“Portraits de la Folie” door Stéphanie d’Oustrac, mezzo-sopraan, op het label harmonia mundi. Heerlijk!

“Portraits de la Folie” is de personificatie van waanzin in 16de– en 17de-eeuwse werken van componisten als o.a. Reinhard Keier, Henry Purcell en Marin Marais, hier vertolkt door mezzosopraan Stéphanie d’Oustrac en het barokensemble Amarillis onder leiding van Héloïse Gaillard (fluit en hobo).

Na in de middeleeuwen verbannen te zijn naar een ruimte van uitsluiting en angst, werd de waanzin vervolgens een belangrijk sociaal fenomeen. Onder controle gebracht en gepersonifieerd als ‘Folie’ in de 17de en 18de eeuw, bood het ruimte voor sociale en morele kritiek, wat componisten en librettisten inspireerde om het een prominente plaats op het operapodium te geven. Hier presenteren Stéphanie d’Oustrac en het Amarillis Ensemble zijn vele facetten, van verleiding tot gepassioneerde liefde, van wanhoop tot vreugde, en onthullen de onderliggende waarheden van de mensheid in het baroktijdperk.

Voor de 25ste verjaardag van het Amarillis Ensemble vertrouwde Heloïse Gaillard Stéphanie d’Oustrac de incarnatie van Folie toe, dit emblematisch karakter van de barok: overdreven, gepassioneerd, extravagant … Folie gezien door verschillende componisten van die tijd. Folie, een emblematische figuur uit het baroktijdperk, werd belichaamd in een veelzijdig karakter, zowel overdreven als extravagant, doorkruist door de diversiteit van menselijke passies.

Men koos voor muziek van André Campra, (1660-1744), André Cardinal Destouches (1672-1749), John Eccles (1668-1735), George Frideric Händel (1685-1759), Johann David Heinichen (1683-1729), Rheinhard Keiser (1674-1739), Marin Marais (1656-1728), Henry Purcell (1659-95) en Jean-Féry Rebel (1661-1747).

U ontdekt “Accourrez, hâtez vous” (uit “Les fêtes vénitiennes”) van Campra, “Abandonnons le soin du monde” en Gavotte en rondeau…”Souffrez que l’Amour vous lie” (uit “Le Carnaval et la Folie”), “Aussitôt le bruit du tonnerre…Est-il un destin plus heureux” en “Ne cesse point de m’enflammer” (uit Sémélé) van Destouches, Ground in F van Eccles, “Ah! Crudel, nel pianto mio”, HWV 78 van Händel, Concerto in G Major, S. 214 van Heinichen, “Der lächerliche Printz Jodelet”: Sinfonia van Keiser, Caprice in E minor en “Descendez cher amant” (uit Sémélé) van Marais, “Rosy Bow’rs” (uit Don Quixote) en “From silent shades” (‘Bess of Bedlam’) Z370 van Purcell, en “Air pour l’Amour” (uit “Les Élémens”) van Rebel.

Het programma stelt Folie voor in al zijn gedaanten om de verschillende gezichten beter te verkennen en de bijbehorende personages te benadrukken, via de componisten die er hulde aan hebben gebracht. Het programma begint met de Sinfonia tot de komische opera “Jodelet” van Reinhard Keiser, waarvan onderwerp ontleend werd aan “Le Gôlier de soi-même”, een komedie uit 1655 van Thomas Corneille. De “Burla”, die in het Spaans zowel naar spot als naar echtelijk bedrog verwijst, biedt een tekst die zowel grappig als contrasterend is en dat als knipoog naar het personage, het thema van Folie d’Espagne suggereert.

De verleidelijke, charmante en triomfantelijke Folie wordt gepresenteerd in een aria uit “Fêtes vénitiennes” van André Campra. In deze vrolijke en levendige sfeer nodigt ze ons uit om haar te volgen om de charmes van het leven te proeven die ze voor iedereen biedt, terwijl ze de wrede rede nastreeft. De gelukkige Folie geeft zich vervolgens over aan de geneugten van de liefde in de belichaming van het personage van Semele in het werk van André Cardinal Destouches en Marin Marais.

