“Alles voor Vincent, Het leven van Jo Gesina Bonger” van Hans Luijten bij uitg. prometheus, een niet te missen, aangrijpend monumentale uitgave!

Het grootste deel van de collectie Van Gogh-schilderijen die vandaag te zien is in het Van Gogh Museum in Amsterdam, lag ooit opgeslagen op de zolder van een villa in Bussum. Daar woonde Jo Van Gogh-Bongers (1862-1925), schoonzus van Vincent Van Gogh. Al op haar zeventiende had ze zich voorgenomen ‘iets groots of edels’ te volbrengen in haar leven. En dat is haar gelukt. Het is dankzij haar dat het werk van Vincent Van Gogh wereldwijd zo bekend werd. Hoe ze dat voor elkaar heeft gekregen, als alleenstaande moeder in een door mannen gedomineerde wereld, lees je in dit rijk geïllustreerd boek, “Alles voor Vincent”. 

Jo van Gogh-Bonger, het Amsterdams meisje van de Weteringschans (sic), ontfermde zich vanaf 1891 over Vincent van Goghs artistiek nalatenschap en wijdde de rest van haar leven aan de verspreiding en bekendmaking ervan. Ze was de echtgenote van de kunsthandelaar Theo van Gogh. Na het overlijden van de beide broers zorgde ze voor tentoonstellingen van Vincents werken en verzorgde de uitgave van zijn brieven. Op 17 april 1889 trouwde ze in Amsterdam met de kunsthandelaar Theo van Gogh, een vriend van haar broer Andries Bonger, die net als Theo in Parijs woonde. Ze verhuisde naar Parijs, waar op 31 januari 1890 hun zoon Vincent Willem werd geboren. Op 17 mei kwam Vincent vanuit het gesticht in Saint-Rémy naar Parijs om “de liefste en zorgzaamste moeder” (sic, Jeanne Reyneke van Stuwe, echtgenote van Willem kloos) te bezoeken, en de baby te bewonderen.

Na het overlijden van haar echtgenoot,op 25 januari 1891 keerde ze met haar zoontje en een groot aantal als waardeloos beschouwde schilderijen van Vincent van Gogh definitief terug naar Nederland. Bij het registreren van de kunstwerken van Vincent werd zij door haar broer Andries Bonger geholpen, die een eerste voorlopige oeuvrelijst samenstelde en vestigde zich in Bussum in Het Gooi. Bussum was een oord van kunstenaars, schrijvers, uitgevers, socialisten en intellectuelen. De weduwe van Theo van Gogh, Johanna Bonger, vestigde zich eind 19de eeuw met tientallen schilderijen van haar overleden schoonbroer, Vincent van Gogh in Bussum in de Villa Helma (foto) aan de Koningslaan.

Om in haar levensonderhoud te voorzien begon zij daar in de wijk Het Spiegel nabij het station Naarden-Bussum, een pension, en deed pogingen om het werk van haar schoonbroer te verkopen. Volgens haar bewaard kasboek, werden tussen 1890 en 1923, 247 schilderijen en tekeningen van Vincent van Gogh door haar verkocht. Op grond van onderzoek naar de herkomst van de werken van Vincent, mag weliswaar aangenomen worden, dat het aantal door haar verkochte werken aanzienlijk hoger was.

In 1882 was Andries (André) Bonger (1861-1936) bevriend geraakt met Theo van Gogh (foto), die in Parijs kunsthandelaar was. Samen bezochten ze exposities en voerden lange gesprekken over kunst. Theo vergezelde hem op zijn zwerftochten in de omstreken van Parijs en op zijn bezoeken aan het Louvre, Theo bracht hem ook in contact met andere artiesten en kunsthandelaren. Ook met Theo’s broer Vincent, die van 1886 tot 1888 in Parijs woonde, voerde Bonger gesprekken over literatuur en kunst. Bij zijn vertrek uit Parijs in 1892 bezat Bonger reeds zeven schilderijen van Vincent Van Gogh.

