“Die Flamme reinigt sich vom Rauch”. Mendelssohns “Die erste Walpurgisnacht” o.l.v. Frieder Bernius, op het label Carus. Alweer magnifiek!

De namen van Felix Mendelssohn Bartholdy en Frieder Bernius worden terecht in één adem genoemd. Op de cd staan “Die erste Walpurgisnacht”, op. 60 en 3 fragmenten uit “Ödipus in Kolonos” op. 93. Deze opname laat nog maar eens horen waarom de Mendelssohn-opnames van Frieder Bernius, wereldwijd een referentie zijn. Magistraal! Verschijnt op 29 mei.

“Die erste Walpurgisnacht”, een gedicht van Johann Wolfgang von Goethe, vertelt over de pogingen van druïden in het Harzgebergte (foto), om hun heidense rituelen uit te oefenen in het licht van nieuwe en dominerende christelijke krachten. Het werd op muziek gezet door Felix Mendelssohn als een cantate voor solisten (alt, tenor, bariton, bas), koor en orkest. Hij voltooide een eerste versie in 1831 en herzag deze voor hij ze in 1843 publiceerde als zijn op. 60. Goethe schreef de tekst met de bedoeling dat zijn vriend Carl Friedrich Zelter, ze op muziek zou zetten. Zelter probeerde het twee maal, in 1799 en in 1812, maar voltooide het nooit. Mendelssohn, die Goethe kende, begon er aan in 1830 en voltooide het 13 jaar later.

In 1830/1831 reisde de 21-jarige Mendelssohn door Zwitserland en Italië. Vanuit Rome schreef hij aan Goethe dat het gedicht hem nu al een paar weken bezig hield. Pas na Goethe’s overlijden op 22 maart 1832, werd het werk voor het eerst gehoord in de herfst van dat jaar, in het huis/paleis van Mendelssohns ouders. De openbare première volgde in januari 1833 in de Sing-Akademie in Berlijn o.l.v. Mendelssohn. Tien jaar later, in 1842/43, herwerkte Mendelssohn zijn werk fundamenteel. Deze tweede versie, ging in februari 1843 in première in het Leipziger Gewandhaus. Onder het publiek bevonden zich Schumann en Hector Berlioz, die bijzonder enthousiast waren. Het is meestal deze tweede versie die vandaag wordt uitgevoerd.

De compositie had invloed. Enkele maanden na de première, besloot bv. Charles Gounod, die de Mendelssohns in Berlijn en in Leipzig goed kende, om een gelijkaardige scène in te lassen in zijn latere opera “Faust”. Joachim Raff, Widor, Dvořák en Moessorgski volgden. Wist u trouwens dat Charles Gounod het “Wohltemperierte Klavier” van Bach leerde kennen via Fanny Mendelssohn/Hensel, de zus van de grote componist, en dat hij in 1851, zijn beeldschone, wereldberoemd geworden Ave Maria melodie, boven de eerste prelude in do groot van het eerste boek, improviseerde, n.a.v het overlijden op 7-jarige leeftijd, van Felix, het vijfde en jongste kind van Felix Mendelssohn-Bartholdy?

Het verhaal van Mendelssohns “Walpurgisnacht” gaat over hoe een grap een lokale traditie verder mogelijk maakt, ondanks tegenstand van een intolerant, nieuw regime. De druïden en lokale heidenen vieren normaal meidag, maar, zoals een vrouwenkoor waarschuwt, is dit nu verboden. De druïde priesters stellen dat degenen die bang zijn om te offeren hun ketenen verdienen. Een komische oplossing komt naar voren als een Druïde wachter een maskerade van de duivel, geesten en demonen suggereert, om de christelijke bezetters bang te maken. De christenen zijn bang en de druïden en heidenen kunnen de lente en de zon vieren.

Mendelssohn werd waarschijnlijk aangetrokken door de spookscène (vergelijkbaar met zijn toneelmuziek bij Shakespeare’s “A Midsummer Night’s Dream”) en de triomf (door bedrog) van een onderdrukte groep in een bezet land, een belangrijk verlichtingsidee, evenals een reflectie over zijn eigen Joodse achtergrond. De laatste verzen benadrukken een abstracte goddelijkheid (“dein Licht”) bij de oude gewoonte van een bedreigd, aards ritueel (“den alten Brauch”).

Mendelssohn werd als Mendelssohn-Bartholdy, Luthers-protestant opgevoed, maar werd door zijn tijdgenoten nooit volledig geaccepteerd als christen. Hij op zijn beurt,  verloochende uiteraard ook nooit zijn joodse afkomst. Wellicht weerspiegelden zijn drie meesterlijke koorwerken daarom zijn religieuze dualiteit in de intellectuele schemerzone tussen lutheranisme en Joodse haskalah (Hebreeuws voor verlichting) in de lijn van zijn grootvader, Moses Mendelssohn (1729-1786). Het belangrijkste onderwerp van “Paulus” is een figuur uit het Nieuwe Testament die, hoewel Joods geboren, een vroege leider van het christendom werd, “Die Eerste Walpurgisnacht” beschrijft sympathieke heidense rituelen en stelt christenen in een overtrokken daglicht, en in “Elias” verklankte hij de wijsheid van een oudtestamentische profeet.

