“Francesco Landini, L’Occhio del cor” en “Parle qui veut”, heerlijk mooie liederen uit het Italiaans Trecento, door La Reverdie en Sollazzo.

Ontdek oorspronkelijke, Italiaanse muziek uit de 14de eeuw dank zij de nieuwe cd op het label Linn van het ensemble Sollazzo, en bijzondere muziek van Francesco Landini door La Reverdie en Christophe Deslignes op het label ARCANA.

Voor de muziek betekende het Trecento een periode van sterke activiteit in Italië, gestimuleerd door veelvuldige contacten en uitwisseling met Franse musici en componisten. De term Trecento verwijst naar de Ars nova (polyfonie) in Italië, onder invloed van de toenmalige Franse muziek. De nadruk kwam te liggen op wereldlijke liederen (in het bijzonder liefdeslyriek) en veel van de ons overgeleverde muziek uit die tijd was polyfoon. Vooral de melodievorming van de kunst van de troubadours die in de vroege 13de eeuw naar Italië kwamen vanwege de vervolging van de Albigenzen, had grote invloed.

Het centrum van muzikale activiteiten verplaatste zich in het midden van de 14de eeuw meer naar het zuiden, naar Firenze, het cultureel centrum van de vroeg Renaissance. Kenmerkend voor de volgende generatie van componisten (de meesten van hen waren Florentijnen), was een voorkeur voor de ballata. Net als de verwante Franse virelai, bestond de ballata uit twee delen met een AbbaA stuctuur. In zijn “Decamerone”, vertelt Boccaccio bv. hoe in 1348, wanneer de Zwarte Dood Firenze teisterde, een groep vrienden bijeen kwam om verhalen te vertellen en ballata’s te zingen met instrumentale begeleiding.

Een groot deel van de vroegste meerstemmige, wereldlijke vocale muziek van het Trecento is te vinden in de “Rossi Codex” en bevat muziek van de eerste generatie componisten. Hoewel veel werken van deze generatie anoniem waren, worden veel werken toegeschreven aan Piero en Giovanni da Cascia. Andere componisten van de eerste generatie waren Vincenzo da Rimini en Jacopo da Bologna, componisten verbonden aan de hoven van het noorden van Italië, met name Milaan en Verona. Een aantal obscure namen overleven in latere bronnen, zoals Bartolo da Firenze (1330-1360). De laatste generatie van componisten van het tijdperk waren Niccolò da Perugia, Bartolino da Padova, Andrea da Firenze, Paolo da Firenze, Matteo da Perugia en Johannes Ciconia, die geen Italiaan was. Ciconia was waarschijnlijk afkomstig uit Luik.

Liedvormen uit de Trecento-periode waren caccia’s met klanknabootsingen, madrigalen en ballata’s. Componisten waren Francesco Landini, Gherardello da Firenze, Andrea , Giovanni en Paolo da Firenze (Paolo Tenorista), Donato da Cascia, Niccolò da Perugia, Maestro Piero, Bartolino da Padova, Giovanni da Cascia en Vincenzo da Rimini. Typische voorbeelden van de Ars Subtilior zijn te vinden in de “Squarcialupi Codex”.

De “Squarcialupi Codex” in de Biblioteca Medicea Laurenziana in Firenze is een verlucht manuscript samengesteld in Firenze, in de vroege 15e eeuw. Het is de grootste en mooiste bron van muziek van het 14e-eeuws, Italiaanse Trecento bekend als de “Italiaanse Ars Nova”.

Het bestaat uit 216 perkament folio’s, geordend per componist, met van elke componist zijn rijkelijk verlucht portret in goud, rood, blauw en paars. Het manuscript is in goede staat en de muzikale stukken zijn compleet. In de codex staan composities van Francesco Landini, Bartolino da Padova, Niccolò da Perugia, Andrea da Firenze, Jacopo da Bologna, Lorenzo da Firenze, Gherardello da Firenze, Donato da Cascia, Giovanni da Cascia, Vincenzo da Rimini, en kleinere muziekstukken door anderen. Het bevat ook 16 blinde folio’s, bestemd voor de muziek van Paolo da Firenze, aangezien ze als zodanig werden geëtiketteerd en zijn portret bevatten. Het vermoeden bestaat dat Paolo’s muziek niet af was toen het manuscript reeds werd samengesteld, omdat hij als Benedictijn in 1409, Firenze verliet om rector te worden in de Toscaanse kuststad Orbetello.

