Schauspiele” in Berlijn en werd de eerste “Musiker Preußens”. Hij leidde de opera van Berlijn, maar werd weg geconcurreerd door de typisch Duits romantische opera “Der Freischütz” van Carl Maria von Weber (foto). Spontini werd verweten de ontwikkeling van de Duitse opera tegen te houden. Hij werd beschouwd als ‘den Verhinderer der deutschen Oper’. Na het overlijden van zijn laatste broodheer, de Pruisische koning, keerde hij naar Franrijk terug, maar daar talmde zijn roem. Berlioz deed er alles aan om zijn werken nog opgevoerd te krijgen doch Spontini moest wijken voor Rossini en Meyerbeer.

Spontini componeerde zijn “Olympie” op een libretto van Michel Dieulafoy en Charles Brifaut, lid van het ‘salon de Madame Vigée-Lebrun’, geïnspireerd door het gelijknamig toneelstuk van Voltaire (foto). De eerste opvoering vond plaats op 22 december 1819 in de “Opéra de la rue Richelieu” (Théâtre-National) in Parijs. Het libretto werd vertaald, zodat de opera ook in het Duits (vertaling door Ernst Theodor Amadeus Hoffmann) en in het Italiaans kon worden opgevoerd.

Hector Berlioz (foto) vond de opera subliem. Volgens Berlioz was Spontini na Gluck, het grootste genie van de Franse muziek die de weg vrij maakte voor het romantisch tijdperk. Deze fijne partituur met zijn verbazingwekkende orkestratie, steekt effectief van begin tot einde, vol met spectaculaire effecten die reeds duidelijk verwezen naar “Les Troyens” van Berlioz. De alomtegenwoordigheid van een enorm koor, de dappere vocale partij voor Antigone, het pathos van de rol van Statira (bedacht voor Caroline Branchu (foto), die toen op het hoogtepunt was van haar carrière), alle ingrediënten waren aanwezig om een krachtige impact te maken op luisteraars zoals Berlioz, die tot tranen toe bewogen was. “Olimpe” was ongetwijfeld één van de eerste grote, epische opera’s van het begin van de negentiende eeuw. Berlioz noemde Caroline Branchu (1780-1850) overigens, “la tragédie lyrique incarnée”

De eerste akte toont een replica van de tempel in Istanbul en het voorplein van de Tempel van Diana. Antigone, koning van Azië en Cassander, de koning van Macedonië, waren betrokken bij de moord op Alexander. Ze hebben ook oorlog gevoerd, maar zijn nu klaar om zich te verzoenen. Er is echter een nieuwe bedreiging voor de vrede. Het is een slaaf, Aménais. Aménais is eigenlijk Olympia, de dochter van Alexander de Grote, die vermomd is. Stateira, de weduwe van Alexander en moeder van Olympia, is op haar beurt vermomd als priesteres. Ze verzet zich tegen het huwelijksplan van Olympia en Cassandra, want ze beschuldigt hem van de moord op haar overleden echtgenoot, Alexander.

Wanneer Stateira en Olympia hun ware identiteit aan elkaar en aan Cassandra onthullen, verdedigt Olympia Cassandra tegen de beschuldigingen van Stateira en beweert dat hij haar leven heeft gered. Stateira twijfelt en is nog steeds van plan wraak te nemen met de hulp van Antigone en zijn leger. Olympia is verdeeld tussen haar liefde voor Cassandra en haar loyaliteit aan haar moeder. Ondertussen botsen Cassandra’ en Antigone’ troepen, en wordt Antigone dodelijk gewond tijdens het gevecht. Hij bekent voor zijn dood dat hij de enige is die verantwoordelijk is voor de dood van Alexander. Cassandre is nu vrij om met Olympia te trouwen.

In de originele versie die in 1919 in Parijs werd gegeven, is Cassandra de moordenaar van Alexander. Na zijn overwinning plegen Stateira en Olympia zelfmoord en worden door de geest van Alexander naar het hiernamaals geroepen. In het drama van Voltaire is Olympia getrouwd met Antigone en gooit zichzelf in het vuur terwijl ze haar liefde voor Cassandra opbiecht. Spontini begon met de compositie in 1812. Het was zijn derde grote werk voor de Parijse Opera. Het combineerde een gevoel van nauwkeurigheid in de psychologie van de personages, die reeds aanwezig was in zijn vorige opera “La Vestale”, en een zekere massieve vocaliteit, reeds aanwezig in zijn “Fernando Cortez”. Olympia was als het ware de muzikale pendant van de neoklassieke architectuur.

