Anton Rubinsteins Piano Concerto No. 1 & Don Quixote en Piano Concerto No. 2 & Suite in Es, op. 119, door Grigorios Zamparas, piano, en het Bohuslav Martinů Philharmonic Orchestra o.l.v. Jon Ceander Mitchell. Te ontdekken muziek op het label Centaur.

Anton Rubinstein was een Russische componist en dirigent, en was één van de beste pianisten van de 19deeeuw. Grigorios Zamparas heeft op zijn beurt wereldwijd succes met zijn verbazingwekkende uitvoeringen en veelzijdige concertprogramma’s. Hij speelde met prestigieuze orkesten, zoals het Porto Alegre Symphony Orchestra, het Indiana University Symphony Orchestra en vele andere.

Anton Rubinstein (1829-1894) was als pianist, de gelijke van Liszt. Maar naar eigen zeggen werd hij door zijn tijdgenoten als te Duits ervaren om Russisch te zijn, en te Russisch om Duits te zijn. Zijn muziek werd daarom vaak in diskrediet gebracht. Hij componeerde voor de piano o.a. 4 Pianosonates en 5 Pianoconcerti, en een “Caprice russe” in c klein, op. 102 en een Concertstuk in As, op. 113, beide voor piano en orkest. Voor hij in 1850 zijn officieel, eerste pianoconcerto publiceerde, componeerde hij tussen 1847 en 1849, een Concerto voor piano en orkest in één beweging, een Concerto in C, en een Concerto in re klein, dat hij in 1856 herschreef als het Octet voor dwarsfluit, klarinet, hoorn, viool, altviool, cello, contrabas en piano, op. 9.

Anton Rubinstein componeerde in een romantische, westers georiënteerde stijl, waarmee hij zich distantieerde van de muziek van de leden van “Mogoetsjaja koetsjka” of “Het Machtige Hoopje” rond Balakirev. Zijn vijfdelige Suite in Es (I. Prelude, II. Elegie, III. Capriccio, IV. Scherzo en V. Finale) uit 1894, droeg hij weliswaar als een getuigenis van zijn muzikale orthodoxie, op aan de Keizerlijke Russische Muziekvereniging. Anton Rubinstein was één van de meest gevierde pianisten van zijn tijd, maar hij was ook dirigent en een productieve componist.

Als componist kreeg Anton Rubinstein zijn scholing samen met zijn broer Nikolaj tussen 1844 en 1847 in Berlijn, bij Siegfried Dehn. In 1848 vestigde hij zich in Sint-Petersburg en legde er de basis voor de professionele muziekcultuur in Rusland. In 1862 stichtte hij het Conservatorium van Sint-Petersburg. Rubinstein publiceerde in 1859 een album met zes magnifieke, lyrische pianominiaturen, “Six Soirees à Saint Petersbourg” op. 44. Rubinsteins “Mélodie in F” en zijn Barcarolle op. 93 nr. 5, werden omwille van hun meteen aansprekende, gevoelige lyriek, wereldberoemd. Hans von Bülow noemde hem immers ‘de Michelangelo van de muziek’ en Liszt refereerde naar hem als “Van II.”, verwijzend naar de “van” in de naam, Ludwig van Beethoven.

In het voorjaar van 1844 reisden Anton, zijn broer Nikolai, zijn moeder en zijn zus Luba, naar Berlijn. Hier ontmoette hij en werd hij ondersteund door Felix Mendelssohn en Giacomo Meyerbeer. Mendelssohn, die Rubinstein had gehoord toen hij met Villoing toerde, zei dat hij geen pianostudie meer nodig had, maar stuurde Nikolai wel naar Theodor Kullak voor verdere instructie. Meyerbeer stuurde beide jongens naar Siegfried Dehn voor compositie- en theoriewerk. In de zomer van 1846 kwam het bericht dat de vader van Rubinstein ernstig ziek was. Rubinstein bleef in Berlijn terwijl zijn moeder, zus en broer terugkeerden naar Rusland. Aanvankelijk vervolgde hij zijn studie bij Dehn, daarna bij Adolf Bernhard Marx, terwijl hij reeds componeerde. Hij was nu 17 en wist dat hij niet meer kon slagen als wonderkind. Hij zocht Liszt op in Wenen, in de hoop dat Liszt hem als leerling zou accepteren. Echter, nadat Rubinstein voor Liszt zijn auditie had gespeeld, zou Liszt hebben gezegd, “Een getalenteerde man moet het doel van zijn ambitie behalen door zijn eigen, niet-ondersteunde inspanningen.”

