Amusement verzekerd met Offenbachs komische opera, “Maître Péronilla”, o.l.v. Markus Poschner, een nieuwe uitgave van Bru Zane.

“Er is meer Spanje in het brein van Offenbach dan in Spanje zelf”, zei een journalist n.a.v. Maître Péronilla. Begrijpelijk, gezien de charme en humor van deze komische opera waarin maar liefst tweeëntwintig personages bezig zijn met het ontrafelen van een komisch, ingewikkeld liefdesverhaal.

Maître Péronilla is een opéra-bouffe in drie akten uit 1878 op een Frans libretto van de componist zelf, Charles-Louis-Étienne Nuitter (foto) en Paul Ferrier. Nuiter was niet de eerste de beste. Zo vertaalde hij bv. verschillende libretti van Wagner opera’s in het Frans en schreef hij wel acht libretti voor Offenbach. Ferrier had op zijn beurt het grootste succes met “Josephine vendue par ses sœurs” (1886), een komische opera van Victor Roger. De ondertitel van “Maître Péronilla” was “La femme à deux maris”. Dit was de werktitel tijdens de voorbereiding van het libretto en de compositie heette toen nog “Frimouskino”.

In Nice, vroeg Offenbach, Nuitter en Ferrier om hem te helpen met de tekst omdat zijn vaste medewerkers Meilhac en Halévy, zich op dat moment concentreerden op andere projecten, waaronder hun samenwerking met Lecocq. Na de première in het Théâtre des Bouffes Parisiens, werd het stuk na minder dan twee maanden afgehaald en keerde “Le timbale d’argent” van Léon Vasseur terug op de affiche van de Bouffes. Het werk is naast “Pépito”, “La Duchesse d ‘Albe” en “Les bavards”, een typisch voorbeeld van Offenbachs komische opera’s met Spaanse connectie.

De kwaliteit van het libretto is des te beter omdat het o.a. is geschreven door de componist zelf. Castagnetten, tamboerijnen en triangel markeren vrolijk een van Offenbachs laatste partituren, met zowel indrukwekkende, vocale ensembles als intieme poëzie. Deze wereldpremière opname bevat specialisten van dit repertoire, zoals Éric Huchet en Loïc Félix, maar ook operazangers die in deze context eerder onverwacht zijn, inclusief Véronique Gens, die hoorbaar plezier beleven aan zo’n vreugdevol gezelschap, heel professioneel ondersteund door het Orchestre National de France en het Chœur de Radio France.

In de eerste akte moet Manoëla, de jonge en mooie dochter van Péronilla, de bekende en geliefde chocolatier in Madrid, trouwen met de oude Don Guardona. Dit tot ongenoegen van Ripardos, een soldaat, en Frimouskino, een notarisbediende. Léona, de zus van Péronilla, heeft de bruiloft geregeld om de aandacht van de knappe muziekmeester Alvarès te dwarsbomen. Nadat hij door Léona is ontslagen, keert hij terug naar het huis van Péronilla. Het huwelijkscontract is al getekend, maar Ripardos en Frimouskino slagen er in om, in het schemerlicht van de kapel, Alvarès, en niet Don Guardona, in de echt te verbinden met Manoëla.  Daardoor krijgt ze twee echtgenoten…

De 2de akte die zich afspeelt in het paleis van de markies Don Henrique de Rio Grande, opent met een groep bedienden die zingt over de nutteloosheid om oprechte liefde te willen dwarsbomen. De pasgetrouwden, of liever Manoëla en Alvarès, gaan zitten om te dineren, vergezeld door de bruiloftsgasten, inclusief de andere echtgenoot. Alvarès zingt een malagueña. Er is afgesproken om de volgende dag uitleg te geven, vooral omdat Péronilla zich schaamt over de zaak en niet kan kiezen tussen de twee nieuwe schoonzonen. Allen gaan naar bed. Manoëla en Alvarès, mogen met de medeplichtigheid van Ripardos en Frimouskino, het huis ontvluchten, maar worden gevangen door de alguazils. Manoëla wordt daarop gedwongen in een klooster te verblijven tot de zaak is geregeld.

In de 3deakte heeft een menigte zich verzameld in de rechtbank om de zaak te volgen. Getuigen worden opgeroepen en Péronilla en verdedigt de zaak van Alvarès. Wanneer de rechter het huwelijkscontract wil zien, blijkt dat er de naam van Léona op staat in plaats van Manoëla (een list van Frimouskino). De oudere vrouw is niet ongelukkig bij het vooruitzicht op een huwelijk met Don Guardona, dus wordt Alvarès de (enige) echtgenoot van Manoëla.

De solisten zijn Chantal Santon-Jeffery, Antoinette Dennefeld, Tassis Christoyannis, Véronique Gens, Éric Huchet, Loïc Félix, Matthieu Lécroart, Anaïs Constans, Patrick Kabongo, François Piolino, Yoann Dubruque, Raphaël Brémard, Jérôme Boutillier, Antoine Philippot, Philippe-Nicolas Martin en Diana Axentii. In het bijbehorend boek (Frans- en Engelstalig) schrijven, na de inleiding door Alexandre Dratwicki (“Préambule à Maitre Péronilla”), Gérard Condé en Jean-Claude Yon, over “Maitre Péronilla: opéra-bouffe ou opéra-comique?” en “Offenbach et l’Espagne”. Daarna hebben Etienne Jardin en Bénédict het over bijzonderheden aangaande “La voix du commerce” en “Le soir de la première”. Warm aanbevolen.

Jacques Offenbach Maître Péronilla Véronique Gens Éric Huchet Loïc Félix Choeur de Radio France Orchestre National de France Markus Poschner Boek + 2 cd Bru Zane BZ1039