“Hypermnestre” van Charles-Hubert Gervais door het Purcell Choir en Orfeo Orchestra o.l.v. György Vashegyi, op het label Glossa. Een prachtige ontdekking!

De opmerkelijke “Hypermnestre” van Charles-Hubert Gervais is een onbekende, vroeg 18de-eeuwse, Franse opera. Joseph La Font schreef het libretto bij het verhaal over de Danaïde, “Hypermnestra”, een verhaal dat populair was in de vroege achttiende eeuw. Deze Glossa-opname bevat de gereviseerde versie uit 1717, met als extra de oorspronkelijke vijfde akte ut 1716. 

Charles-Hubert Gervais (1671-1744) was een tijdgenoot van Campra en Destouches, was leerling van Lully en baande de weg voor Rameau. Hij stond, net als Marais en François Couperin, open voor de Italiaanse trends van “les goûts réunis” en was “Ordinaire de la musique de son Altesse le duc d’Orléans”, de hertog van Chartres. Toen Philippe, hertog van Orléans en Régent werd, werd Gervais “maître de la musique”.

Hoewel Gervais het hele eerste deel van zijn muzikale loopbaan in de kring van Italiaans georiënteerde musici vertoefde, bleef hij aanvankelijk trouw aan de stijl en traditie van Lully, die hij onder andere tot uitdrukking bracht in zijn opera “Méduse” (1697). Hoogstwaarschijnlijk werkte Gervais in 1705 met Charpentier en de Régent samen bij de compositie en uitvoering van de opera “Penthée” in het Palais Royal, het paleis van de hertog.

Het was met de hier opgenomen opera, “Hypermnestre” (1716) dat hij erin slaagde de Franse en Italiaanse stijl te verenigen. Gedurende het begin van de jaren twintig van de 18de eeuw wijdde Gervais zich voornamelijk aan solo cantates, die ondanks de titel “Cantates françaises”, geïnspireerd waren door de Italiaanse stijl. Gervais’ laatste dramatisch werk was een ballet in weer een meer traditionele stijl, “Les Amours de Protée” (1720). In november 1722, toen het hof weer naar Versailles ging, benoemde de Régent hem samen met André Campra en Nicolas Bernier, tot “sous-maître van de Chapelle royale”, ter vervanging van Delalande. In die functie zou hij vijfenveertig “grands motets” componeren, in een vereenvoudigde vorm van de stijl van Delalande. Gervais schreef ook een “Méthode pour l’accompagnement du clavecin qui peut servir à la composition et apprendre à bien chiffrer les basses”

Hypermnestra was in de Griekse mythologie een van de vijftig Danaïden, de dochters van Danaos. Danaos was, als zoon van Belus, de tweelingbroer van Aigyptos die vijftig zonen had. Aigyptos beval dat zijn zonen de Danaïden zouden huwen waarop Danaos met zijn gezin naar Argos vluchtte waar Pelasgus koning was. Toen Aigyptos en zijn zonen aankwamen om de Danaïden mee te nemen, gaf Danaos toe om het volk van Argos het leed van een strijd te besparen. Desalniettemin instrueerde hij zijn dochters om hun echtgenoten te doden tijdens hun huwelijksnacht.

Negenenveertig van hen volgden zijn bevel, maar één, Hypermnestra, weigerde omdat haar echtgenoot Lynceus haar wens had gerespecteerd om nog maagd te blijven. Danaos was woest op zijn ongehoorzame dochter en liet haar door het Argivische hof veroordelen voor hoogverraad. Aphrodite kwam tussenbeide en redde haar. Lynceus doodde later Danaos uit wraak voor de dood van zijn broers. Lynceus en Hypermnestra stichtten vervolgens een dynastie van Argivische koningen (de Danaïsche dynastie), die begon met hun zoon Abas. In sommige versies van de legende werden de Danaïden gestraft in de onderwereld doordat zij gedwongen waren water aan te dragen in een kruik met gaten, of een zeef, zodat het water er altijd uitliep. Hypermnestra ging echter rechtstreeks naar het Elysium.

