Waar kwam Hitlers extreem kwaadaardige ideologie vandaan? Bij uitgeverij Omniboek verscheen het boek “De jonge Adolf”, de Nederlandse vertaling van het boek “Hitlers Wien” van Brigitte Hamann, een indrukwekkend boek over zijn Weense leerschool.

 “De jonge Adolf”, oorspr. “Hitlers Wien, Lehrjahre eines Diktators”, van Brigitte Hamann, is een monumentale biografie over de jonge Adolf Hitler en geeft daarnaast een uitstekend beeld van de magistrale kunstenaarsstad Wenen tussen 1907 en 1913. De latere voorman van de nationaalsocialisten vond in Wenen echter de bron van zijn zwart gedachtegoed.

In de stad deden verschillende racistische en antisemitische theorieën de ronde, die Hitler gretig absorbeerde. Langzaam maar zeker veranderde hijzelf en zijn kijk op de wereld, en na de Eerste Wereldoorlog verscheen een andere Hitler ten tonele. Historica Brigitte Hamann geeft met haar boek een bijzonder interessante inkijk in de opvallende leerschool van de aankomende dictator, want die leerschool stond nl. in…Wenen.

De bedoeling van het boek is de culturele en sociale geschiedenis van het Wenen van direct voor de Eerste Wereldoorlog te beschrijven, gezien vanuit het perspectief van een jonge, alleenstaande, losse werkman uit de provincie, Adolf Hitler. Tegelijk is het de biografie van deze ooit onbekende jongeman tot het moment dat hij als 24-jarige naar München vertrekt. “Ik heb de twee thema’s met elkaar verbonden”, schrijft Hamann, “om duidelijk te maken hoe zwaar het stempel is dat Wenen op Hitler drukte. Vooral zijn ‘wereldbeschouwing’ die hij later tot fundament en kern van zijn politiek maakte, was afkomstig uit de door hem zo gehate hoofdstad van het Habsburgse Rijk”.

Dat de zes Weense jaren niettemin leerjaren waren voor de politicus Hitler, is pas naderhand gebleken. Toen hij vanaf 1919 in het Duitsland van de Weimar Republiek, in de openbaarheid trad, deed hij dat vooral met leuzen die hij in Wenen had geleerd en met methoden die hij van zijn politieke voorbeelden uit die stad overnam. In 12 hoofdstukken vertelt Hamann over de ervaringen, invloeden en contacten van de jonge Hitler, vanaf zijn contact met August Kubizek (foto), tot de Grote Oorlog. Elk hoofdstuk is voorzien van een excurs of uitweiding.

“Hitlers Wenen”, zo lezen we, “was niet de kunstzinnig-intellectuele stad van het fin de siècle, het sinds lang tot cliché verstarde Wenen waarvan Sigmund Freud, Gustav Mahler, Arthur Schnitzler en Ludwig Wittgenstein de representanten waren, hoewel de laatste wel gelijktijdig met Hitler in Linz op school zat”. “Het Wenen van Hitler”, zo vervolgt Hamann, “was eerder het tegendeel van de schitterende kunstmetropool. Het was de stad van de kleine man die geen enkel begrip kon opbrengen voor de Weense modernisten en die hen als ‘ontaard’, te weinig met het volk verbonden, te internationaal, te ‘Joods’, en te vrijdenkend afwees.

Het was het Wenen van de immigranten, de tekort komenden, de bewoners van de mannenpensions. Vaak waren het angstige mensen, gevoelig voor obscure theorieën, en dan vooral voor ideeën die hun het gevoel konden geven ondanks alle ellende, toch zoiets als een elite te zijn, zelfs beter dan de anderen. Dat betere hield voor hen in dat ze in het ‘Rassen Babylon’ van de veelvolkerenstaat, deel uitmaakten van het ‘edele Duitse volk’, en dus geen Slaven of Joden waren”. “Om dit bijzonder beeld van Wenen te kunnen schetsen, heb ik begrippen en thema’s gebruikt die zowel in Hitlers “Mein Kampf” als in zijn monologen en verhalen over Wenen naar voren komen”, schrijft Hamann.

