Bij uitgeverij Sterck & De Vreese verscheen Karel de Grote (742-814) van historicus Raoul Bauer. Een must!

‘Vader van Europa’ noemde een dichter hem al rond circa 800. Karel de Grote spreekt tot op de dag van vandaag tot de verbeelding maar het mythisch beeld van de dappere, grootse vorst dreigt de historische werkelijkheid te overschaduwen. Bauer houdt de meest recente historische inzichten tegen het licht en laat in zijn boek de echte Karel de Grote zien.

Karel de Grote leefde zo’n twaalf eeuwen geleden, en toch is hij nog steeds prominent aanwezig in het collectief geheugen: als koning der Franken, als Frankisch keizer van de christelijke wereld, als vader van Europa. Een brugfiguur in een tijdvak waarin een oude wereld aftakelde en een nieuwe beschaving aarzelend haar eerste passen zette. Ook in zijn eigen tijd sprak Karel de Grote tot de verbeelding. Zijn hoge leeftijd en zijn lange gestalte – hij was uitzonderlijk groot voor die tijd – gaven voeding aan talloze verhalen. Zijn figuur gaf voeding aan talloze verhalen. Het mythische beeld van de dappere, grootse vorst dreigt daarom de historische werkelijkheid te overschaduwen.

Raoul Bauer gaat als een volleerde onderzoeker te werk: de recentste historische inzichten houdt hij tegen het licht, hij nuanceert en verwijst fabels of onbetrouwbare bronnen naar de prullenbak. Bauer volgt Karel de Grote tijdens zijn veldtochten, als bestuurder van een immens rijk, is aanwezig bij zijn keizerskroning op die memorabele 25ste december van het jaar 800, gaat met hem mee in zijn zoektocht naar kennis en ontmoet hem ten slotte als een bezorgde familievader die geen afstand kan doen van zijn dochters en weent om zijn gestorven zonen. We krijgen in dit boek ‘de ware’ Karel de Grote te zien.

Keuze uit de zeven hoofdstukken :

1.Van keizer tot koning

Val van het West-Romeinse imperium

De invallen van de 5de eeuw

Het rijk van Clovis

De Merovingers

De Pepiniden

De oosterse en westerse kerk

Pepijn de Korte en de paus2.Van koning tot keizer

De erfenis van Pepijn de Korte

De ‘Italiaanse kwestie’

De uitbouw van een koninkrijk

Een koning wordt keizer

3.Echtgenoot en vader

Hildegard, Fastrada, Luitgard en de anderen

Arnulf, Gideon, Jacob en Karel de Grote

Lodewijk (de Vrome) en de anderen4.Sacrum palatium / Het Heilige paleis

De schaduw van het Oude Testament

Een godsdienst als maatschappelijke regelgeving

De geestelijkheid als maatschappelijke groep

De leiders van de christenheid

Liturgie als bindmiddel

De koning-priester

De behoeder van de Stad van God

Het bestuur en zijn aristocratie

De algemene vergaderingen

Het palatium

Een communicatienetwerk: van capitulatie en missi dominici5. Een imperium met een janusgezicht

Op weg naar een oosters keizerrijk

De verwereldlijking van een godsdienst

Rome of Constantinopel

orbis Romanus?

Het Oude of Nieuwe Rome

Een Frankische keizer

De Divisio regnorum (806): een Frankisch keizerrijk

Het Frankische keizerrijk tussen verleden en toekomst6….En toen begon de legende

Karel de Grote en het ‘Oosten’

De Gouden Eeuw van Karel de Grote7.De Karolingische renaissance of de glorie van het boek

Lezen met beelden

Bladzijden in ivoor en goud

Een boek in steen en kleur

Polychrome vormen in afbeelding en woord

Woorden die zingen en spreken

‘…een mooi uiterlijk, een zoete smaak, een aangename klank’

Het woord als behoeder van de geschiedenis

Als epiloog,  “Europae Pater/Vader van Europa”. Schitterend!

