“De dirigent”, een heel mooie roman (en film) van Maria Peters, gebaseerd op het waargebeurd verhaal van de eerste succesvolle, vrouwelijke dirigent, uitgegeven door Boekerij.

Willy Wolters wil orkestdirigent worden. Er is echter één probleem, het is 1928 en Willy is een vrouw. In haar tijd worden vrouwen zelden toegelaten tot het conservatorium, laat staan dat ze orkestdirectie mogen studeren…Deze meeslepende roman is de verdere uitwerking van Peters’ gelijknamige film, nu ook op dvd, gebaseerd op het levensverhaal van de Rotterdamse Antonia Brico, die uitgroeide tot de eerste, succesvolle, vrouwelijke dirigent ter wereld

New York, 1926. De Nederlandse Willy Wolters is als kind met haar ouders naar Amerika geëmigreerd. Ze heeft maar één droom: dirigent worden van een groot symfonieorkest. In de jaren twintig is zoiets echter ondenkbaar. Er wordt van vrouwen verwacht dat ze trouwen en kinderen krijgen, niet dat ze naar het conservatorium willen. Willy laat zich niet uit het veld slaan. De passie voor muziek kan ze gelukkig kwijt in het studeren op haar oude piano, in het zoeken naar een dirigent die haar les wil geven en in haar baan bij een concertgebouw. Tijdens haar werk ontmoet ze Frank Thomsen, een rijke, aantrekkelijke man met veel connecties in de muziekwereld. In eerste instantie moeten de twee niks van elkaar hebben; hun afkomst is te verschillend. Maar dan slaat er toch een vonk over. Het is helemaal niet de bedoeling dat ze verliefd worden, juist op het moment dat Willy naar Europa wil afreizen om haar droom waar te maken. Het stelt haar voor een onmogelijke keuze.

Antonia Louisa Brico (1902-1989) was een Nederlands-Amerikaanse dirigente en pianiste uit Rotterdam. Ze was één van de eerste vrouwen die als dirigente werkte en ondervond in het begin van haar carrière tegenwerking omdat men van mening was dat het beroep van dirigent alleen door mannen kon worden uitgeoefend.

Brico werd geboren als kind van Agnes Margaretha Brico, een 22-jarige ongehuwde moeder. Ze groeide op bij pleegouders die met haar in 1907 of 1908 naar Oakland in Californië emigreerden. Ze kreeg al jong pianoles en toen ze in 1919 van de Oakland Technical High School afkwam, was ze al een ervaren pianiste en had ze ervaring in het dirigeren. Aan de Universiteit van Californië – Berkeley werkte Brico als assistente van Gaetano Merola, de latere grondlegger en directeur van de San Francisco Opera. Na haar afstuderen in 1923 studeerde ze piano bij verschillende leraren, o.a. bij de Poolse pianist en componist Zygmunt Stojowski.

In 1927 ging Brico naar de Staatliche Musikakademie in Berlijn. Ze studeerde in 1929 af in orkestdirectie, als eerste Amerikaanse. In die periode was ze ook leerling van de beroemde Karl Muck, dirigent van het Philharmonisches Staatsorchester Hamburg, bij wie ze na haar afstuderen nog drie jaar verder studeerde. Na haar debuut als professioneel dirigent bij de Berliner Philharmoniker in februari 1930 werkte Brico met de San Francisco Symphony Orchestra en met Mucks orkest in Hamburg. Ze kreeg lovende kritieken van critici en had succes bij het publiek. Optredens als gastdirigente bij orkesten in Detroit, Washington D.C. en andere steden volgden al snel. In 1934 werd zij benoemd tot dirigent van het nieuw opgerichte Women’s Symphony Orchestra dat in januari 1939 (na de toelating van mannen) het Brico Symfonieorkest werd.

In juli 1938 was Brico de eerste vrouw die de New York Philharmonic leidde en in 1939 trad ze op met het symfonieorkest van het Federal Music Project tijdens de New York World’s Fair. Tijdens een Europese tournee, waarin ze zowel als pianiste en als dirigente optrad, werd Brico door de Finse componist Jean Sibelius uitgenodigd om het Filharmonisch Orkest van Helsinki te leiden.

