Johann Sebastian Bach Cantatas and Arias for Bass, door Dominik Wörner, Alfredo Bernardini en Zefiro, op het label ARCANA. Prachtig!

Na de opname van Bachs Brandenburgse Concerti en de Orkestsuites, voegde Zefiro zich nu bij de Duitse bas, Dominik Wörner om de fascinerende band tussen een vocale bas en de hobo in de religieuze cantates van Johann Sebastian Bach uit te voeren.

Dominik Wörner (°1970) werd geboren in Grünstadt nabij Bad Dürkheim en studeerde muziek aan de Staatliche Hochschule für Musik und Darstellende Kunst in Stuttgart, in Freiburg, Bern en Zürich. Hij studeerde kerkmuziek en musicologie, zang bij de Zwitserse bas, Jakob Stämpfli en Liedkunst bij de Amerikaanse pianist/liedbegeleider, Irwin Gage. Hij trad op met dirigenten zoals Carl St.Clair, Christophe Coin, Thomas Hengelbrock, Philippe Herreweghe, Tõnu Kaljuste, Sigiswald Kuijken en Helmuth Rilling, en nam vooral muziek op van Johann Sebastian Bach. Hij nam verschillende cantates op in het project van Masaaki Suzuki met het Bach Collegium Japan met alle religieuze Bach-cantates en nam deel aan het project van Sigiswald Kuijken om Cantates op te nemen tijdens het liturgisch jaar met La Petite Bande op historische instrumenten en één stem per partij.

In 2009 nam Wörner de liederen op van Hans Rott, een tijdgenoot van Gustav Mahler, en eerder nam hij Lieder uit Wenen op, gecomponeerd in de fin de siècle-periode door Alban Berg, Arnold Schönberg, Franz Schreker en Hugo Wolf, getiteld “Hugo Wolf und der Wiener Jugendstil”, terwijl hij zelf de programma-aantekeningen schreef. Een recensie van dit “ambitieus project” merkte op: “De rustige maar kleurrijke bas-bariton en reflecterende houding van Wörner ten opzichte van de tekst doen denken aan de kleine bijeenkomsten waarin de muziek van de Tweede Weense School vorm kreeg”. Wörner nam met zijn eigen ensemble Kirchheimer BachConsort, Christoph Graupners cantates op voor epiphany en ook Bachs Dialoog-cantates met Hana Blazikova. Verder verscheen hij op het operapodium in het Solothurn-theater in het Zwitserse Biel/Bienne in de titelrol van (opgenomen) “Le devin du village” van Jean-Jacques Rousseau.

Op de cd staan drie aria’s en drie volledige cantaten, de cantate “Ich habe genug”, BWV 82, de aria “Gott ist gerecht in seinen Werken” (uit de cantate “O Ewigkeit, du Donnerwort, BWV 20), de cantate “Die Friede sei mit dir”, BWV 158, de aria “An irdische Schätze das Herze zu hängen” uit de cantate “Ach wie flüchtig, ach wie nichtig” BWV 26, de cantate “Ich will den Kreutztab gerne tragen”, BWV 56, en de aria “Warum willst du so zornig sein?” uit de cantate “Nimm von uns, Herr, du treuer Gott BWV 101.

De cantate “Ich habe genug” werd gecomponeerd in Leipzig voor de feestdag Maria Lichtmis (Festo Purificationis Mariae) op 2 februari 1727. Op Maria Lichtmis wordt gevierd dat Maria 40 dagen na de geboorte van Jezus weer rein werd en -zoals de Joodse wet voorschreef voor eerstgeboren zonen- haar zoon naar de tempel bracht om hem te laten zien aan de priesters en om rituele offers te brengen. De teksten gaan over het vreugdevol uitzien naar de aanstaande dood en het eeuwige leven dat daarna wacht. In Bachs tijd en omgeving was het normaal om op zo’n manier over de dood te denken en de muziek van deze cantate is dan ook vrolijk van aard. De laatste aria “Ich freue mich auf meinem Tod” bv. heeft zelfs een dansachtig ritme.

De cantate is geschreven voor een kleine en sobere bezetting: alleen hobo, strijkers, basso continuo en een bas-solostem. Dit kwam doordat in 1727 Maria Lichtmis op een zondag viel en Bach voor die datum twee cantates moest schrijven en bovendien de musici en zangers moest delen. Later maakte Bach een aantal variaties op deze cantate, waaronder BWV 82a (waarbij de hobo vervangen werd door een fluit en de zang door een sopraan), en BWV 82b (voor alt).

“Der Friede sei mit dir” BWV 158 is een religieuze cantate voor bas solo werd waarschijnlijk gecomponeerd rond 1730. We kennen het werk enkel uit kopieën die na zijn dood zijn opgedoken, oorspronkelijk bestond het vermoedelijk uit meer dan enkel de delen voor bas. De cantate is bedoeld voor de Derde Paasdag, i.e. de dinsdag na Pasen.

“Ich will den Kreuzstab gerne tragen” BWV 56 dennen, werd gecomponeerd in Leipzig voor de 19de zondag na Trinitatis. Het werd voor het eerst opgevoerd op 27 oktober 1726 en is vandaag gegroepeerd als onderdeel van Bachs derde cyclus van cantates voor het liturgisch jaar. Het werk is als solo cantate voor een basstem een van de weinige werken die Bach omschreef als een cantate. De tekst, van Christoph Birkmann (foto), beschrijft het christelijk leven als een vrijwillige reis, het dragen van het kruis als een volgeling van Jezus. De woorden verwijzen indirect naar de voorgeschreven evangelie-lezing, die zegt dat Jezus per boot reisde. De dichter vergelijkt het leven met een zeereis en verlangt uiteindelijk naar de dood als ultieme bestemming.

Dit laatste verlangen naar de dood wordt versterkt door het slotkoraal. De strofe “Komm, o Tod, du Schlafes Bruder” van Johann Francks hymne uit 1653 “Du, o schönes Weltgebäude”, gebruikt ook de beelden van een zeereis. Bach componeerde de cantate in zijn vierde jaar als Thomaskantor in Leipzig. Het is gestructureerd in vijf delen, afwisselend aria’s en recitatieven voor de bas solist en sluit af met een vierdelig koraal. Hij orkestreerde het werk voor een barok instrumentaal ensemble van drie houtblazers (twee hobo’s en taille), drie snaarinstrumenten (twee violen en een altviool) en continuo. Een obbligato-cello komt voor in het eerste recitatief en een obbligato-hobo in de tweede aria, wat resulteert in verschillende timbres in de vier delen voor hetzelfde stemgedeelte.

De stem en de instrumenten hebben een speciale relatie in deze composities. De dichte polyfonie, vol gevoel, is gevuld met warmte en tederheid en het woordje ‘ik’ in de teksten van de cantates BWV 56 en 82, wordt de stem van de componist. De solocantates van Bach zijn kostbare edelstenen waarvan de subtiele schoonheid rechtstreeks naar het hart van de luisteraar gaat. Wörner heeft een indringende stem, naast een uitgebreid register en een goede stijl van zingen. Het aandeel van Zefiro en hoboïst Alfredo Bernardini is daarbij een godsgeschenk. Prachtig! Warm aanbevolen.

Johann Sebastian Bach Cantatas and Arias for Bass Dominik Wörner Zefiro Alfredo Bernardini cd ARCANA A466

http://www.stretto.be/2017/04/04/bachs-brandenburgse-concerten/