Het manuscript was in het midden van de 15e eeuw eerst eigendom van de organist Antonio Squarcialupi, vervolgens van zijn neef, en belandde dan in het landgoed van Giuliano di Lorenzo de ‘Medici, die het in de vroege 16de eeuw aan de Biblioteca Palatina schonk. De eerste folio in de codex luidt: “Dit boek is eigendom van Antonio di Bartolomeo Squarcialupi, organist van Santa Maria del Fiore.” Op de volgende pagina’s, later toegevoegd, staan trouwens humanistische lofdichten voor Squarcialupi. Aan het einde van de 18e eeuw werd het eigendom van de Biblioteca Medicea Laurenziana.

Alle composities in de codex zijn wereldlijke liederen in het Italiaans, ballata’s, madrigalen en caccia’s. Er zijn er 353 in totaal en kunnen gedateerd worden tussen 1340 en 1415. Echter niet aanwezig zijn composities van Johannes Ciconia en van Antonio Zachara da Teramo.

Antonio “Zacara” da Teramo, geboren rond 1350 en 1360 en overleden tussen 1413 en 1416, was componist, zanger en pauselijk secretaris. Hij was een van de meest actieve Italiaanse componisten rond 1400 en zijn stijl overbrugde de periodes van het Trecento, de Ars Subtilior en het begin van de muzikale renaissance. Studies over de muziek van Zacara zijn relatief recent. Hij had een vroege periode, gedomineerd door liedvormen zoals de ballata in de stijl van Jacopo da Bologna en Francesco Landini, en een periode die ongeveer rond 1400 begon, toen hij in Rome was, waar zijn muziek werd beïnvloed door de complexe ritmiek van de nieuwe Ars Subtilior.

Solage (ca. 1340 – ca. 1400) was in de late 14e eeuw in dienst van hertog Jan van Berry. Er bevinden zich tien composities van hem in het Chantilly-manuscript . Hij componeerde in de extreme, soms bizarre en chromatische stijl van de Ars Subtilior, typisch voor het pauselijk hof in Avignon tijdens het Groot Schisma (1378-1417). Hij componeerde ook deels in een stijl die aan Machault doet denken. Vooral zijn driestemmig “Fumeux fume” is beroemd. Het bevat bijzonder veel ficta (verhogingen en verlagingen), waardoor het erg chromatisch, haast atonaal klinkt.

Naast anonieme composities werd op deze schitterende, nieuwe cd werk opgenomen van Niccolò da Perugia, Giovanni da Firenze, Francesco Landini, Andrea da Firenze, “Le basile” van Solage, Paolo da Firenze, Johannes Ciconia en Antonio ‘Zacara’ da Teramo. Heel, heel bijzonder. Niet te missen!

Francesco Landini (ca. 1325-1397) was de bekendste componist van madrigalen, canzones en balladen van het Florentijns Trecento. Hij was organist van de San Lorenzo in Florence. Zoals bekend verloor hij zijn gezichtsvermogen op 7-jarige leeftijd, maar ondanks zijn handicap blonk hij uit in de studie van muziek en de vrije kunsten. Misschien heeft de toestand van blindheid de poëtische productie van Landini beïnvloed? La Reverdie onderzocht samen met Christophe Deslignes deze hypothese, met een nieuw project dat zowel bekende werken als stukken laat horen die nog nooit eerder zijn opgenomen, op zoek naar tekenen onder de indruk van de verzen en de muziek van Magister Coecus door het verlies van zijn gezichtsvermogen.

De verwijzing naar de ogen werd in veel van de teksten van Landini een melancholisch poëtisch hulpmiddel om de afstand, de afwezigheid of het verlies van de geliefde vrouw uit te drukken, die alleen ‘het oog van het hart’ (L’Occhio del Cor) zich kon voorstellen. Een project rond een fundamentele auteur bij de zonsondergang van de Middeleeuwen, herlezen door een perspectief dat tot nu toe nooit werd onderzocht. Heel bijzonder. Uitvoerders zijn Christophe Deslignes (organetto en leiding) (foto), Elisabetta De Mircovich, Teodora Tommasi, Matteo Zenatti en Claudia en Livia Caffagni. Warm aanbevolen.

Parle qui veut – Moralizing songs of the Middle Ages Sollazzo Ensemble Perrine Devillers and Yukie Sato Vivien Simon Anna en Sophia Danilevskaia Vincent Kibildis cd Linn CKD529

FRANCESCO LANDINI L’OCCHIO DEL COR La Reverdie Christophe & Deslignes cd ARCANA A462