Door zijn contact in Parijs met Andries Bonger, leerde Theo zijn zuster, Johanna Bonger kennen. Theo en Johanna trouwden op 17 april 1889 in Amsterdam. Op 8 juni brachten ze een bezoek aan Vincent, die inmiddels in Auvers-sur-Oise nabij Parijs woonde. Met de kunsthandel ging het niet goed en Theo overwoog, daartoe aangezet door Vincent, om voor zichzelf te beginnen. Op 6 juli kwam Vincent in Parijs op bezoek en op 27 juli schoot hij zich in Auvers in zijn borst, misschien om Theo, die al een gezin en een oude moeder moest onderhouden, niet langer tot last te zijn. Twee dagen later overleed Vincent aan zij verwondingen, met Theo aan zijn sterfbed.

In 1901 hertrouwde Jo met de schilder/schrijver over kunst Johan Cohen Gosschalk (1873-1912) (foto), een leerling van de schilder Jan Veth, en verhuisde naar de villa Eikenhof aan de Regentesselaan. Cohen Gosschalk was een zoon van Salomon Levi Cohen en Christina Gosschalk. Zijn zus, Meta Cohen was ook kunstschilder. Drie jaar later vertrokken ze naar Amsterdam, waar Jo tot haar overlijden woonde in het bovenhuis Brachthuyzerstraat , hoek Koninginneweg. Gosschalk overleed al in 1912 en heeft de uitgave van de brieven niet meegemaakt. Wel heeft hij mede gezorgd voor de Van Gogh-appreciatie: de grote Van Gogh-tentoonstelling in 1905 in het Stedelijk Museum, waarvoor hij de catalogus samenstelde. Er hingen meer dan 400 werken waarop duizenden bezoekers afkwamen. De erkenning, waarvoor Jo van Gogh-Bonger sedert 1891 vanuit Bussum ijverde, was 15 jaar na Vincents overlijden, definitief.

Begin 1892 had ze al verschillende kleine exposities georganiseerd, waaronder één in de Amsterdamse kunstenaarssociëteit “Arti et Amicitiae” (voor de kunst en de vriendschap), aan het Rokin (foto) en intussen was Jo bezig met het op chronologische volgorde leggen van de brieven van Vincent, die ze vervolgens overtypte. Omdat veel van de brieven ongedateerd waren, kwam daar vaak heel wat speurwerk aan te pas. In het voorjaar van 1914 verscheen bij de in 1905 opgerichte “Maatschappij voor goede en goedkoope lectuur” (de voorloper van Wereldbibliotheek) in Amsterdam, een eerste uitgave van de brieven onder de titel “Brieven aan zijn broeder”, met een door Jo geschreven biografie. Ze bood het Rijksmuseum schilderijen in bruikleen aan, maar het aanbod werd afgewezen. Later volgden exposities in Berlijn en Londen. Johanna was vastbesloten om het uniek werk van Vincent aan de wereld te tonen. Het zou lukken…

Jo verhuisde in 1915 naar New York, waar ze Vincents brieven in het Engels begon te vertalen. In 1919 keerde ze naar Nederland terug. Toen ze op 62-jarige leeftijd overleed had ze 265 brieven van Vincent in het Engels vertaald. In 1927 verschenen de eerste twee delen van de brieven, “The letters of Vincent van Gogh to his brother, 1872-1886” in Londen en in New York in het Engels, en in 1928 publiceerde van Oest in Brussel, de eerste oeuvrecatalogus van Vincent van Gogh, samengesteld door Jacob Baart de la Faille (1886-1959) (foto). Jan Hulsker (1907-2002) (foto) heeft vervolgens alle schilderijen, tekeningen en grafisch werk van Vincent van Gogh chronologisch gecatalogiseerd, en daarmee een alternatief geboden voor de oeuvrecatalogus van de la Faille. Aanvankelijk had Hulskers publicatie de titel ‘Van Gogh en zijn weg. Het complete werk” (1978). Later verscheen een herziene editie met als predicaat catalogue raisononnée, onder de titel, “The new complete Van Gogh” (1996).

Het belang van Jo’s werk voor de wereldwijde erkenning van Van Goghs grootheid kan moeilijk worden overschat. Dankzij haar inspanningen kreeg Van Gogh een blijvende ereplaats in de cultuurgeschiedenis. En dan te bedenken dat ze Vincent alleen in de laatste drie maanden van zijn leven heeft gekend, en ze hem slechts drie maal heeft ontmoet! Maar ook daarbuiten leidde ze een boeiend leven. Niet alleen was ze bevriend met vooraanstaande schrijvers en kunstenaars, ze was ook actief binnen de Sociaaldemocratische Arbeiderspartij en was nauw betrokken bij de ontluikende vrouwenbeweging. Daarnaast was er ook haar werk als docent en gerespecteerd vertaler van romans en verhalen.