“De kennismaking met de periode van de Karolingische renaissance, waaraan de Frankische vorst als geen ander gestalte heeft gegeven, was zeer vruchtbaar”, zo lezen we. “Figuren als Alcuïnus, die uit het geleerde York de erfenis van de eerbiedwaardige Beda meebracht, of Theodulfus, de vaak tegendraadse theoloog-dichter die emigreerde uit Visigotisch Spanje, of nog de historicus Paulus Diaconus, die weggeplukt uit Italië zijn land nooit kon vergeten; allen schreven ze met hun kennis en persoonlijkheid, opzienbarende cultuurbladzijden. Trots en toch ook wat vleierig liet Alcuïnus in 799 aan zijn broodheer trouwens weten dat er zich in het land van de Franken een nieuw Athene had gevormd…Ernstige problemen kondigden zich al aan onder het bewind van zijn zoon en met het Verdrag van Verdun (843) begon de ontbinding van het rijk. Nog vóór het einde van de eeuw zouden opeenvolgende overeenkomsten het definitieve einde van Karels eenheidsrijk bezegelen.”

“Het vroegste manuscript van vrijwel elke bekende klassieke auteur”, vervolgt Bauer, “is tot stand gekomen in een van de grote Karolingische kloostercentra. In deze abdijen werd op een georganiseerde wijze gekopieerd, bouwde men bibliotheken uit …kortom, schiep men de voorwaarden om de bestaande kennis te bewaren en door te geven. De enorme belangstelling voor deze geleerde bedrijvigheid werd daarbij zonder enige twijfel gestimuleerd door Karel de Grote in hoogst eigen persoon.”

“Nauw samenhangend met de zorg voor de klassieke en vroegchristelijke geschreven traditie”, zo lezen we verder, “is de betekenis die Karel de Grote hechtte aan een correct geschreven tekst – niet enkel in erudiete studies, maar ook in officiële documenten – van uitzonderlijk belang. Je kunt hier spreken over de waardering voor onderwijs en kennis als basis voor een politiek bestuur. Herhaaldelijk komt hij in ‘capitularia’ en in zijn ‘Admonitio generalis’ terug op de waarde van een juist woord- en zinsgebruik. De studie van de grammatica krijgt hierbij een hoofdrol in die zin dat alleen een juist gestructureerde taal die door iedereen gelezen kan worden zoals het hoort, de politieke eenheid binnen dat uitgestrekte gebied ten goede kan komen.

“Zijn politiek van streven naar de uitbouw van een gemeenschappelijk rijk (in casu op basis van vooral het christendom) maar met eerbied voor de eigenheid van de onderscheiden volkeren”, zo lezen we nog, “heeft de ontwikkeling van de westerse beschaving fundamenteel beïnvloed. Inderdaad, het universalistisch-particularistisch bestuur van Karel de Grote maakte het mogelijk dat binnen een omvattende Europese cultuur onderling verwante subculturen zijn ontstaan. De Duitse, Franse en Engelse cultuurvariant, bv., hebben evenals die van Vlaanderen en Nederland in al hun aanwijsbare verscheidenheid toch een gemeenschappelijk stam. De reeds geciteerde uitspraak van Montesquieu in zijn ‘Réfexions sur la monarchie universelle en Europe’ vat de Europese realiteit goed samen: Europa is slechts één natie die uit meerdere is samengesteld!” “Deze erfenis, samen met zijn zorg voor onderwijs, kennis en cultuur, maakt van Karel de Grote een van de voornaamste erflaters van het huidige Europa”, besluit Bauer. Zeker, zeker lezen!

Raoul Bauer, historicus en doctor in de letteren, is emeritus hoogleraar cultuurgeschiedenis in de Associatie van de K.U.Leuven. Hij publiceerde verschillende boeken over de vroege middeleeuwen. Bij Davidsfonds Uitgeverij publiceerde hij bv. verschillende boeken, waaronder “Een keizer op de grens tussen twee werelden” en “Clovis. In de schaduw van twee vrouwen (ca. 466-511)”.

Raoul Bauer Karel de Grote Uitg. Bornmeer/Sterck & De Vreese 252 bladz. geïllustreerd ISBN 978 90 5615 515 5