Kostbare, originele instrumenten. “The Spohr Collection: Historical Flutes”, op het label Channel Classics.

Deze hoogst originele cd laat u kennis maken met tal van waardevolle, historische traverso’s, flûtes traversière of Querflöten uit de collectie van Peter Spohr.

(Peter Spohr)

De opname kwam tot stand door een toevallige ontmoeting met een opmerkelijke privécollectie fluiten, gehouden in Frankfurt. Deze collectie bevat enkele honderden historische fluiten en bevat enkele van de mooiste voorbeelden van nog bespeelbare barokfluiten, o.a. één van de vroegst overgebleven driedelige Franse fluiten uit ca. 1680. De meeste van deze zijn barokfluiten met één klep werden nog niet eerder voor opnames gebruikt.

Men koos voor muziek van Johann Sebastian Bach (1685-1750), Jean-Baptiste Barrière (1707-1745), Jean-Marie Leclair (1697-1764), Pietro Antonio Locatelli (1695-1764), Jacques Morel (ca.1700-40), Jacques-Martin Hotteterre “Le Romain” (1674-1763) en Georg Philipp Telemann (1681-1767).

Pas aan het begin van de 18de eeuw kreeg de fluit een eigen functie. Een omgekeerd conische boring (voorheen cilindrisch), de verdeling van de buis, voorheen in één stuk, in drie delen (kop, lichaam en het voetstuk of patte), een sleutel voor het 7de gat van het voetstuk (voorheen 6 gaten en geen klep of clef) waren de essentiële kenmerken van het nieuw type fluit dat zich rond 1650 in Parijs verspreidde. Om het mogelijk te maken om in verschillende tonaarden te spelen, werd het centraal deel van het instrument rond 1720 in twee delen verdeeld, waarvan de bovenste helft kon worden vervangen door andere segmenten van verschillende lengtes (maximaal 6).

Het gebrek aan uniformiteit qua klank gaf de barokfluit een bijzondere charme die tot de 19de eeuw een grote aantrekkingskracht had. De vooruitgang op technisch gebied was zichtbaar in de didactische werken van Hotteterre (1707), Quantz (1752) en Johann George Tromlitz (1786 en 1791) (foto). Ook de verschillen tussen stijlen, die met name tot uiting kwamen in indicaties van articulatie en dynamiek, werden duidelijk aangegeven. Om te reageren op de intonatieproblemen van de klepfluit, werden er geleidelijk meerdere kleppen aan toegevoegd.

De dwarsfluit zoals we die nu kennen, is begin 19de eeuw ontwikkeld door Theobald Böhm. Hij ontwierp een kleppensysteem waardoor het mogelijk is om met 8 vingers, volledig chromatisch te spelen. Het kleppensysteem maakte het mogelijk om de toongaten veel groter te maken, waardoor de klank verbeterde. Dit kleppensysteem of Böhm-systeem is later ten dele overgenomen door bouwers van andere blaasinstrumenten zoals de hobo en de klarinet.

Hoewel het materiaal en soms de afmetingen van oude instrumenten door de jaren heen zijn veranderd (soms gecompenseerd in moderne kopieën), hebben de beste, originele instrumenten een heel mooie en natuurlijke klank. Moderne fluitbouwers maken compromissen om de toonhoogte aan te passen, de intonatie te verbeteren en de betrouwbaarheid van de klank te verbeteren. Dit kan helaas de persoonlijkheid en het karakter van het instrument veranderen. Het is dus niet alleen het bespelen van instrumenten die gebouwd zijn toen de muziek er voor werd gecomponeerd, maar ook hun unieke kwaliteiten die uitvoerders/fluitisten boeien,

Op deze cd maakt u kennis met fluiten van o.a. Denner, Naust/Delerablée en Scherer. De anonieme fluit van Chattillon (ca. 1680) is gemaakt van gebeitst buxus met ivoren ringen en een gegraveerde zilveren klep. Verschillende kenmerken suggereren dat dit één van de vroegst bestaande, driedelige barokfluiten is, waarschijnlijk uit de 17de eeuw. Ze behoorde tientallen jaren tot de collectie van een Belgische orgelbouwer en verzamelaar.

De beroemde fluit van J. Denner (ca. 1725) is eveneens gemaakt van gebeitst buxus met ivoren ringen en een zilveren klep. Ze werd in 1991 gevonden in een huis dat bestemd was voor sloop en werd uiteindelijk gekocht door een Duitse stichting. Zo’n tien jaar lang stond het ter beschikking van de fluitist Konrad Hünteler (° 1947), die het voor tal van concerten en opnames gebruikte. De fluit uit het atelier van Naust (ca. 1730) is waarschijnlijk gemaakt onder leiding van Antoine Delerablée, de voorman, schoonzoon, zakenpartner en opvolger van de weduwe van Naust. In 1734 trouwde de weduwe van Delerablée met Thomas Lot, die in Parijs een even beroemde bouwer van houten blaasinstrumenten werd.

