Michael Puett en Christine Gross-Loh schreven “De weg, Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren”, een wijze uitgave van ten have.

Michael Puett laat zien hoe Chinese denkers ons kunnen inspireren tot grote en kleine veranderingen. In zijn boek put hij hiervoor uit het werk van vijf grote Chinese filosofen zoals Confucius en Lao Tze. Mede door de waarde die zij aan kleine gebaren, rituelen en goede gewoontes hechtten, boden zij nl. een totaal ander wereldbeeld dan westerse denkers of boeddhistische leraren.

Confucius (551 v. Chr.- 479 v.Chr.) was een Chinese filosoof en politicus tijdens de Zhou-dynastie, nog voor de vorming van het Chinees keizerrijk. Ten tijde van de Noordelijke Song en de Zuidelijke Song dynastieën (960-1279), verfijnde men op cultureel gebied de ontwikkelingen uit vorige eeuwen. Hierbij hoorde het ideaal van de universele mens die de kunsten van de leerling, dichter, schilder en staatsman verenigde, maar ook geschiedschrijving, kalligrafie en het maken van porselein.

De wijzen van Song zochten antwoorden op allerlei filosofische en politieke vragen van Confucius’ klassieken. Deze hernieuwde interesse voor de confucianistische idealen en de oude maatschappij viel samen met het verval van het boeddhisme, dat door de Chinezen werd gezien als vreemd en weinig behulpzaam bij het oplossen van politieke en andere problemen.

Volgens Puett betekent ‘het goede leven’ niet een groots programma of doel uitvoeren, maar een weg bewandelen. Aan de hand van voorbeelden uit het alledaagse leven, legt Puett de denkbeelden van de oude Chinese filosofen uit. Hij inspireert tot kleine, haalbare veranderingen in onze manier van werken, opvoeden, politiek bedrijven en relaties aangaan, met mogelijk verstrekkende gevolgen voor onszelf en de wereld.

In zijn boek heeft hij het over het tijdperk van zelfgenoegzaamheid en het tijdperk van de filosofie. Het hoofdstuk, “relaties” gaat over Confucius en het alsof-ritueel, en in “beslissingen” ontmoeten we Mencius en de onberekenbare wereld. Het hoofdstuk, “invloed” gaat over Lao Zi en de schepping van werelden, “vitaliteit” bespreekt de innerlijke training en leven als een geest, en in “spontaneïteit” is Zhuang Zi en een transformerende wereld aan de orde. In de laatste 2 hoofdstukken, “menselijkheid” en “Het tijdperk van mogelijkheden”, wordt u verrast door Xun Zi en de ordening van de wereld.

In het boek komen 5 filosofen aan bod, “Confucius (Kǒngzǐ), Mencius (Mengzi) (foto), Lao Zi, Zhuang Zi en Xun Zi. Zi betekent overigens, meester of leraar. Vandaar. Eén van hen was een voormalige bureaucraat die de rest van zijn leven lesgaf aan een klein groepje volgelingen, een ander zwierf van provincie naar provincie om plaatselijke bestuurders van advies te dienen, en van weer een ander werd later gedacht dat hij een god was. Hun levens en geschriften lijken voor de mens van nu ondoorgrondelijk en ver af te staan van ons modern leven. Toch benaderde elk van deze denkers de vraag hoe je een beter mens kan worden en hoe je de wereld kunt verbeteren op een manier die alle logica tart.

Oscar Wilde schreef, “Chuang Tsǔ (Zhuang Zi) bracht zijn leven door met het prediken van zijn grote credo, het niet-handelen (Wu-wei), en te wijzen op de zinloosheid van alle dingen.” Zhuang Zi (foto) had het in de 4de eeuw voor Chr. nl. over “niet handelen tegen de aard der dingen in” of “handelen zonder gehechtheid aan het resultaat”. “Wu wei” is nl. een grondstelling in het taoïsme dat een begrip inhoudt van weten wanneer wel en wanneer niet te handelen. Wu wei, misschien wel de essentie van het Taoïsme, geassocieerd met water en de wijze waarop water zich gedraagt, wordt besproken in de teksten van de “Daodejing” of “Tao Te Ching”. Zeker lezen.

Hun ideeën schreven ze aan de hand van ideeweergave, beeldweergave en betekenisweergave, neer in zegelschrift en later in het Standaardmandarijn of hanzi, in het westen bekend als “Chinese karakters”. Het centraal thema van dit boek is dat de ideeën uit deze bijzondere klassieke Chinese teksten, je hele manier van leven kunnen veranderen. De lessen van de oude Chinese filosofen, die zich bogen over het soort problemen waar ook wij mee kampen, bieden volkomen nieuwe invalshoeken om een goed leven te leiden. De kracht van de denkers in dit boek is dat ze hun lessen daarenboven vaak verduidelijkten met concrete, herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven. Ze geloofden dat juist de alledaagse werkelijkheid de plaats is waar de grote veranderingen plaatsvinden en een bevredigend leven begint.

“De weg” biedt dan ook een heel nieuwe kijk op het dagelijks leven en daagt ons uit onze diepgewortelde overtuigingen te herzien. Een heel bevattelijke kennismaking met een voor u misschien minder vertrouwd thema, dat kan aanzetten tot verdere interesse en verder lezen. Achteraan het boek vindt u trouwens wat thematisch geordende, aanbevolen literatuur.

“The Path, What Chinese Philosophers Can Teach Us about the Good Life” werd vertaald door de bekende literair vertaler en auteur, Jelle Noorman (1964) (foto). Na zijn studie Franse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam heeft Jelle Noorman zich toegelegd op het vertalen van fictie en non-fictie uit het Frans, Engels, Spaans en Portugees. Hij vertaalde werken van Franstalige schrijvers als Emile Zola, Alexandre Jardin, Christophe Rufin, Jacqueline Harpman en Rachid Mimouni, en daarnaast heeft hij Spaanstalige (Jayme Bayly, Francisco Coloane) en Engelstalige auteurs (onder wie Alain de Botton, Jeanette Winterson en David Madsen) in het Nederlands vertaald. Ook schreef hij twee essayistische werken over de Franse cultuur, “De haan op de mesthoop” en “Mijn Frankrijk”, en in 2014 verscheen zijn eerste roman, “Geen tijd voor Proust” (atlas contact). Warm aanbevolen.

Michael Puett is hoogleraar Chinese geschiedenis aan Harvard University. Met zijn populaire colleges over Chinese filosofie trekt hij wekelijks zo’n zevenhonderd studenten. In 2013 kreeg hij een Harvard College Professorship voor zijn uitmuntende colleges aan undergraduate studenten.

Christine Gross-Loh studeerde Oost-Aziatische geschiedenis aan Harvard. Zij is journaliste en auteur, en schrijft onder meer voor The Wall Street Journal, de Huffington Post en de Atlantic Online. Ze is de auteur van “Parenting Without Borders: Surprising Things Parents Around the World Can Teach Us”.

Michael Puett en Christine Gross-Loh, De weg, Wat Chinese filosofen ons over het goede leven leren 235 bladz. uitg. ten have ISBN 978 90 259 0679 5

http://www.stretto.be/2019/03/14/chinese-filosofie-van-karel-van-der-leeuw-een-meer-dan-schitterende-uitgave-van-boom-uitgevers-amsterdam/