Yves Knockaert schreef een biografie over Schubert. Een mooie uitgave van Polis.

Teneur van het boek is dat in zijn kort leven, Franz Schubert veel meer was dan de componist van ‘Die Forelle’. Schubert was geen artiest die zich volledig liet onderhouden door zijn vrienden, meer dronken was dan nuchter, financieel steeds aan de grond zat, en niet wist hoe zijn muziek te verkopen. Yves Knockaert schetst een waarachtig en fascinerend beeld van één van de populairste klassieke componisten.

“Schubert”, zo lezen we, “was een mens van vlees en bloed. Hij verzette zich actief tegen het repressieve regime van Metternich en tegen de censuur. Hij vocht jaar in jaar uit om het operapodium te bereiken, maar mislukte keer op keer omdat de Italiaanse mode over Wenen heerste. Hij had veel respect voor Beethoven, maar moest niet onderdoen voor hem omdat zijn benadering van romantiek compleet anders was. Hij bewoog zich niet buiten zijn burgerlijke milieu, was geen virtuoos, eerder bescheiden en bedeesd, maar tegelijk zo gevoelig en genuanceerd in elke gecomponeerde noot”.

“In tegenstelling tot zijn voorgangers”, vervolgt Knockaert, “behoorde Schubert tot de middenklasse en kon hij geen beroep doen op adel en hof voor compositieopdrachten. In die zin was hij de eerste vrije en zelfstandige burgercomponist. Hij was geen virtuoos pianist of violist en bouwde geen dubbele carrière uit als componist en instrumentalist, wat veel collega’s wel deden. Wenen was zijn woonplaats, zijn werkplaats en zijn leven, waar hij zich ook verzette tegen het streng regime van Metternich (foto) en tegen de censuur.

Hij wilde opera’s maken, maar slaagde er niet in de Italiaans gezinde concurrentie het hoofd te bieden. In de romantiek van de 19de eeuw koos hij een andere richting dan Beethoven en hoeft hij echt niet in diens schaduw te blijven. Schubert was een uiterst gevoelige persoonlijkheid, die hield van poëzie en talloze liederen componeerde op een nieuwe en eigenzinnige manier, die niet altijd de goedkeuring van de dichters, zoals Goethe, en de muziekcritici kreeg. Maar ook tot zijn pianowerk, zijn kamermuziek en zijn orkestwerken behoren monumenten die de eeuw van de romantiek inluiden”.

Knockaert baseerde zich op belangrijke bronnen. Het meest waarheidsgetrouw zijn notities ontstaan tijdens het leven van Schubert zelf, zoals brieven en dagboeken. Een tweede bron is de verzameling herinneringen die in 1828 en 1829 onmiddellijk na Schuberts overlijden zijn neergeschreven. De derde bron bestaat uit de herinneringen van latere datum, verzameld door verschillende biografen en bewonderaars.

“In de kring van intimi rond hem” schrijft Knockaert, “vinden we maar weinig componisten of beroepsmusici. De belangrijkste was de drie jaar oudere componist Anselm Hüttenbrenner, die hij in 1815 leerde kennen als medeleerling bij Antonio Salieri en Benedikt Randhartinger ook een leerling van Salieri (foto) die later hofkapelmeester werd, en de verbonden was aan de school die hij samen met Schubert bezocht”. Schubert behoorde tot de burgerij, tot de eenvoudige middenklasse, en ontgroeide die nooit. Hij was de componist van de intimiteit, van de vriendenkring, ver weg van alle uiterlijk vertoon en hooggeplaatste adel en mecenassen”.

“In feite”, vervolgt Knockaert, “was hij de eerste vrije ‘burgerlijke’ componist. De consequenties waren zowel financieel als muzikaal merkbaar. Financieel hield hij het hoofd boven water met nu en dan wat hulp van zijn vrienden. Muzikaal koos hij voor genres die hem persoonlijk aanspraken en die bijgevolg ook zijn publiek, de burgerij zelf, de maatschappelijke laag waartoe hij behoorde, konden bekoren, de intimiteit van een lied, het charmerende van een pianostukje, een dansje, een strijkkwartet uitgevoerd met huisgenoten”.