De eerste opvoering in Parijs in 1819, veroorzaakte gemengde reacties, waardoor Spontini zijn opera uit de programmering trok na de zevende uitvoering op 12 januari 1820. Dit half succes leidde ertoe dat Spontini een eerste revisie uitvoerde, met name van het einde van de opera, waarbij de componist uiteindelijk de voorkeur gaf aan een minder tragisch einde.

De herziene versie werd opgevoerd in de Duitse vertaling in mei 1821 in de “Staatsoper Unter den Linden” in Berlijn, gedirigeerd door Spontini zelf, nadat Spontini reageerde op de uitnodiging van Koning Frederik Willem III van Pruisen (foto) die op zoek was naar een nieuwe muziekdirecteur. De opvoering in Berlijn was een succes en gaf nieuw leven aan het werk, wel 78 opvoeringen in Berlijn, maar ook in Dresden (met toevoegingen van Carl Maria von Weber), Kassel, Keulen en Darmstadt.

Voor de productie van Olympia is een zeer groot orkest nodig, inclusief ophicleïdes (foto), de koperen blaasinstrumenten die het midden hielden tussen de serpent en de saxofoon, die trouwens voor de eerste keer werden gebruikt. De uiteindelijke versie of Berlijnse versie, bevatte een enscenering met spectaculaire effecten, waaronder een scène met Cassandra op de rug van een olifant.

Spontini maakte een tweede herziening van Olympia voor een opvoering in de Opera “Le Peletier” op 27 februari 1826. Ondanks aanpassingen en toevoegingen, worstelde de opera nog steeds om de interesse van het Frans publiek te wekken. Men vond het verouderd en ze moest concurreren met de opera’s van Rossini. De opera raakte in de vergetelheid en werd in concertvorm nog eens uitgevoerd in Rome in 1885, in Firenze in 1930 (met Tebaldi o.l.v. Serafin), La Scala in Milaan in 1966 (audio-opname), en op het Perugia Festival in 1979.

De rolverdeling is Karina Gauvin (Olimpie), Kate Aldrich (Statira) (foto), Mathias Vidal (Cassandre), Josef Wagner (Antigone), Philippe Souvage (Hermas) en Patrick Bolleire (L’Hiérofante). Het Vlaams Radiokoor/Flemish Radio Choir en “Le Cercle de l’Harmonie” worden gedirigeerd door Jérémie Rhorer.

Met een groot aantal spectaculaire effecten, pathos en theatraliteit, voerde Spontini in zijn “Olimpie”, waarvan de heldin hier gevoelig wordt geïnterpreteerd door Karina Gauvin, de dramatische effecten van de lyrische tragedie op. Aan het hoofd van “Le Cercle de l’Harmonie”, neemt Jérémie Rhorer de luisteraar mee naar het hart van een politiek familiedrama.

Kate Aldrich (foto) is de mooie belichaming van een vurige Statira, Mathias Vidal (tenor) (foto) is een heldhaftige Cassandre, en Josef Wagner (bariton) (foto) speelt een angstaanjagende Antigone. De orkestepisodes en koorscènes in de opera zijn overweldigend. Maar tegelijkertijd ontwikkelde Spontini een geheel eigen Franse lyriek, waarmee hij de titelheldin ten volle liet schitteren, echt iets voor de Canadese sopraan, Karina Gauvin (°1966) uit Repentigny in Quebec.

Reeds als tiener begon Karina Gauvin zangles te volgen bij de mezzosopraan Catherine Robbin in Toronto. Ze verhuisde met haar familie naar Montreal en ging kort daarna naar de McGill University, waar ze afstudeerde in de kunstgeschiedenis, terwijl ze daar in het koor zong van de universiteit, geleid door Nicole Paiement. Paiement overtuigde Gauvin ervan een carrière als zangeres na te streven en Gauvin verliet vervolgens McGill voor het “Conservatoire de musique du Québec à Montréal”, waar ze leerlinge werd van Marie Daveluy. Ze studeerde later in Glasgow bij de contralto Pamela Bowden aan de Royal Scottish Academy of Music and Drama.

