“Inferno, Roland de Lassus” door Cappella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss, op het label harmonia mundi. Magnifiek!

Op de cd “Inferno” staan werken van Roland de Lassus (1532-1594) die hij in de laatste fase van zijn leven componeerde. De 13 motetten kunnen gezien worden als een testament, waarin de vergankelijkheid en de nietigheid van de mens werden uitgedrukt in muziek en tekst.Op de cd, “Inferno”, is een selectie gemaakt van sobere maar complexe, 6- tot 8-stemmige  motetten, waarbij Lassus op zijn best was, nu eens melancholisch, dan weer verheven, soms barstend van verlangen, maar altijd ontluisterend mooi.

In 1556 benoemde Albrecht V, de hertog van Beieren (foto), Roland de Lassus, afkomstig uit Mons/Bergen,  tot lid van de hofkapel in München, waarvan hij vier jaar later kapelmeester werd en dat bleef tot zijn overlijden. In 1570 werd Lassus in de adelstand verheven en eind 1570 en 1580, bracht hij verschillende bezoeken aan Italië, waar hij de modernste stijlen en trends leerde kennen. In Ferrara, hét centrum van avant-gardistische activiteiten, hoorde hij ongetwijfeld de “balletto delle donne” en de madrigalen van o.a. Luca Marenzo, die gecomponeerd werden voor het hof van de familie d’Este. Zijn eigen stijl bleef echter conservatief en werd naarmate hij ouder werd, eenvoudiger maar verfijnder.

In de jaren 1590 begon zijn gezondheid achteruit te gaan en hij ging naar de arts, Thomas Mermann von Schönberg (foto), de lijfarts van de hertog van Beieren en een muziekliefhebber, voor de behandeling van wat “melancholia hypocondriaca” werd genoemd, waardoor hij niet kon componeren of reizen. Zijn laatste werk, een prachtige bundel van eenentwintig “madrigali spirituali”, bekend als de “Lagrime di San Pietro” (“Tranen van St. Peter”), die hij opdroeg aan paus Clemens VIII (foto), werd postuum gepubliceerd in 1595.

Lassus overleed in München in juni 1594, dezelfde dag dat zijn werkgever om economische redenen besloot hem te ontslaan. Hij zag de brief nooit. Hij werd begraven in München op het Alter Franziskaner Friedhof, een begraafplaats die in 1789 werd vrijgemaakt voor de aanleg van de mooie Max-Joseph-Platz (foto), naar het voorbeeld van de Piazza del Campidoglio in Rome en de Piazza della Santissima Annunziata in Firenze. In 1818 werd aan de Max-Joseph-Platz, naast de Münchener Residenz, het neoklassiek “Königliche Hof- und Nationaltheater” van Karl von Fischer geopend, waaraan de schilder en architect, Leo von Klenze, in 1825, de “Säulenvorhalle” (foto) toevoegde. Het “Nationaltheater” is nu de thuishaven van de Bayerischen Staatsoper, het Bayerischen Staatsorchester en het Bayerischen Staatsballett.

Lassus’ laatste jaren werden gekenmerkt door melancholie, wellicht een gevolg van o.a. overmatig werken. Dat in deze motetten de dood en vergankelijkheid centraal staan is daarom eerder begrijpelijk. In zijn brieven beschreef Lassus nl. regelmatig zijn labiele toestand die met de jaren steeds verslechterde. In 1574 schreef hij, ‘Ik ben in mijn hele leven nog nooit zo melancholisch en eenzaam geweest als nu.”

“Er zijn weinig uitvoeringen van de werken van de late Lassus. Wat het meest wordt uitgevoerd, zijn “De tranen van de heilige Petrus”, het Requiem en de Boetepsalmen”, zo vertelt Daniel Reuss (°1961) (foto). “Ik heb de motetten zelf ooit in een bibliotheek gevonden en dacht: ‘oh, dat is mooi’. De motetten passen zo goed bij Cappella Amsterdam, want Lassus was in zijn tijd erg beroemd omdat hij ieder woord kon kleuren, en dat is nu precies ook de kwaliteit van de koorleden.”

Lassus werd in 1591 ernstig ziek, vermoedelijk door een beroerte, maar herstelde en hervatte, ondanks een aanbod van zijn werkgever om met pensioen te gaan maar met een daarmee samenhangende salarisdaling, toch liever zijn activiteiten als kapelmeester. In 1592 werd de kapel van Wilhelm V van Beieren (foto) echter teruggebracht tot 17 musici, vanwege de toenemende uitgaven voor de bouw van de St. Michael Kirche (foto), en twee jaar later stond ook zijn naam op de lijst van het te ontslagen personeel.

In mei 1594 kon hij nog zijn Lagrimae di San Pietro voltooien, maar overleed echter op 14 juni van hetzelfde jaar. Hij liet zijn weduwe, de hofdame Regina Wäckinger, en meerdere kinderen na. Twee van zijn zonen, Ferdinand en Rudolph, waren lid van de hofkapel en onderscheidden zich ook als componisten. Zijn dochter Regina trouwde met Hans von Aachen (1552-1615) (foto/zelfportret), een Duitse, maniëristische schilder van portretten, genrestukken en mythologische en godsdienstige taferelen.

Als componist van motetten was Lassus nl. een van de meest diverse en wonderbaarlijke van de hele Renaissance. Zijn motetten varieerden van het sublieme tot het grappige, met een gevoel voor humor dat niet vaak wordt geassocieerd met religieuze muziek. In één van zijn motetten, “Super flumina Babylonis” (“Aan de rivieren van Babylon”), voor vijf stemmen, hekelde hij bijvoorbeeld gebreken van zangers, waaronder stotteren en algemene verwarring. Veel van zijn motetten werden gecomponeerd voor ceremoniële gelegenheden, zoals te verwachten was van een hofcomponist die de muziek moest leveren voor bezoeken van hoogwaardigheidsbekleders, bruiloften, verdragen en andere staatsgebeurtenissen. Maar het was als componist van religieuze motetten dat Lassus zijn grootste en meest blijvende bekendheid verwierf.

Cappella Amsterdam zingt niet alleen muziek die bekoort en boeit, maar doet dit ook op het allerhoogste niveau. Voor zijn optredens kreeg het koor veel prijzen en positieve recensies. Cappella Amsterdam biedt het klassiek koorrepertoire in al zijn glorie en zet zich ieder jaar in om de mooiste en belangrijkste koorwerken te brengen, zowel oud als nieuw. Onder de leiding van Daniel Reuss is Cappella Amsterdam als koor geprofessionaliseerd en heeft het internationale bekendheid verworven. Magnifiek!

Tracklist :

Omnia tempus habent

Audi tellus

Ad Dominum cum tribularer

Media vita in morte sumus

Media vita in morte sumus

Circumdederunt me dolores mortis

Libera me, Domine

Recordare Jesu pie

Deficiat in dolore vita mea

Vidi calumnias

O mors, quam amara

Cum essem parvulus

Vide homo

In deze live opname in de Waalse Kerk in Amsterdam (foto) weet het koor, Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss, met zijn magnifieke stemmen, een transparantie te bereiken, die alle subtiliteiten in deze schitterende motetten hoorbaar maakt. Niet te missen!

Inferno Roland de Lassus Cappella Amsterdam Daniel Reuss cd Harmonia Mundi HMM902650

http://www.stretto.be/2018/10/06/motetten-van-josquin-des-prez-door-cappella-amsterdam-o-l-v-daniel-reuss-en-zijn-missen-fortuna-desperata-en-une-musque-de-biscaye-door-de-ensembles-vocaux-biscant/