Haar zoon, Vincent Willem (1890-1978) hield de kunstverzameling die hij na het overlijden van zijn moeder in 1925 had geërfd, bij elkaar, al leende hij schilderijen van Vincent van Gogh uit aan diverse musea. In het kader van de Eeuwfeesttentoonstelling in 1953 bezorgde Ir. Dr. V.W. van Gogh de nieuwe editie Verzamelde Brieven (1953/1954) en hij herinnerde zich nog precies hoe het er in Villa Helma uitzag: Op de schoorsteen hing de Aardappeleters, ernaast de (paarse) Vaas met bloemen. In de gang beneden Vincents tekeningen van de binnenplaats van het ziekenhuis te Arles en de fontein in St. Rémy. Op de slaapkamer de drie Bloeiende boomgaarden, de Bloeiende amandeltak, de Pietà naar Delacroix en La veillée naar Millet. In 1960 richtte Vincent Willem, de Vincent van Gogh Stichting op met als doel de collectie bijeen te houden en onder te brengen in een nog te bouwen museum.

Het bestuur van de stichting bestond uit zijn tweede vrouw, zijn drie kinderen, een vertegenwoordiger van de Nederlandse regering en hemzelf. Op 21 juli 1962 werd een overeenkomst ondertekend tussen de Staat der Nederlanden en de Vincent van Gogh Stichting. De familie droeg voor 15 miljoen gulden de gehele verzameling, bestaande uit 200 schilderijen van Vincent van Gogh en Paul Gauguin, 400 tekeningen, en alle brieven van Vincent, over aan de staat. Hiermee werd de grondslag gelegd voor het schitterend Amsterdams Van Gogh Museum, dat op 2 juni 1973 werd geopend.

Op basis van rijk bronnenmateriaal, waaronder niet eerder gepubliceerde brieven, exposities, kasboeken en dagboeken, schetst senior onderzoeker bij het Van Gogh museum Hans Luijten een uitgebreid beeld van deze uitzonderlijke vrouw. In het magistraal boek komt u uitvoerig ook in contact met Eduard Stumpff, Jan Veth, Jan Toorop en Richard Roland Holst, haar eerste liefde, Isaac Israëls, haar tweede echtgenoot, Johan Cohen Gosschalk, en de kunsthandelaars Gaston Bernheim, Paul Cassirer en Johannes de Bois. Vanaf de publicatie van dit boek in september zal er in het Van Gogh Museum twee maanden lang aandacht worden geschonken aan de betekenis van Jo Bonger voor de verspreiding van de kennis over Van Gogh en zijn kunst. Te zien zijn enkele foto’s, schilderijen, het kasboek en haar uitgave van Brieven aan zijn broer. Net te missen!

Hans Luijten (foto) is senior onderzoeker bij het Van Gogh Museum en mede-editeur van de zesdelige editie Vincent van Gogh – De brieven. De volledige geïllustreerde en geannoteerde uitgave, vindt u op de webeditie www.vangoghletters.org (2009). Hij is ook de editeur van de dagboeken van Jo Bonger: www.bongerdiaries.org (2019).  Vijftien jaar werkte Hans Luijten aan de uitgave van de wetenschappelijke editie van de brieven van Vincent. Zijn vrouw, Natascha Veldhorst foto), schreef ook een boek over de schilder: Van Gogh & muziek – Symfonie in blauw en geel (2015). Natasha Veldhorst doceert literatuur en muziek aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Hans Luijten Alles voor Vincent Het leven van Jo Gesina Bonger 624 bladz. uitg. geïllustreerd Uitg. Prometheus ISBN 978 90 446 4166 0

http://www.stretto.be/2017/04/02/de-hoge-gele-noot-van-gogh-en-muziek/

http://www.stretto.be/2017/12/24/dat-boek-is-subliem-henk-de-jong-over-van-gogh-en-thomas-a-kempis/