Lully’s “Isis” door Eve-Maud Hubeaux, het Choeur de Chambre de Namur en Les Talens Lyriques o.l.v. Christophe Rousset, op het label Aparté. Magistraal!

Isis is een Franse tragédie en musique in een proloog en vijf akten van Jean-Baptiste Lully op een libretto van Philippe Quinault, gebaseerd op de Metamorfosen van Ovidius. Deze vijfde Tragédie van Lully’s samenwerking met Quinault, werd voor het eerst uitgevoerd in januari 1677 voor het koninklijk hof van Louis XIV in het kasteel van Saint-Germain-en-Laye en ontving in augustus een reeks openbare opvoeringen in het Théâtre du Palais-Royal . Deze uitgave verschijnt op 15 november.

Een Tragédie lyrique (gezongen tragedie) of Tragédie mise en musique was het belangrijkste operagenre aan het Franse hof van de 17de – en 18de eeuw. Het genre werd door Lully uit elementen van de Franse tragedie, het komedieballet, het ballet de cour en de Italiaanse opera ontwikkeld en werd stilistisch voortgezet door Rameau. Een tragédie lyrique bestond uit een allegorische proloog, die meestal betrekking had op actuele politieke gebeurtenissen of op gebeurtenissen aan het hof, en de eigenlijke Tragédie, bestaande uit vijf bedrijven. De onderwerpen kwamen meestal uit de Griekse en Romeinse mythologie. Belangrijke bestanddelen van de Tragédie lyrique waren de korte, syllabisch gezongen aria’s en duetten, de declamatorische monologen en de vele intermezzi met dans en pantomime. De eerste Lyrische tragedies van Lully waren “Cadmus et Hermione” (1673), “Alceste” (1674), “Thésée” (1675) en “Atys” (1676).

De proloog van “Isis”, gecomponeerd in 1677, vindt plaats in het paleis van La Renommée (Eve-Maud Hubeaux) met haar gevolg, Rumeurs en Bruits (koor), dansend in aanwezigheid van de godin. Wanneer zij de glorie en triomferende moed van de grootste helden bezingt, verwijst ze naar Louis XIV. Ze wordt bezocht door Apollo met zijn gevolg van vier Muzen, die vanuit de lucht aankomen, en Neptunus met zijn gevolg van Tritons, die vanuit zee komen. Beide groepen zijn uitgerust met violen, luiten en trompetten. Wanneer Neptunus over de recente avonturen van de veroveraar op zee zingt, verwijst hij naar de Franse overwinning in de zeeslag tegen de Hollanders van Stadhouder Willem III en de Spanjaarden in 1676 in de Frans-Nederlandse oorlog.

“Isis” gaat over de liefde van de god Neptunus voor de nimf Io en de jaloezie van Juno. Io, dochter van Inachus, is beloofd in het huwelijk te mogen treden met Hiérax, maar wordt belaagd door Neptunus. Uiteindelijk geeft ze toe aan deze liefde ondanks haar schuldgevoel. Juno heeft Io gevangengezet en gekweld, waardoor Io, Neptunus om hulp riep. Neptunus zwoer trouw aan Juno als ze Io wilde sparen, waarop Juno op de Olympos, Io veranderde in de Egyptische godin, Isis. Zij zou uiteindelijk vrouw en zuster worden van Osiris, en de moeder van Horus.

Tijdgenoten van Lully interpreteerden dit verhaal als een weergave van de gespannen situatie tussen twee minnaressen van de koning. Het karakter van Io werd gelijkgesteld met Madame de Ludres (foto), “La belle Ludres”, Louis XIV’s nieuwe favoriet aan het hof, aan wie hij overvloedige geschenken had gegeven. Zijn gewezen minnares, Madame de Montespan (foto), was woedend en deed alles wat ze maar kon om Madame de Ludres te vernederen. Daarenboven beëindigde het daaropvolgend schandaal van de première, de samenwerking tussen Lully en Quinault een tijd lang, en leidde tot het ontslag van een aantal leden binnen de artistieke kring van Lully. Isis bracht de librettist, Philippe Quinault (foto) in diskrediet, waardoor hij twee jaar van het hof en het theater werd verdreven.

