Schitterende “Mendelssohn in Birmingham, Vol. 5 – Overtures” door het City of Birmingham Symphony Orchestra o.l.v. Edward Gardner, op het label Chandos. 

De reeks “Mendelssohn in Birmingham” van Edward Gardner gaat verder met een opname van Mendelssohns Ouverturen. Net als bij de vorige vier volumes, speelt een kleiner CBSO in de Hall van Birmingham, waar Mendelssohn zelf veel van de Engelse premières van zijn orkestwerken dirigeerde. 

Op de cd staan de ouvertures tot Paulus, op. 36 (1836), Die schöne Melusine, op. 32 (1833), Overture in C, op. 101 “Trumpet Overture” (1826/1833), Hebrides Overture, in B minor op. 26 (“Fingal’s Cave”) (1830-1832), Athalie’, op.74 (1842-44), Ein Sommernachtstraum, op. 21 (1826), Meeresstill und glückliche Fahrt, in D major op. 27 (1828) en Ruy Blas, op.95 (1839, rev. 1844).

Het merendeel van de werken op deze cd werd gecomponeerd als concert-ouvertures. Ze omvatten chronologisch de hele loopbaan van Mendelssohn, van de vroege Midzomernachtsdroom, gecomponeerd toen hij slechts 16 jaar oud was, tot ‘Ruy Blas’, geschreven tegen het einde van zijn leven. Twee van deze ouvertures werden geschreven als openingsbewegingen tot grotere werken, ‘Paulus’, zijn eerste groot oratorium uit 1836, en zijn ouverture tot ‘Athalie’, toneelmuziek bij het gelijknamig toneelstuk van Racine. De Trompet Ouverture, werd mogelijks gecomponeerd voor een uitvoering van Händels “Israël in Egypte”.

De meeste van deze stukken zijn concert ouvertures in plaats van orkestrale openingsstukken tot opera’s of toneelmuziek. Felix Mendelssohn was een expert in dit genre. In A Midsummer Night’s Dream componeerde de vijftienjarige componist identificeerbare verwijzingen naar personages en gebeurtenissen. De Ouverture werd vlug wereldberoemd maar toneelmuziek werd pas twintig jaar later gepubliceerd. Feeën en bossen zijn goed vertegenwoordigd, maar ook krachtige climaxen en een stevige drive zijn de meest opvallende kenmerken. Volle orkestpassages hebben een grote impact en er zijn uitstekende details van de belangrijke pauken, duidelijk vastgelegd, zelfs wanneer ze rustig worden gespeeld.

Pauken worden fantasierijk gebruikt in “Meerstille und glückliche Fahrt” en ze hebben een verrassende solo tegen aan het einde. Het werk is geïnspireerd door twee Goethe-gedichten die gekoppeld werden om een programmatisch stuk te maken. De Engelse titel vertegenwoordigt misschien niet helemaal de poëtische intentie, omdat de lange, gedempte introductie, die hier gevoelig wordt geïnterpreteerd, betrekking heeft op de afwezigheid van wind. De jubelende ‘Prosperous Voyage’ sectie is daarentegen een quasi-symfonische beweging.

De Ouverture tot Paulus heeft barokke boventonen en bevat een thema gebaseerd op het Luthers koraal ‘Wachet auf, ruft uns die Stimme’, dat J. S. Bach gebruikte in een Cantata; een Bach-achtige fuga is ook inbegrepen. Dit is een ernstig werk en een nobel en waardig concertstuk. The Trompet Ouverture is een imposante compositie van de tiener Mendelssohn, groots en feestelijk. Misschien wordt de onbekendheid en de verwaarlozing van het werk veroorzaakt door de titel. De compositie opent nl. met trompet solo, maar daarna staat het instrument niet meer centraal. Het is daarentegen eerder de schriftuur voor de houtblazers die de aandacht trekt. Gardner drijft de muziek wel krachtig naar een spannend effect.

Mendelssohns eerste bezoek aan Engeland in 1829 vloeide voort uit uitnodigingen van Sir George Smart en de Philharmonic Society. Na zijn tournee door Engeland ging Mendelssohn naar Schotland, waar hij werkte aan zijn Schotse symfonie nr. 3. Hij was bezig met een rondreis door Schotland met zijn reisgenoot Karl Klingemann toen hij een postkaart naar zijn familie stuurde met de openingszin van de ouverture erop geschreven.

“De Hebriden” werd voltooid op 16 december 1830 en heette oorspronkelijk ‘Die einsame Insel’. Mendelssohn herzag later echter de partituur en hernoemde het stuk ‘Die Hebriden’. Desondanks werd de titel van Fingal’s Cave ook gebruikt. Deze revisie ging in première op 14 mei 1832 in Londen tijdens een concert onder leiding van Thomas Attwood, waarin ook Mendelssohns “Overture to A Midsummer Night’s Dream” gespeeld werd. De definitieve revisie werd voltooid op 20 juni 1832 en ging op 10 januari 1833 in première in Berlijn o.l.v. de componist.

“Athalia”, het verhaal over de bekering van de weduwe van de koning van Judea, is toneelmuziek die Mendelssohn in de jaren 1843-45 componeerde namens de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV voor het toneelstuk “Athalie” van de Franse toneelschrijver, Jean Racine. Als Fenicische, en dochter van Izebel, was Atalja vereerster van Baäl, die in Israël vereerd werd, en voerde zij de oude cultus ook in Jeruzalem, hoofdstad van Juda, in.

Het werk kreeg het opusnummer 74. Mendelssohn componeerde zijn muziek in verschillende versies. De koning had veel interesse in opvoeringen van drama’s uit de antieke Oudheid aan zijn hof. Mendelssohn was in die tijd enkele jaren zijn kapelmeester en hofcomponist. Bij de opvoering van de drama’s moesten de koorpartijen op muziek worden gezet en moesten ouvertures en intermezzo-muziek worden gecomponeerd. Naast muziek bij “Athalia”, componeerde Mendelssohn dienaangaande overigens ook muziek bij “Antigone” (op. 55) en “Oedipus op Kolonos”.

De legende van Melusine, een watergeest, bekend sinds de Middeleeuwen, is een ander programmatisch concert opus. Hoewel de muziek van Mendelssohn kan worden gerelateerd aan de afleveringen in het verhaal, is dit opnieuw een symfonische structuur waarin de sonatevorm duidelijk hoorbaar is. Het vloeiend thema suggereert dat de geest zowel delicaat als mooi moet zijn geweest en het CBSO maakt de zachte zinnen elegant.

Gardner weeft de klimatologische momenten zorgvuldig aaneen in de poëtische thema’s en erkent dat zwaar drama niet echt deel uitmaakt van het verhaal van Victor Hugo. “Ruy Blas”, over de geliefde van koningin Maria Anna van Palts-Neuburg (foto), van 1690 tot 1700, koningin van Spanje, Sardinië, Napels en Sicilië, met zijn vele tempo-indicaties, wordt uitgevoerd met een grote impuls. Gardner gaat hier fraserend mee om door de polsslag gelijk te houden, ongeacht de basissnelheid. Gezien het feit dat de opnames over meerdere jaren zijn gemaakt en sommige al eerder beschikbaar waren, is de klank verrassend consistent. De warme kwaliteit van het CBSO wordt versterkt door de akoestiek van het stadhuis (Town Hall) van Birmingham en doet de prachtige muziek van Mendelssohn alle eer aan. Schitterend! Warm aanbevolen.

Mendelssohn in Birmingham, Vol. 5 – Overtures City of Birmingham Symphony Orchestra Edward Gardner cd Chandos CHSA 5235