In haar eerste hoofdstuk, “Uit de provincie naar de hoofdstad”, leest u o.a. over Hitlers voorouders in het Waldviertel, de stad Linz en zijn ontluikende passie voor theater en opera en Richard Wagner, Hitlers toelatingsexamen aan de kunstacademie in Wenen, en Kubizek (Hitlers Jugendfreund) en Franz Jetzinger die in 1956, “Hitlers Jugend. Phantasien, Lügen und die Wahrheit” schreef. Hitler vertrok in september 1907 als 18-jarige, van Leonding nabij Linz, naar Wenen om zich te laten inschrijven aan de kunstacademie. In het magnifiek hoofdstuk “Het Wenen van het modernisme” gaat het over de Ringstrasse (foto) en het tijdperk van Gustav Mahler (als Wagner dirigent), en ontmoet u als Excurs, Max Nordau, de correspondent in Parijs van de Neue Freie Presse, en het begrip ‘ontaard’.

De hoofdstukken 3 t.e.m. 6 gaan over de keizerstad (met als Excurs: de maartdagen en de Heldenplatz), Het parlement, het  sociaal vraagstuk en “Als kunstschilder in het mannenpension” met  als Excurs: de bronnen voor de periode in het mannenpension. Het heel belangrijk hoofdstuk zeven gaat over rassentheoretici en wereldverklaarders, zijnde  Guido von List, Lanz von Liebenfels, Hans Goldzier, Hanns Hörbiger (foto) en de Welteislehre of Glazial-Kosmogonie, (belangrijke bron voor de “Ahnenerbe”, de herkomst en superioriteit van het zogenaamd arische ras, van de SS), Otto Weininger, Arthur Trebitsch en de Weense bijdragen aan Hitlers wereldbeschouwing.

In het al even belangrijk hoofdstuk 8, vervolgt Hamann over Hitlers politieke voorbeelden,  Georg Schönerer (foto), (zijn volgelingen noemden hem ‘de Führer’ en begroetten hem met ‘Heil’), Franz Stein en de al-Duitse Arbeidersbeweging, Karl Hermann Wolf en de Duits radicalen, en Dr. Karl Lueger, de Weense burgemeester en volkstribuun. Na twee hoofdstukken over Tsjechen en Joden in Wenen, met als Excurs: twee voorbeelden, de geassimileerde, Joodse familie Jahoda, en het echtpaar Samuel en Emma Morgenstern, dat in Wenen een glazenierswinkel met atelier runde. Ten slotte gaan de twee laatste hoofdstukken over de jonge Hitler en de vrouwen en over de vooravond van de Grote Oorlog. Ontzettend goed gestoffeerd en bijgevolg, onnoemelijk interessant. Niet te missen, zeker lezen! “Hitlers Wien, Lehrjahre eines Diktators” werd vertaald door Roelof Posthuma.

Dr. Brigitte Hamann (1940-2016) werd geboren in Essen en studeerde geschiedenis en germanistiek in Münster en Wenen. Aanvankelijk werkte ze als journaliste, maar toen ze in 1978 in Wenen promoveerde op een proefschrift over de Oostenrijkse kroonprins Rudolf en de handelseditie een bestseller bleek, kon ze leven van haar eigen werk. Door haar talrijke publicaties over de Oostenrijkse geschiedenis groeide ze uit tot een vooraanstaande en zeer gerespecteerde historica. Haar belangrijkste publicaties, “Rudolf – Kronprinz und Rebell”, “Elisabeth. Kaiserin wieder Willen”, “Bertha von Suttner”, “Hitlers Wien” en “Winifred Wagner oder Hitlers Bayreuth”, zijn bestsellers die door de pers en de vakgenoten lovend werden onthaald. Brigitte Hamann werd overigens talloze malen onderscheiden voor haar werk.

Brigitte Hamann De jonge Adolf 512 bladz. uitg. Omniboek ISBN 9789401916226

http://www.stretto.be/2017/05/29/hitler-biografie/