Verschillende componisten gebruikten het verhaal van Semele voor een opera, John Eccles (1707, naar een libretto van de hand van William Congreve) en Marin Marais (1709). Händels Semele (1742), gebaseerd op Congreve’s libretto maar met aanvullingen, werd oorspronkelijk als oratorium omschreven opdat het zou kunnen worden opgevoerd in een concertreeks in de Vastentijd, hoewel het zonder twijfel om een opera ging. Het stuk ging op 10 februari 1744 in première.

In de cantate Sémélé van Destouches wordt de dochter van Cadmus, koning van Thebe, verleid door Jupiter van wie ze zwanger zal worden. Gek van jaloezie overtuigt Juno, de vrouw van Jupiter, Semele om Jupiter te vragen om zijn identiteit te bewijzen door zich in zijn glorie aan haar te tonen, dezelfde waarmee hij aan zijn vrouw verschijnt, in volle majesteit op zijn wagen onder bliksem en donder. Dit visioen, dat voor mensen dodelijk is, zal Semele echter vernietigen.

Het ongeboren kind wordt op wonderbaarlijke wijze gered en zal tot aan zijn geboorte in de dij van Jupiter worden genaaid, waar het de naam Bacchus zal aannemen. Deze associatie van Semele met het thema Folie gaat dus door twee overtredingen, die van Jupiter die een sterveling begeert en die van het jong meisje dat de grenzen van de menselijke kennis overschrijdt en daarbij sterft.

Johann David Heinichens Concerto a 7 biedt dan weer een vreugdevolle sfeer met zijn virtuositeit die Duitse, Franse en Italiaanse kenmerken combineert, en waarin de blazers en de strijkers met plezier met elkaar in dialoog treden. Wanhopige, wispelturige, gepassioneerde waanzin verschijnt op zijn beurt in de Mad Songs die amoureuze wanhoop verbeelden die tot waanzin leidt.

In “From silent shades” of “Bess of Bedlam”, verwijzend naar het asiel voor geesteszieken in Londen, beschrijft Henry Purcell een radeloze Bess wiens pijn hem prachtige hallucinaties bezorgt, afgewisseld met herinneringen die hem hoop geven. De wereld is zo gek dat Bess niet kan hopen op genezing van haar verdriet’, zegt het anoniem gedicht. Purcells tweede aria “From Rosy bow’rs”, die klinkt als een muzikaal testament, de componist heeft het een paar dagen voor zijn dood geschreven, biedt contrasten van beweging, stijlen en kleuren die de menselijke natuur weergeven met een breed palet aan effecten. “Sad madness”, “Gay madness”, “Melancholic madness”, “Passion”, “Dementia”, zijn de secties waarin de melodie afwisselt tussen extreme levendigheid en eindeloze lusten, een speelse dansante aria en een zeer expressieve klacht in het recitatief.

Maar liefdes kwellingen kunnen ook een bron van hoop zijn, zoals Handel bewijst in zijn Italiaanse cantate “Ah! crudel nel pianto mio”. In Rome werd de jonge componist geïntegreerd in het milieu van de adel en de geestelijkheid, die het politiek en cultureel leven domineerden. Händel genoot de bescherming van de kardinalen Benedetto Pamphili en Pietro Ottoboni, evenals van de markies Francesco Maria Ruspoli, hoofdleden van de Arcadische Academie die dichters en intellectuelen samenbracht. Opgericht in 1690 als eerbetoon aan koningin Christine van Zweden, was het haar missie om Italiaanse poëzie te eren door middel van complexe liefdesverhalen die vanaf de vroege 18de eeuw met muziek, werden geïllustreerd. De kamercantate “Ah! crudel nel pianto mio” is de verklanking van alle nuances en contrasten en van de overdaad aan gevoelens die tot uiting komen in deze liefdesklacht. Verdriet wordt gevolgd door de hoop op een gelukkig einde. Het programma besluit met een aria van Destouches in de vorm van een gavotte met de woorden, “Zonder liefde en waanzin zijn er geen gelukkige momenten.” Magnifiek. Niet te missen!

https://lnk.to/portraitdelafolie

PORTRAITS DE LA Folie Stéphanie d’Oustrac Ensemble Amarillis, Héloïse Gaillard cd harmonia mundi HMM902646

http://www.stretto.be/2019/04/05/intieme-en-expressieve-sirenes-door-stephanie-doustrac-en-pascal-joudan-op-het-label-harmonia-mundi/