De ouverture tot “Die erste Walpurgisnacht” bestaat uit twee delen, I. Das schlechte Wetter (Allegro con fuoco) en II. Der Übergang zum Frühling (Allegro vivace non troppo, quasi l’istesso tempo). De personages zijn Ein Druide (tenor), Eine alte Frau aus dem Volk (alt), Der Priester (bariton), Ein Wächter der Druiden (bas) en Ein christlicher Wächter (tenor). De koren zijn het Chor der Druiden und des Volkes en het Chor der Weiber aus dem Volk, het Chor der Wächter der Druiden en het Chor der christlichen Wächter, en het Chor des Heidenvolkes. Goethe’s dramatische ballade inspireerde Mendelssohn tot een geweldige en levendige weergave van het conflict tussen een oude heidense gemeenschap en de nieuwe kerstening in de spanning tussen geloof, bijgeloof en de legendarische heksensabbat. De compositie werd één van Mendelssohns meest succesvolle koorwerken.

Sophocles’ tragedie “Oedipus in Kolonos”, in vertaling door Johann Jakob Christian Donner, op muziek zetten, was een vrij makkelijke zaak voor Mendelssohn. Door zijn perfecte kennis van het Oudgrieks, was de strikte naleving van de klassieke prosodie geen compositorisch obstakel voor hem. In 1841 schreef hij enthousiast aan zijn vriend, de historicus Johann Gustav Droysen, “De sfeer en verzen zijn zo echt muzikaal, dat ik ze niet individueel hoef te beschouwen en alleen de stemmingen en ritmes op muziek hoef te zetten.”

De Duitse klassieke filoloog en vertaler Johann Jakob Christian Donner (1799-1875) (foto) studeerde theologie en filologie aan de universiteit van Tübingen en was vanaf 1823 verbonden aan het protestants seminarie in Urach. In 1827 werd hij benoemd tot professor aan het gymnasium in Ellwangen, en van 1843 tot 1852 was hij professor in Stuttgart. Zijn belangrijkste werk was een vertaling van de toneelstukken van Sophocles, die hij in 1838–1839 publiceerde. Deze vertaling vormde ook de basis voor Mendelssohns toneelmuziek “Antigone” uit 1841. Donner was ook verantwoordelijk voor vertalingen van werken van Euripides, Aeschylus, Pindarus, Aristophanes, Terentius, Plautus en Homeros (Ilias en Odyssey).

Mendelssohns toneelmuziek “Oedipus in Kolonos” bij de gelijknamige, Attische tragedie over de zoon van Laios, de koning van Thebe, en Iokaste in het Eumeniden-heiligdom in de voorstad van Athene, van Sophocles, is nu ten onrechte veel minder bekend dan zijn tegenhanger “Antigone”, die in de 19de eeuw vele keren in Duitsland en in het buitenland werd opgevoerd en een tijdlang zelfs één van de populairste werken van Mendelssohn was.

Beide werken werden gecomponeerd in opdracht van de Pruisische koning Friedrich Wilhelm IV, (koning van Pruisen van 1840 tot 1861) (foto), wiens doel het was om in Berlijn, een publiek te creëren voor de Griekse tragedie en ander klassiek drama. In 1841, een jaar na zijn troonsbestijging, benoemde de koning Mendelssohn tot koninklijke kapelmeester (Generalmusikdirektor en Hofkomponist) en gaf hem de opdracht om muziek te componeren bij in totaal vijf toneelstukken, waarvan “Oedipus in Kolonos” uit 1845, het derde was. De andere waren “Antigone” op. 55, “Ein Sommernachtstraum” op. 61, “König Oedipus” en “Athalia” op. 74.

De partituur van Oedipus in Kolonos” bestaat uit een korte orkestinleiding (Introduktion: Andante) en negen nummers, waarin de koren uit de tragedie van Sophocles op muziek werden gezet. Bernius koos voor 3 fragmenten, “Zur rossprangenden Flur, o Freund”, “Ach, wär ich, wo bald die Schar” en “Wer ein längeres Lebensteil wünscht” De schaamte van Oedipus wordt gesymboliseerd door de tritonus, die als dissonant doorheen het hele werk krachtig doorwerkt, als een melodieus gebaar en een harmonische component. Niet te missen!

Mendelssohn Die erste Walpurgisnacht Op. 60 David Fischer Renée Morloc Stephan Genz David Jerusalem Deutsche Kammerphilharmonie Kammerchor Stuttgart Klassische Philharmonie Stuttgart, Frieder Bernius cd Carus CAR83503

http://www.stretto.be/2017/07/15/prachtige-koormuziek-van-mendelssohn