Pierre Naust (ca.1660-1709) richtte een Franse firma voor houtblazers op. Waarschijnlijk werkte hij voor Etienne Fremont en bij diens overlijden in 1692 volgde hij het bedrijf op. Nausts vrouw Barbe Pelletier Naust (overleden in 1726), een familielid van Fremont, slaagde er in het bedrijf na het overlijden van haar man verder te zetten en vormde in 1719 een partnerschap met haar schoonzoon, Antoine Delerablée. Na haar overlijden werd ze opgevolgd door haar dochter, Jeanne en door Delerablée. De firma werd in 1715 gedocumenteerd als “maître faiseur d’instruments de la maison du Roy” en leverde in 1719 en 1721 fluiten aan het Hof München. Een factuur van 20 december 1721 voor een fluit met drie ‘cors’ (corps de rechange) is de vroegst bekende verwijzing naar een vierdelige fluit. De overgang van de driedelige barokfluit naar het vierdelig model is dus mogelijks gerealiseerd in het atelier van Naust.

De flûte d’amour van J. Denner (ca. 1725), een vroeg, vierdelig instrument, is de enige overgebleven flûte d’amour van Denner. Ook de vierdelige fluit van Bernard Hemsing (ca.1725) is gemaakt van buxus met ivoren ringen en een zilveren klep. De eerste vierdelige fluiten werden gemaakt rond 1720. Ze komen uit dezelfde verzameling als de Chattillion-fluit. Een ivoren fluit en een ebbenhouten flûte d’amour van Hemsing bevinden zich in openbare collecties in Nederland.

De flûte d’amour van Paulhahn (ca. 1735) in het Frans departement Hérault (Occitanie) werd gevonden in een secretaire van een 12de -eeuwse waterburcht nabij Grimmen in West-Pommeren (Mecklenburg-Vorpommern). Slechts één ander instrument van Paulhahn is bekend, een hobo met drie kleppen uit de Harnoncourt-collectie die jarenlang werd gebruikt door Jürg Schaeftlein (1929-1986), hoboîst van Concentus Musicus. De fluit van Fortier (ca. 1720) is gemaakt van rozenhout of koningshout met ivoren ringen en een vernieuwde, zilveren klep. Er is een vergelijkbare Fortier-fluit in het Musée de la Musique in Parijs die ooit tot de verzameling behoorde van de Belgische instrumentenbouwer en uitvinder van de saxofoon, Adolphe Sax (1814-1894). Het is een laat driedelig instrument dat ooit toebehoorde aan Roger Cotte (1921-1999), een Franse blokfluitspeler, musicoloog, componist en pionier van de oude-muziekbeweging.

U maakt op de cd ook kennis met ivoren fluiten. Zo is er de ivoren fluit met een zilveren klep, gemaakt in het atelier van Johann Wilhelm Oberlender (ca. 1725) dat lijkt op instrumenten gemaakt in Neurenberg, en ooit behoorde tot de collectie van Willi Burger in Zürich, en er is de ivoren fluit met een zilveren klep van G.H. Scherer (ca.1750) uit Butzbach in Hessen. Net als bij andere bouwers, zoals Thomas Stanesby, zijn de meeste overgebleven dwarsfluiten van Scherer, gemaakt van ivoor. Dit kan een aanwijzing zijn voor zijn hoog aangeschreven reputatie, waardoor hij deze dure instrumenten kon verkopen.

Op de cd staan de Trio Sonate nr. 1 in Es, BWV 525 van J. S. Bach, de Sonata a tre (violoncelle et basse continue) nr. 2 in re klein van Barrière, de Fluitsonate, op. 2 nr. 1 in van Locatelli, een Chaconne in G van de gamba speler, Jacques Morel, Airs et brunettes van Hotteterre, en de Fantasia voor fluit solo nr. 8 in mi klein, TWV 40:9 en de Sonate TWV 41:e2 in mi klein voor viool of fluit & b.c. uit “12 Sonate Metodiche” van Telemann. De uitvoerders zijn Ashley Solomon (fluit), David Miller (luit), Reiko Ichise (gamba), en Julian Perkins (klavecimbel). In het bijbehorend boekje ziet u alle instrumenten afgebeeld met treffende achtergrondinformatie. Niet te missen!

Ashley Solomon (foto) is een Engelse fluit- en blokfluitist. Hij is zowel hoogleraar blokfluit als hoofd van de afdeling historische uitvoering van het Royal College of Music in Londen. Hij geeft er les sinds 1994 en werd in 2006 het eerste hoofd van de afdeling historic performance. In 2014 werd hij benoemd tot nieuwe leerstoel historische uitvoering die het college voor hem had gecreëerd. Tot 1991 studeerde Solomon als niet-gegradueerde en daarna als postdoctoraal aan de Royal Academy of Music in Londen. In hetzelfde jaar won hij de Moeck/SRP Solo Recorder Playing Competition en speelde hij het recital van de winnaar in de Wigmore Hall in Londen. In hetzelfde jaar richtten hij en Neal Peres Da Costa een ensemble voor Oude muziek op, Florilegium; Solomon heeft sinds 2001 de leiding van dit ensemble.

The Spohr Collection Historical Flutes cd Channel Classics CCS43020