“In de jaren 1820”, schrijft Knockaert, “stond Schubert maandelijks verschillende keren in de kranten met aankondigingen van uitvoeringen van zijn werken, met kritieken, met een advertentie of een bespreking van een nieuwe publicatie. In het verleden”, vervolgt hij, “zijn een aantal zaken verkeerd geïnterpreteerd en hebben zo een eenzijdig en vertekend beeld van Schubert de wereld ingestuurd. Het feit bv. dat hij enkel voor zichzelf gecomponeerd zou hebben, zonder zich tot een publiek te richten, dat hij niet gezocht zou hebben naar welslagen en succes met zijn opera’s, of dat hij niet uit was op bekendheid en publiceren”.

Knockaert schetst o.a. de verschillende crisissen in Schubert leven. “Schubert beleefde een eerste crisis”, zo lezen we, “als 16 jarige puber in 1813, als zijn vader, weduwnaar, hertrouwde met een jongere vrouw. Een tweede crisis in 1818, als hij als jongvolwassene het ouderlijk huis definitief verliet, zijn job als schoolmeester opgaf en op eigen benen probeerde te staan. Crisis in de liefde in 1819 als zijn jeugdvriendin Therese Grob met hem brak door toedoen van haar moeder. Hij had geen vast inkomen en kon een potentiële echtgenote en een reeks kinderen geen welgesteld leven verzekeren. Een crisis in 1824 als hij verliefd werd op zijn leerlinge Karoline Esterházy, een verliefdheid die hij door zijn zieke toestand niet kon beleven en die bovendien onmogelijk was door haar adellijke afkomst”.

In het boek leest u verder o.a. eerst over Schuberts kindertijd, het convict, het lied, de onderwijzer-componist, de roes van de opera, honderden liederen, zijn geaardheid, Vogl, Zseliz. Vervolgens gaat het de periode 1820-1821 over zijn verdieping, de doorbraak en de kater van de opera, en wat betreft het jaar 1823-1824, Die schöne Müllerin, de arpeggione, Gmunden-Gastein, en de waardering. In 1827 onstond “Winterreise”, en vervolgt Knockaert met Schubert en Beethoven. Na 1828: Het laatste jaar volgen uitgebreide noten, de bibliografie en het handig register van namen en van composities. Zeker lezen!

Yves Knockaert (°1954), musicoloog, is docent en onderzoeker aan het Lemmensinstituut en diensthoofd internationalisering LUCA. Hij werkte bij Radio 3 (de voorloper van Klara), schreef concertinleidingen en brochures, geeft lezingen over klassieke en nieuwe muziek, en publiceerde in tal van tijdschriften en boeken. Hij promoveerde op de muziek van Wolfgang Rihm (KU Leuven & LUCA). In 2015 verscheen “Wolfgang Amadé. Een biografie”.

Yves Knockaert werd geboren in Brugge. Zijn hogere studies Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde met optie Musicologie aan de Rijksuniversiteit te Gent waar hij in 1976 afstudeerde, bekroonde hij met de licentiaatsverhandeling “Aspecten van de hedendaagse vocale muziek in werken van Berio, Kagel en Nono”. Gelijklopend met zijn studie Musicologie volgde hij notenleer en harmonie aan het Koninklijk Conservatorium van Gent waar hij Eerste Prijzen behaalde in respectievelijk 1972 en 1978. In 1980 behaalde Knockaert de Tweede Prijs Contrapunt aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel. Als componist volgde hij stages hedendaagse muziek en analyse bij Iannis Xenakis (Lille, 1980), Mauricio Kagel (Aix-en-Provence, 1981), Franco Donatoni, Brian Ferneyhough en Hans Werner Henze (Siena, 1982) en Luciano Berio (Aix-en-Provence, 1983).

Yves Knockaert Schubert de biografie 352 bladz. geïllustreerd Uitg. Polis ISBN 978-94-6310-234-6