Ontdek Beethovens heel mooie Lieder, Vol. 1, door Elisabeth Breuer (sopraan), Rainer Trost (tenor), Paul Armin Edelmann (bariton), Ricardo Bojorquez (bas) & Bernadette Bartos (piano), op het label Naxos.

Midden 18de eeuw ontstond de eerste Berlijnse liedschool rond Carl Philipp Emanuel Bach. Dit was een groep componisten die uitging van het principe dat alles eenvoudig moest zijn (te vergelijken met Glucks “Reformoper”). Het klavier werd ondergeschikt. In de 2e helft van de 18e eeuw ontstond de tweede Berlijnse liedschool. Hun motto was eenvoud. Ze stonden onder grote invloed van het volkslied en er werd veel gebruikgemaakt van teksten van Goethe en Schiller. Het klavier als begeleidingsinstrument werd belangrijk.

Het lied was de meest originele en de eenvoudigste vorm van poëzie, waarin het menselijk gevoel in zijn stemmingen en relaties een pure en intense uitdrukking vond. De volkse ballade was in de middeleeuwen een episch en strofisch lied uit ridderlijke kringen, dat later volksgoed werd. Dit omvatte het “Lied op de afscheidsscène tussen Elisabeth en Ludwig van Thüringen” uit 1227 bij het vertrek van Ludwig op kruistocht. Jörg Widmann prees in 1504 de verdedigers van de stad in “Ain prachtig lied van Vilshofen”. Hans Umperlin schreef een gedicht in 1516, waarin hij aan het einde van zichzelf zegt: “Wie de liedlin zingt nieuw/wordt Hans Umperlin genoemd/heeft twaalf levendig kind …” Rond 1518 verscheen bij de Keulse drukker Arnd von Aich, de oudste Duitse Liedverzameling met de titel “75 mooie liedjes myt treble, alt, bas en tenor” (75 mooie liedjes met sopraan, alt, bas en tenor).

Het woord “volkslied” kwam van Johann Gottfried Herder (1744-1803) (foto), die aldus termen als “Gassenhauer”, “Bauerngesang” en “Cantio rusticalis” verving. In het volkslied was een zingbare melodie een essentiële voorwaarde, opdat iedereen het kon zingen zonder speciale, vocale opleiding. De in 1778 door Herder uitgegeven verzameling „Stimmen der Völker in Liedern“, richtte de aandacht voor het eerst op het volkslied in Europa. Vanaf het begin van de vroeg romantiek werd het volkslied beschouwd als de weerspiegeling van de “nationale geest”, samengevat in beroemde collecties (o.a. Achim von Arnims en Clemens Brentano’s, “Des Knaben Wunderhorn”, 1806). Het volkslied werd vanwege zijn strofische vorm en de pakkende melodie, gezien als een ideaal soort liedvorm. Door Franz Schubert werd het lied een complexere kunstvorm, die rond 1830 leidde tot een splitsing in ernstige en vermakelijke liedvormen.

Beethoven componeerde naast canons, trio’s en vocale ensembles, ongeveer 90 liederen, waarvan de meeste zonder opusnummer, op teksten van 35 dichters. Behalve Metastasio, waarvan hij verschillende Italiaanse teksten toonzette, gaf Beethoven de voorkeur aan Riessig, Gellert, Matthison, Jeitteles, auteur van ‘An die ferne Geliebte’, en Goethe die hij vurig bewonderde. De thematiek was van uitgesproken, romantische aard, vaak gerelateerd aan de ‘Sturm und Drang’. Ze was patriottisch, religieus, pantheïstisch, vol ‘Sehnsucht’, zowel verlangen als nostalgie, en vaak gerelateerd aan het thema van de onbereikbare geliefde, maar ze waren ook vaak licht, opgewekt en levenslustig, tot humoristisch.

