Be prepared! “Cage Meets Satie” door Anne de Fornel en Jay Gottlieb, piano, op het label Paraty. Heel bijzonder!

Als er één componist is die John Cage gedurende zijn hele carrière bewonderde, dan was het wel Erik Satie. Cage speelde trouwens ook een belangrijke rol bij het promoten van de muziek van de Franse componist in de Verenigde Staten.John Cage (1912-1992) vertrok in 1930 voor de eerste keer naar Parijs waar hij onderzoek deed naar gotische en Griekse architectuur, waarna hij begon met schilderen, poëzie en muziek. Hij maakte er kennis met de muziek van Stravinsky, Paul Hindemith en Johann Sebastian Bach. In 1931 keerde hij terug naar de Verenigde Staten, en volgde compositieles bij Henry Cowell en Arnold Schönberg.

Het eerste evenement dat hij organiseerde, vond plaats tijdens de zomersessie van Black Mountain College (North Carolina) in 1948. Vijfentwintig concerten waren daar toen gewijd aan de muziek van Satie. De plaatsen varieerden. Soms koos hij de vleugel in de eetkamer en bij andere gelegenheden de piano in zijn bungalow, waarvan de open ramen het publiek op het gras toelieten om naar de muziek te luisteren. Het hoogtepunt van dit festival was de uitvoering in augustus 1948 van Satie’s lyrische komedie “Le Piège de Méduse” uit 1913. Cage ging de concerten vaak vooraf met een korte lezing, getiteld “Defence of Satie”.

Tijdens zijn verblijf in Parijs in 1949 zette Cage zijn onderzoek naar Satie’s muziek voort door zijn manuscripten te bestuderen, waarvan sommige door Darius Milhaud in 1939 aan het Conservatorium in Parijs waren geschonken. Hij was verheugd een privéconcert bij te wonen met Suzanne Tézenas, waarbij de Zwitserse tenor Hugues Cuénod, Satie’s “Socrate” zong en ontmoette eveneens Jean Mollet die de Franse componist nog had gekend. Jean Mollet, bekend als Sa Magnificence Baron Jean Mollet, (1877-1964) (foto), was een persoonlijkheid uit de literaire wereld en een Franse patafysicus. Patafysica was een absurdistische parodie op de moderne wetenschap, die met onzinredeneringen filosofeerde over wat achter de metafysica ligt. Het concept werd bedacht door de Franse schrijver Alfred Jarry (1873–1907). Volgens Jarry kwam de ‘patafysica voort uit de leer van Oud-Griekse natuurfilosofen als Hippocrates van Chios, bekend door zijn “maantjes”. Met de maantjes van Hippocrates, kon men al in het voorchristelijk Griekenland aantonen dat oppervlaktes van door krommen begrensde figuren, met rationale getallen konden worden berekend.

In Parijs bezocht Cage in juni 1949 ook Henri Sauguet, die hem twee manuscripten van musique d’ameublement aanbood. In deze context ontdekte hij het manuscript van Vexations voor solo piano (1892-1893). Tot zijn grote spijt kon Sauguet het hem niet geven, omdat hij het aan Claude Rostand had beloofd. Cage mocht er echter een foto van maken, die hij in 1949 in Contrepoints n°6 publiceerde. In september 1963 organiseerde hij de eerste uitvoering van dit werk in het Pocket Theatre in New York. Achttien uur en veertig minuten speelden tien pianisten (inclusief de componist), om de twintig minuten zonder onderbreking.

Naast de bewondering die de Amerikaan Cage had voor de Franse componist, Satie, hem bekend maakte in zijn land door zijn “Socrate” te arrangeren, wilden Satie en Cage elk met hun respectievelijk radicalisme, muziek en het proces van luisteren naar muziek, desacraliseren. Geïnspireerd door de “extended piano techniques” van de “Noise music maker”, Henry Cowell (1897-1965), bedacht Cage de term “prepared piano” wanneer hij in 1940, “Bacchanale” componeerde voor de Afro-Amerikaanse danseres Sylvia Fort (1917-1975). Zij vroeg om een compositie voor slagwerk maar in haar dansstudio was geen ruimte voor een slagwerkensemble. Er stond wel een piano. Het bewerken van de piano tot slaginstrument was dé oplossing.