Madame de Montespan herkende zichzelf nl. als Juno en dacht dat ze Mademoiselle de Ludres, de minnares van de koning van het moment, herkende in het karakter van Io en Isis. Het hele hof verweet haar dat en Mademoiselle de Ludres verliet het jaar daarop het Hof. Ze overleed op 80-jarige leeftijd in haar château de Vaucouleurs (foto) in de regio Meuse/région Grand Est.

Isis getuigde duidelijk van de opmerkelijke wapenfeiten van het koninkrijk van Louis XIV. De proloog verwees naar de oorlog in Holland, naar de overwinningen van de Franse, Koninklijke Marine (Neptunus verschijnt). Dit was al met al een gebruikelijke voorwaarde voor een tragedie in de muziek, zoals in Versailles het plafond van de enorme spiegelzaal is beschilderd met alle veldslagen van de koning als krijgsheer. Op het esthetische en lyrische niveau was “Isis”, een keerpunt. Gecreëerd voor de koning in St-Germain en Laye op 5 januari 1677, was “Isis” nl. één van de eerste lyrische tragedies die machines vereisten, ontworpen door Carlo Vigarini, die later in nog meer uitgebreide en nog spectaculairdere proporties zouden voorkomen in Lully’s “Persée” (1682).

De grote intensiteit van Isis, met al zijn metamorfose en ontwikkelingen (Io wordt de godin Isis) bood Lully vele gelegenheden om zijn prachtige orkestrale vaardigheden te tonen, die inderdaad een schilderachtige levendigheid onthulden. Met grote intentie nieuw leven ingeblazen door Christophe Rousset, de Talens Lyriques, het Kamerkoor van Namen en een briljante cast, toont Isis zijn sierlijke uitstraling en onthult al zijn charmes in deze prachtige opname.

Personages:

Jupiter, dieu, époux de Junon, amoureux de Io (bas)

Junon , déesse, épouse de Jupiter, jalouse de Io (sopraan)

Iris , déesse, messagère de Junon (sopraan)

Mercure, dieu, messager de Jupiter (ténor)

Io, nymphe, fille d’Inachus, dieu fleuve, fiancée de Hiérax aimée de Jupiter, deviendra la déesse Isis (sopraan)

Mycène, nymphe, sœur de Io (sopraan)

Hiérax, mortel, fiancé malheureux de Io (bas)

Argus, mortel, frère de Hiérax (bas)

Pirante, mortel, ami de Hiérax (tenor)

Pan, dieu, (bas)

Syrinx, nymphe, poursuivie par Pan et changée en roseaux dont il va faire des flûtes (sopraan)

Erinnie , une des Furies, persécutrice de Io (tenor)

De schitterende uitvoerders zijn Les Talens Lyriques, Chœur de Chambre de Namur o.l.v. Christophe Rousset, Eve-Maud Hubeaux (foto) (Thalie, Isis, Io, La Renommée, Melponème), Aimery Lefèvre (Hiérax), Edwin Crossley-Mercer (Jupiter, Pan), Julie Calbète en Julie Vercauteren (deux nymphes), Cyril Auvity (Apollon, Pirante, la Furie), Philippe Estèphe (Neptune, Argus) , Fabien Hyon (Mercure), Bénédicte Tauran (soloist) en Ambroisine Bré (Mycène, Junon).

Jean-Baptiste Lully Isis Eve-Maud Hubeaux Cyril Auvity Choeur de Chambre de Namur Les Talens Lyriques Christophe Rousset 2 cd Aparté AP216

http://www.stretto.be/2019/09/29/phaeton-van-lully-o-l-v-vincent-dumestre-een-nieuwe-uitgave-in-de-reeks-chateau-de-versailles-spectacles-prachtig/