Gauvin maakte haar professioneel operadebuut bij de Glimmerglass Opera. Ze won de eerste prijs op de nationale radiowedstrijd CBC en de liedprijs, en in 1994, de publieksprijs op de internationale vocale Wedstrijd in ‘s-Hertogenbosch. Andere prijzen die ze won waren de Virginia Parker Prize (Canada Council) en de Maggie Teyte Memorial Prize in Londen. Ze zong ondertussen o.a. met de Chicago Symphony, Les Violons du Roy, Los Angeles Philharmonic, Minnesota Orchestra, Montreal Symphony Orchestra, Orchestre Symphonique de Québec, Philadelphia Orchestra en het Toronto Symphony Orchestra.

Jérémie Rhorer (°1973) is een Franse klavecinist, organist, componist en dirigent, die klavecimbel, fluit en compositie studeerde aan het Conservatorium van Parijs. Zijn leraren en mentoren waren Emil Tchakarov, William Christie en Marc Minkowski. In 1995 richtten Rhorer en Pejman Memarzadeh, het “Orchestre des Musiciens de la Prée” op, waarmee Rhorer onder de aandacht kwam van Minkowski. In 2005 waren Rhorer en de violist Julien Chauvin, (violist van “Archibudelli” met Anner Bijlsma), medeoprichters van het periode-instrument orkest, “Le Cercle de L’Harmonie”. Rhorer en “Le Cercle de L’Harmonie” hebben opnames gemaakt voor labels als Virgin Classics, en het orkest maakte zijn Brits debuut in 2011 in het Barbican Centre en The Proms in juli 2016. Rhorer maakte zijn VS debuut in 2008 met het Chamber Orchestra of Philadelphia. Eerder namen ze Luigi Cherubini’s “Lodoïska” (cd) en Grétry’s “L’amant jaloux” (dvd) op, en in 2013 dirigeerde Rhorer “La Vestale” van Gaspare Spontini.

In het boek bij deze nieuwe, alweer schitterende uitgave van het Bru Zane-label (“Opéra français”-serie, band 20), wordt de context waarin Olimpie werd gecomponeerd geanalyseerd, en ontdekt u de geheimen achter de ontstaansgeschiedenis van een werk dat een revolutie in de opera teweeg zou brengen. In het boek leest u zowel in het Frans als in het Engels, een uitvoerige tekst van Olivier Bara “Olimpie de Spontini, entre tragédie lyrique et grand opéra”, onderverdeeld in “Olimpie et ses avatars: une triple création”, “L’Académie royale de musique entre 1819 et 1826”, “Une tragédie voltairienne sous la restauration”, “La version de 1819: fidélité relative à Voltaire” en “La version de 1826: trahison du modèle voltairien”, en “Tragédie lyrique ou grand opéra?”. Daarna volgt Gérard Condé met een tekst over het “Parcours de l’oeuvre – Regards sur la partition”, en Frederico Agostinelli rondt af met zijn tekst, “Une, deux, mille Olimpie”.

Voor deze productie door Palazzetto Bru Zane werd de partituur gepubliceerd door Foundation Pergolesi Spontini (Jesi), in samenwerking met Palazzetto Bru Zane – Centre de musique romantique française. Kritische editie door Federico Agostinelli. Een heuse ontdekking. Niet te missen!

En, lees voor de gelegenheid eens Patrick Barbier, “Gaspare Spontini” Édit. Bleu nuit Collection Horizons, n° 58.

Karina Gauvin (Olimpie), Kate Aldrich (Statira), Mathias Vidal (Cassandre), Josef Wagner (Antigone), Philippe Souvage (Hermas), Patrick Bolleire (L’Hiérofante); Flemish Radio Choir & Le Cercle de l’Harmonie, Jérémie Rhorer boek + 2 cd Bru Zane BZ1035

http://www.stretto.be/2017/04/16/gaspare-spontini-een-vergeten-grootmeester-van-de-opera/