Antoine Blanchard,  Francois Colin de Blamont, “La Guerre des Te Deum”, en “Messe du Roi Soleil”, door Stradivaria, het  Ensemble Baroque de Nantes & Choeur Marguerite Louise, twee schitterende uitgaven van het Château de Versailles Spectacles.

Op de cd “La Guerre des Te Deum” staan ter illustratie van “het dispuut rond de Te Deums”, een frivole echo van de laatste overwinningen van Louis XV, twee rivaliserende maar vergelijkbare werken. De cd is weliswaar ook de herontdekking van twee van de meest getalenteerde componisten onder de tijdgenoten van Rameau, François Colin de Blamont en Esprit Joseph Antoine Blanchard.  Voeg daarbij de schitterende zangers van het Marguerite Louise Koor o.l.v. Gaétan Jarry, en de virtuoze musici van Stradivaria, en u beluistert in beide Te Deums en de Mis, de glans en schittering van de Koninklijke Kapel van Versailles. 

Joseph Blanchard (1696-1770) trad op 8-jarige leeftijd in de voetsporen van Campra, werd lid van het koor van de Saint-Saveur van Aix-en-Provence, en werd een leerling van Guillaume Poitevin. Na zijn priesterwijding werd hij kapelmeester van de Saint-Victor te Marseille, de kathedraal van Toulon en vervolgens van de kathedraal van Besançon. In 1732 werd één van zijn motetten uitgevoerd tijdens de Concert Spirituel te Parijs. Vanaf 1734 leidde Blanchard het koor van Amiens. De eerste successen in Parijs en de vriendschap met Campra zorgden ervoor dat zijn “Laudate Dominum quoniam bonus” in met succes in versailles werd uitgevoerd en hij naast Campra, Madin en Gervais, de functie van Bernier kon innemen in de Chapelle royale. Na het overlijden van Madin kreeg hij ook de verantwoordelijkheid voor de koorknapen van de Chapelle. Toen hij deze positie in 1754 weer moest afstaan, werd hij als compensatie voor de gederfde inkomsten, in de adelstand verheven. Hij ontving het lint van de “Ordre de Saint-Michel”, vacant na het overlijden van Rameau.

In 1765 trok Blanchard zich terug. Met zijn collega Gauzargues en de surintendant Dauvergne, zat hij in 1767 nog in de jury die Giroust als sous-maître koos. Blanchard dirigeerde de Chapelle voor de laatste keer in 1768, ter gelegenheid van de begrafenis van koningin Maria Leszczyńska.

Blanchards werk omvat bijna uitsluitend grands motets voor groot koor en orkest voor de Chapelle royale, waarvan hij er een veertigtal componeerde. Zijn vroeg werk toonde, net als bij zijn streekgenoot Campra (beiden afkomstig uit de Provence), de invloed van Poitevin. In de daaropvolgende werken was de invloed hoorbaar van de nog alom heersende stijl van Delalande, maar Blanchard introduceerde nieuwe elementen als de sonatevorm en nieuwe instrumenten (klarinetten en hoorns). Blanchard was de musicus die Jean-Jacques Rousseau in zijn jeugd ontmoette en die hij in zijn “Confessions”  noemde.

François Collin de Blamont (1690- 1760) was de zoon van Nicolas Collin de Blamont, een musicus aan het hof van Lodewijk XIV die ook schilderde. Hij was een vriend van de schilder Hyacinthe Rigaud (1659-1743). Zo kregen zijn twee zonen François en Hyacinthe, een muzikale en een schildersopleiding. François ontving zijn eerste lessen van zijn vader en werd in 1707 toegelaten tot de kapel van de hertogin van Maine. Hier nam hij deel aan de beroemde concerten van de “Nuits de Sceaux”, bestaande uit muzikaal entertainment rond mythologie. Hij componeerde een cantate op basis van een tekst van Jean-Jacques Rousseau, die hij opdroeg aan de componist Michel Richard de Lalande (foto). In ruil daarvoor leerde Rameau hem harmonie en contrapunt.

In 1719 werd hij in de plaats van de Lalande, “surintendant de musique” aan het hof. Deze positie deelde hij met André Cardinal Destouches. In juli 1723 werd zijn ballet “Les festes Grecques et Romaines” met groot succes opgevoerd aan de Koninklijke Academie. Collin de Blamont werd hofcomponist en componeerde werken voor tal van openbare evenementen, zoals het huwelijk van Louis XV en de geboorten van de prinsessen en de dauphin.

Samen met André Cardinal Destouches speelde hij de hofconcerten voor de koninklijke familie in Versailles en Fontainebleau. Na het overlijden van Michel-Richard Delalande werd hij “maître de musique de la chambre”. Nadat er al talrijke motetten waren uitgevoerd op het concert spirituel, werd zijn Te Deum in 1726 uitgevoerd. Nadat hij in 1750 door de koningin tot de adelstand was verheven,, werd hij een jaar later benoemd tot Chevalier de l’Ordre de Saint Michel. Hij liet de privileges van zijn functie na aan zijn neef en leerling, de componist Bernard de Bury (1720-1785). Met zijn in 1756 gepubliceerd “Essai sur les goûts ancien et moderne Francoise, aux Paroles d’opéra relativement”, nam hij deel aan de buffonistenstrijd.

De Mis van de Zonnekoning was ongetwijfeld één van de bevoorrechte rituelen voor de verheerlijking van de glorie van de vorst, zowel in zijn luister, zijn schoonheid, als in zijn ceremonieel aspect, die het beeld van de eeuwigheid van de koninklijke kracht, immobiliseerde. De grootste componisten van het koninkrijk hebben zich onderscheiden om van het “Office Divin” een waar hemels concert te maken. De bel gaat, fluiten en trommels kondigen de komst van de koning aan, het orgel speelt, onder de sierlijke gewelven worden de motetten van Lully, Delalande en Couperin gezongen. Magnifiek!

De uitvoerders van het Te Deum van Blanchard zijn het Chœur Marguerite Louise, Sebastian Monti, Romain Champion, Caroline Arnaud, Cyril Costanzo, Daniel Cuiller, Michiko Takahashi en Stradivaria. Het Te Deum van Blamont wordt uitgevoerd door  Sebastian Monti, het Chœur Marguerite Louise, Romain Champion, Cyril Costanzo, Daniel Cuiller, Michiko Takahashi en Stradivaria.

Blanchard Colin De Blamont La Guerre des Te Deum Stradivaria Choeur Marguerite Louise Daniel Cuiller Château de Versailles Spectacles CVS007

Messe du Roi Soleil The Sun King’s Mass Lully Couperin Delalande Marguerite Louise Gaetan Jarry Château de Versailles Spectacles CVS008

http://www.stretto.be/2019/02/09/cavalli-missa-1660-door-galilei-consort-o-l-v-benjamin-chener-een-magistrale-cd-uitgegeven-door-chateau-de-versailles-spectacles/