Ten tijde van de jonge Beethoven (foto) was het genre nog nieuw. Beethovens liederen vormden dan ook de stilistische overgang van C. Ph. E. Bach en de Berlijnse School, en Gluck, Haydn en Mozart in Wenen, naar de toekomstige romantici, Schubert en Schumann. En net als zij, koos hij als aanzet tot een Germaanse, culturele identiteit, als één van de eersten, teksten in het Duits.

De cd biedt een levendig vocaal, lyrisch panorama van de poëtische levens- en gedachtewereld van de late 18de – en vroege 19de eeuw. De betekenis van Beethoven als componist van liederen en gezangen werd lange tijd verwaarloosd door zijn vernieuwende symfonieën, kamermuziek en pianosonates. Zelfs de vooroordelen dat zijn vocale composities moeilijk te zingen waren, droegen ertoe bij dat slechts enkele liederen zoals het “Flohlied”, “An die ferne Geliebte”, “Adelaide” en “Der Kuss und Andenken”, hun weg naar de concertzaal vonden.

Het eerste lied dat hier is opgenomen Klage, WoO 113, dateert uit 1790 en is een toonzetting van een gedicht van Ludwig Hölty (foto), een lid van de groep Duitse romantische dichters bekend als de ‘Göttinger Hainbund’. Het wordt gevolgd door een gedicht van Goethe, “Neue Liebe, neues Leben”, WoO 127, gecomponeerd in 1798 en gepubliceerd in 1809 als onderdeel van op. 75, met drie andere gedichten van Goethe, o.a “Erlkönig”, WoO 131.

“In questa tomba oscura”, WoO 133 werd in 1807 gecomponeerd voor een wedstrijd tussen componisten, georganiseerd door Gravin Rzewuska die in 1812 zou huwen met Graaf Waldstein. Een tekst van de dichter Giuseppe Carpani werd getoonzet door wel 64 componisten. Beethoven droeg zijn versie op aan Prins Lobkowitz. Beethoven had het grootste respect voor Goethe en publiceerde in hetzelfde jaar vier toonzettingen van het lied van Mignon, “Nur wer die Sehnsucht kennt”, WoO 134, (”Alleen degenen die weten wat het is om te verlangen”) uit Goethe’s Bildungsroman, “Wilhelm Meisters Lehrjahre”.

Verder ontdekt u o.a. An die Geliebte, WoO 140, Das liebe Kätzchen, Hess 133, Egmont, op. 84, Languisco e moro, Hess 229, Lied aus der Ferne, WoO 137, 6 Lieder, op. 75 (1809), 8 Lieder, op. 52 (1805), 6 Lieder von Gellert, op. 48 (1802), Opferlied ‘Die Flamme lodert’, WoO 126, Vier Ariettas, op. 82 (1809), Schwinge dich in meinem Dom, Hess 137, 3 Gesänge, op. 83 (1810) en Traute Henriette, Hess 151. Kortom, deze cd is een unieke gelegenheid om Beethoven als Liedcomponist te ontdekken.

Daarenboven wordt dit muzikaal universum van grote muzikale schoonheid, gezongen door de schitterende, Oostenrijkse sopraan, Elisabeth Breuer, Rainer Trost met zijn magnifieke, zachte tenorstem met wat kleur van het hoog register van de bariton à la Dietrich Fischer-Diskau destijds, de al even magnifieke bariton, Paul Armin Edelmann (gewezen lid van de Wiener Sängerknaben), en de Mexicaanse bas, Ricardo Bojorquez met een stem en timbre van gelijkaardig niveau. Warm aanbevolen, dus.

Beethoven Lieder, Vol. 1 Sehnsucht Erlkönig In questa tomba oscura Elisabeth Breuer (soprano), Rainer Trost (tenor), Paul Armin Edelmann (baritone), Ricardo Bojorquez (bass) & Bernadette Bartos (piano) cd Naxos 8574071

http://www.stretto.be/2017/08/09/beethoven-als-liedcomponist/