Brico verhuisde in 1942 naar Denver waar ze de Denver Philharmonic Orchestra oprichtte, een semi-professioneel orkest. Ze was van 1958 tot 1963 ook dirigente van het Boulder Philharmonic Orchestra. Ze gaf tevens pianoles, onder meer aan folkrockzangeres Judy Collins, die haar carrière begon als klassiek pianiste. Brico bleef optreden als gastdirigente van orkesten over de hele wereld, maar een gastdirectie bij het Concertgebouworkest werd afgewezen, omdat dat voorstel van Eduard van Beinum “te sensationeel” werd gevonden. Het laatste jaar van haar leven woonde ze in de Bella Vita Towers, een verpleeghuis in Denver, waar ze in 1989 na een langdurige ziekte op 87-jarige leeftijd stierf. Het History Colorado Center in Denver bezit een verzameling van haar brieven en documenten. In 1974 verscheen de documentaire “Antonia: A Portrait of the Woman” van regisseur Jill Godmilow en Judy Collins, Brico’s voormalige studente, als producent.

Brico was weliswaar niet de enige. De Antwerpse Frédérique Petrides-Mayer (Ricki voor de vrienden) (1903-1983) had in New York de leiding van het “Orchestrette Classique”, een tot in 1942 uitsluitend uit vrouwen bestaand ensemble, en de Luikse violiste en pianiste, Juliette Folville (1870-1946) (foto), was de eerste vrouwelijke dirigent. Op 26 december 1890 dirigeerde zij nl. in het Concertgebouw in Amsterdam, haar eigen compositie, “Scènes champêtres”. Elfrida Andrée (1841-1929) een Zweedse organiste en componiste, maar beroepshalve telegrafiste,  kreeg haar muzikale opleiding eerst van haar vader en de plaatselijke organist, maar ging verder studeren bij Ludvig Norman en Niels Gade in Denemarken. Ze was strijdster voor gelijke rechten voor man en vrouw en werd als zodanig (ook) een van de eerste vaste vrouwelijke organisten in Scandinavië.

Andere vrouwelijke dirigenten van het eerste uur waren o.a. Gwendolen Avril Coleridge-Taylor (1903-1998), de dochter van de componist, Samuel Coleridge-Taylor, de Letse koorleidster,  de Sovjet-Russische Ausma Derkēvica (1929-2011), de Sovjet-Russische Veronika Borisovna Dudarova (1916-2009), dirigent van het Staats Symfonie Orkest van Moskou, de Engelse  Ruth Dorothy Louisa Gipps (1921-1999), de oprichtster van het London Repertoire Orchestra, de Braziliaanse Chiquinha Gonzaga (1847-1935), Imogen Clare Holst (1907-1984), de dochter van de componist Gustav Holst, de Tsjechische Vítězslava Kaprálová (1915-1940), de schoondochter van de kunstenaar Alfons Mucha, de Cubaanse Tania León (°1943), en Zheng Xiaoying (°1929), de eerste, Chinese vrouwelijke dirigent en de oprichtster van het vrouwenorkest, het Ai Yue Nu Filharmonisch Orkest.

Maria Peters (°1958) is filmproducent, filmregisseur en scenarioschrijver. Ze zette meerdere gouden films (vanaf 100.000 bezoekers) en platina films (vanaf 400.000 bezoekers) op haar naam, waaronder Kruimeltje (1999), Pietje Bell (2002) en Sonny Boy (2011). Na het filmen van De dirigent (2018) liet Antonia Brico haar niet los, wat haar ertoe aanzette haar verhaal uit te werken tot een roman. Maria Peters studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam.

Na haar kandidaatsexamen studeerde ze aan de Nederlandse Filmacademie waar ze in 1983 examen aflegde met de (korte) speelfilm Alle vogels vliegen. In de jaren na haar examen werkte Maria Peters mee aan diverse producties, zoals Abel (1986), Honneponnetje (1988) en De orionnevel (1987). In 1987 richtte ze samen met haar man Dave Schram en Hans Pos, de filmproductiemaatschappij “Shooting Star Filmcompany” op.

 “De dirigent” van Maria Peters is een vlot en boeiend geschreven, vertellende roman, informatief en aangenaam om te lezen. Daarenboven werkt het bijna taboe onderwerp, enigszins prikkelend en vernieuwend. Het getuigt van spitsvondig bedachte kritiek vanuit sociaal-geëngageerde, artistiek-muzikale empathie. Bravo, Maria. Warm aanbevolen.

Maria Peters “De dirigent”, gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de eerste succesvolle vrouwelijke dirigent 287 bladz. uitg. Boekerij ISBN 9789402314045