Henry Dixon Cowell (1897-1965) (foto) maakte gebruik van geheel nieuwe schrijf- en speelwijzen, zoals het rechtstreeks spelen op de snaren van het instrument (string piano). Vanaf het begin van de jaren twintig toerde Cowell als pianist door Noord-Amerika en Europa en speelde hij zijn eigen experimentele werken. Dat waren baanbrekende verkenningen van atonaliteit, polytonaliteit, polyritmiek en niet-westerse modi. Het was op een van deze tournees dat zijn vriend, de pianist Richard Buhlig (1880-1952), in 1923, Cowell introduceerde bij de jonge avant-garde pianiste, Grete Sultan (1906-2005) in Berlijn.

Cowell maakte later zo’n indruk met zijn clustertechniek dat zelfs Béla Bartók zijn toestemming vroeg om het te mogen adopteren. Een andere nieuwe methode van Cowell, was wat hij ‘strijkerspiano’ noemde. In plaats van de toetsen te gebruiken om de piano te bespelen, tokkelde, veegde en manipuleerde hij de snaren. Cowells pianotechnieken waren daarom de belangrijkste inspiratiebron voor John Cage’s ontwikkeling van de prepared piano.

Cage componeerde op een dergelijke wijze voor piano-solo, voor piano met zang (Duo, “She is Asleep”), voor piano met kamerorkest (Pianoconcerto), twee piano’s, of voor piano met andere dispositieven zoals een percussietrio (“Amores” uit 1943). Het sonoor resultaat leek meestal op de klank van Balinese gamelans met een minutieus, afgemeten, harmonische zuurtegraad, met overwicht van het kleine. De meeste composities voor prepared piano werden gecomponeerd “to accompany dances by dancers”. Dat waren dan oorspronkelijk dansers als Valerie Bettis, Wilson Williams, Pearl Primus en uiteraard Merce Cunningham.

Het is quasi onmogelijk om in Three Dances for two amplified prepared pianos. (1944-1945), een opdracht van het pianoduo, Robert Fitzdale en Arthur Gold, de klank van een piano te herkennen. Danig veel bouten, gommen, munten, stukjes stof, en stukjes plastic werden door Cage op de klankborden geplaatst. Cage vermeed het gebruik van het laag register van de piano en de 45 snaren werden alle anders geprepareerd. Bepaalde behielden hun oorspronkelijke pianoklank, andere klonken meer als slagwerk en nog andere klonken metaalachtig en ratelend. Het subtiel gebruik van het linker una corda-pedaal (soft-pedal) zorgde daarbij voor nog meer sonore variëteit.

De piano was daardoor een ander instrument geworden, rijk aan nieuwe klankkleuren en vooral percussief, wat gamelan opriep. De belangrijkste zorg van de componist was de perceptie van de intrinsieke kwaliteiten van het timbre. Geen enkele culturele connotatie, waarvan hij zei dat het hem belette om naar muziek als dusdanig te luisteren, maar klanken, bevrijd van hun “plicht”, om dit of dat gevoel uit te drukken, om een bepaald psychologisch klimaat te vertalen. Het resultaat stond dichter bij ruis dan bij wat traditioneel wordt gewaardeerd als het mooie van muziek.

In 1947 begeleidden deze “Three Dances” de choreografie “Dromenon” (rituele actie) van Merce Cunningham en Sonja Sekula. Voor Cage en Cunningham waren dans en muziek absoluut autonoom. Voor Cage was het structurerend element de duur, de gemeenschappelijke parameter voor geluid en stilte, voor de danser bestond de beweging voor en uit zichzelf. Bij beide was de relatie met ritme, primair. Het mechanische en primitieve in deze drie dansen proberen niet te charmeren. Het zijn sonore gebeurtenissen. Pas wanneer we opnieuw luisteren, nemen we alle nuances waar, evenals de samenhang. De première van Experiences No 1 vond plaats in 1945 door de componist en Maro Ajemian, naast een choreografie van Cunningham.Oorspronkelijk was “Socrate” (1917-1918) een drama voor een solo stem en orkest of piano in drie delen, elk geïnspireerd op een door Victor Cousin vertaalde dialoog van Plato: portret van Socrates (Het Banket), gesprek tussen Socrates en Phaedrus (Phaedrus) en dood van Socrates (Phaedo).  In 1936 vroeg Virgil Thomson aan Alexander Calder om een decor voor “Socrate” te maken. In dat jaar vond in het Wadsworth Atheneum, de Amerikaanse première van “Socrate” plaats, met een mobiele set van Alexander Calder (foto’s).