Op dit moment leefde Rubinstein in armoede. Liszt hielp hem niet en andere oproepen die Rubinstein deed aan potentiële beschermheren, bleven onbeantwoord. Na een onsuccesvol jaar in Wenen en een concerttournee door Hongarije, keerde hij terug naar Berlijn en bleef lesgeven. De revolutie van 1848 dwong Rubinstein terug naar Rusland. De volgende vijf jaar bracht hij voornamelijk door in Sint-Petersburg, gaf les en speelde concerten, en trad regelmatig op aan het keizerlijk hof. De groothertogin Elena Pavlovna (foto), de schoonzus van tsaar Nicolaas I, werd zijn meest toegewijde beschermvrouw. Grootvorstin Elena Paulowna van Rusland (1807-1873) was de echtgenote van grootvorst Michaël Pavlovitsj van Rusland, de jongste zoon van tsaar Paul I van Rusland en Sophia Dorothea Augusta Louisa van Württemberg, bekend als Maria Fjodorovna.

De groothertogin financierde o.a. de Russische Keizerlijke Muziekvereniging en het daaraan verbonden, nieuw opgericht conservatorium van Sint-Petersburg (foto). De eerste directeur na de oprichting in 1862 was trouwens Anton Rubinstein. In 1865 studeerde hier Tsjaikofski af, en tussen 1870 en 1890, was Nikolaj Rimski-Korsakov er één van de professoren. Het conservatorium van Moskou (foto) werd opgericht door Prins Nikolai Petrovitch Troubetzkoy (foto) en Nikolaj Rubinstein, de broer van Anton. Vanaf de opening in 1866 tot 1878 gaf Tsjaikofski er les in theorie en muziekleer en sinds 1940 draagt het conservatorium zijn naam. Prins Troubetzkoy bezat het beroemd landgoed Akhtyrka (foto) in de buurt van Moskou, in 1825 gebouwd in Moskouse Empire stijl. Rubinstein en docenten van het conservatorium waren frequente bezoekers en oefenden daar vaak. Tsjaikofski bezocht het in 1867 en Wasily Kandinsky en de broers Viktor en Apollinary Vasnetsov, schilderden vaak het landgoed.

Tegen 1852 was Anton Rubinstein reeds een leidende figuur in het muziekleven van Sint-Petersburg geworden. Hij trad er op als solist en werkte samen met enkele van de uitstekende instrumentalisten en vocalisten die naar de Russische hoofdstad kwamen. Op deze cd ontdekt u ook Rubinsteins Don Quichote, muzikaal karakterbeeld (Humoresque voor orkest, op. 87 uit 1870. De ontdekking van de op deze cd opgenomen onbekende maar schitterende muziek, mag u niet uitstellen. Warm aanbevolen.

Grigorios Zamparas (foto) kreeg lovende kritieken voor zijn veelzijdige carrière als solist op recitals en met orkest, en als kamermusicus in Griekenland, Bulgarije, Tsjechië, voormalig Joegoslavië, Rusland en de VS. Hij is een frequente gast op talloze festivals over de hele wereld. Hij wordt hier vergezeld door de Bulgarica Philharmonia o.l.v. Jon Ceander Mitchell.

Jon Ceander Mitchell (°1949), geboren in Chicago, onderwees gedurende zeven jaar muziek op de openbare scholen van Puerto Rico en Illinois voor hij aan een succesvolle academische carrière begon. Mitchell werd Professor of Music and Chair, Department of Performing Arts at University of Massachusetts Boston en heeft ondertussen meer dan zeventig publicaties op zijn naam, waaronder vijf boeken. Zijn specialiteiten zijn onder andere Gustav Holst, Beethoven, Ralph Vaughan Williams en Anton Rubinstein. Hij schreef o.a. “The Braunschweig Scores: Felix Weingartner and Erich Leinsdorf on Beethoven’s First Four Symphonies” en “A Comprehensive Biography of Composer Gustav Holst with Correspondence and Diary Excerpts”.

Rubinstein Piano Concerto No. 1 Don Quixote Grigorios Jon Ceander Mitchell Bohuslav Martinu Philharmonic Orchestra cd Centaur CRC3462Rubinsten Piano Concerto No. 2 in F Major, Op. 35 Suite in E-flat Major, Op. 119  Grigorios Zamparas Bohuslav Martinu Philharmonic Orchestre Jon Ceander Mitchell cd Centaur CRC 3320

http://www.stretto.be/2020/04/12/anton-rubinstein-piano-concerto-no-3-in-g-major-op-45-piano-concerto-no-4-in-d-minor-op-70-door-grigorios-zamparas-piano-en-bulgarica-philharmonia-o-l-v-jon-ceander-mitchell-op-het-label/

http://www.stretto.be/2020/02/28/ontdek-anton-rubinsteins-piano-sonatas-nos-1-and-2-en-3-serenades-door-han-chen-op-het-label-naxos/