Deze Tragédie en musique met een proloog, “Jeux en l’honneur d’Isis” en vijf akten, op een libretto van Joseph de La Font en Simon-Joseph Pellegrin, werd op 5 november 1716 opgevoerd in de Académie royale de musique. Andere opvoeringen vonden plaats in Brussel, in het Théâtre de la Monnaie, in mei 1726, februari 1727 en januari 1732, evenals in Lyon, in de Jeu de salle du Jeu de Paume de la Raquette Royale, in 1742. Tijdens de herneming in 1728 , werd een parodie opgevoerd in het Italiaanse theater met als titel “la Bonne Femme”, door Pierre-François Biancolelli (Dominique) en Jean-Antoine Romagnesi. Het werk werd gepubliceerd door Ballard in 1716.

La Font liet zich inspireren door het stuk “Les Danaides” van Jean-Ogier de Gombauld (1576-1666), (gepubliceerd in 1658), en door de tragedies “Lyncée uit 1678 van (Abbé) Gaspard Abeille (1648-1718) en “Hypermnestre” uit 1704 van Theodore de Riupeirous (1664-1706). Hij droeg het libretto op aan de regent, Philippe d’Orleans. Joseph de La Font (1686-1725), de zoon van een Parijse advocaat, bleef vooral bekend als auteur van het libretto voor “Les Festes de Thalie”, een Ballet en Musique van Jean-Joseph Mouret (1682-1738), dat bijna tachtig! keer werd opgevoerd tijdens het seizoen 1714-1715. L’abbé Simon-Joseph Pellegrin (1663-1745), lid van de Ordre des Servites in Moustiers-Sainte-Marie (foto) (Alpes-de-Haute-Provence), was de librettist van tal van Franse opera’s, o.a. van Rameau (“Hippolyte & Aricie” en “Les Fêtes d’Hébé”), Destouches (“Télémaque & Calypso”), Montéclair (“Jephté”) en Desmarest (“Renaud ou la Suite d’Armide”).

Muzikaal biedt deze tragédie lyrique krachtige kansen voor de drie hoofdpersonages, in dit geval, de schitterende Katherine Watson – Hypermnestre (foto), Mathias Vidal – Lyncée en Thomas Dolié – Danaüs. De andere rollen worden even sterk vertolkt door Chantal Santon-Jeffery – Une Égyptienne, une Naïade, une Argienne, une Bergère, une Coryphée, Manuel Núñez Camelino – Un Égyptien, le Grand Prêtre d’Isis, un Berger, un Coryphée, Juliette Mars – Isis, une Matelote, en Philippe-Nicolas Martin – Le Nil, Arcas en l’Ombre de Gélanor. De opera werd in samenwerking met het Centre de musique baroque de Versailles, opgenomen in de heel bijzondere Béla Bartók Nationale Concertzaal van het Müvészetek Palotája (Paleis der Kunsten- Müpa) in Boedapest (foto’s). De uitstekende akoestiek van deze zaal droeg mede bij tot de perfecte klankregistratie, geleid door Tamas Dragon, Miklós Monoki en Adam en László Matz. Benoît Dratwicki stond in voor de productie en voor de uitvoerige tekst in het bijbehorend boekje, waarin u ook het libretto kan volgen. Buitengewoon!

Geen Franse opera van die tijd zou compleet zijn geweest zonder veel koor- of instrumentale muziek en Gervais, een meester in melodie, harmonie en orkestratie, serveerde deze in een oogverblindende reeks divertissements en feestelijke scènes vol dansen (inclusief een massieve passacaille), vooral in de proloog (bv. “Gavotte en Menuet pour les Naïades” en “Gigue pour les peuples”) en in de 1ste akte (o.a. “Air pour les peuples”, Sarabande pôur les peuples Argiens”, “Air de trompettes” en “Tremblement de terre”). Dit alles wordt hier met groot stilistisch inzicht en levendigheid uitgevoerd door Vashegyi’s Orfeo Orchestra en het Purcell Choir. Warm aanbevolen! En, lees voor de gelegenheid eens het boek, “Charles-Hubert Gervais : Un musicien au service du Régent et de Louis XV” (2001) (foto) van de Franse musicoloog, Jean-Paul C. Montagnier (°1965) (CNRS Editions – Collection : Sciences de la musique).

Charles-Hubert Gervais Hypermnestre Katherine Watson Mathias Vidal Thomas Dolié Chantal Santon-Jeffery Purcell Choir Orfeo Orchestra György Vashegyi 2 cd Glossa GCD924007

http://www.stretto.be/2019/06/03/ontdek-twee-schitterende-barokoperas-iipermestra-en-gli-amori-dapollo-e-di-dafne-van-francesco-cavalli-op-de-labels-challenge-classics-en-glossa/