Het werk reisde vervolgens naar het Colorado Springs Fine Arts Center voor de openingsweek van het FAC. John Cage transcribeerde de muziek van Socrate voor twee piano’s in 1944 voor de danser, Merce Cunningham, getiteld “Idyllic Song”. Een latere dans, “Second Hand”, was ook gebaseerd op Satie’s Socrate. Toen in 1969 Éditions Max Eschig uitvoeringsrechten weigerde, maakte Cage “Cheap Imitation”, gebaseerd op een identieke, ritmische structuur. John Cage bewerkte eerst het eerste deel voor solo piano in 1944 en daarna voor twee piano’s in 1947, en de andere twee bewegingen, eveneens voor twee piano’s, samen met Arthur Maddox, in 1968. De eerste versie van 1944 werd gechoreografeerd door Merce Cunningham.

Het eerste deel balanceert tussen een bepaalde gang, declamatie en herhaling, de tweede is lichter en vreugdevoller, en de derde is zeer geïnterioriseerd en bijna  driemaal langer dan de eerste twee. Anne de Fornel en Jay Gottlieb, spelen “Socrate” van Erik Satie met dezelfde serene vastberadenheid en interpreteren foutloos deze muziek die niet op zoek is naar effecten, maar methodisch en met aandacht voor details.Een heel, heel mooie cd!

Geboren in 1984 in Parijs, wijdt Anne de Fornel (foto) haar talenten aan complementaire muzikale velden: als pianiste, lid van het Trio Steuermann, artistiek leider van het Ensemble Mesostics en musicologe. In 2006 behaalde ze haar  einddiploma (DEM) aan het Regionaal Conservatorium van Parijs bij Olivier Gardon, de enige eerste prijs die unaniem met de hoogste onderscheiding werd uitgereikt. Het volgende jaar behaalde ze een masterdiploma met de hoogste onderscheiding in de musicologie aan de universiteit van Parijs-Sorbonne. Anne de Fornel heeft haar Master in piano behaald bij Florent Boffard en Svetlana Eganian aan het conservatorium in Lyon en is Laureate van een aantal nationale en internationale pianowedstrijden. Ze is een Cage specialiste en auteur van de Cage monografie, uitgegeven door Fayard (foto). Zeker lezen!

Jay Gottlieb werd geboren in New York en studeerde aan de High School of Performing Arts, de Juilliard School en Harvard University, waar hij afstudeerde als Master of Arts. Hij werkte samen met grote pianisten van de twintigste eeuw, waaronder Robert Casadesus of Yvonne Loriod, en componisten als Nadia Boulanger, Olivier Messiaen, Giacinto Scelsi, John Cage en George Crumb. Hij heeft talloze werken voor piano in première gespeeld, waarvan er vele aan hem waren opgedragen. Als erkende pianist en gerenommeerde pedagoog, werkte hij mee aan het tijdschrift, Piano, en was co-auteur van het boek “10 ans avec le piano du xxe siècle”, uitgegeven door Éditions de la Cité de la Musique in Parijs.

Op de cd staan John Cage (1912-1992): Three Dances pour deux pianos préparés (1944-1945); Expériences n° 1 pour deux pianos (1945). Erik Satie (1866-1925): Socrate, drame symphonique en trois parties pour deux pianos (1917-1918/1968 arr. de John Cage) (Portrait de Socrates (Le Banquet), Bords de I’llissus (Phèdre) & Mort de Socrates (Phédon)). De cd werd opgenomen in het auditorium van het Conservatoire à rayonnement régional in Parijs.Niet te missen!

Cage Meets Satie Anne de Fornel Jay Gottlieb cd Paraty PTY159183

http://www.stretto.be/2020/03/22/what-a-wonderful-world-it-could-be-john-cage-sonatas-and-interludes-for-prepared-piano-door-cedric-pescia-op-het-label-aeon/

http://www.stretto.be/2017/04/05/complete-pianomuziek-van-satie/

http://www.stretto.be/2018/06/03/pianiste-sheila-arnold-speelt-op-haar-nieuwe-avi-music-cd-ecoutez-debussy-werk-van-debussy-cage-en-takemitsu-een-revelatie/