“Franck & Fauré Piano Quintets” door Mami Shikimori en het Wihan Quartet, op het label Nimbus. De meerwaarde van de muzikale intimiteit.

Vijf schitterende musici namen minder bekende maar heel bijzondere, Franse kamermuziek op van twee grootheden.

Het pianokwintet van César Franck ging in januari 1880 in première in Parijs door het Marsick Quartet met Saint-Saëns aan de piano. Gecomponeerd in 1879 behoort het pianokwintet in fa klein van César Franck tot de vruchtbare laatste periode van zijn creatief leven. Het luidde het begin in van een reeks indrukwekkende late orkest- en kamermuziekwerken. De organist transformeerde zijn virtuoze orgelklanken in grootse orkestrale en vocale composities, en werd één van de belangrijkste vertegenwoordigers van het muzikaal symbolisme. De composities van César Franck kregen tijdens zijn leven echter weinig aandacht, tot het succes in 1882 van “Le Chasseur maudit”, zijn symfonische verklanking van een dramatische jacht en het gruwelijk lot van een vervloekte jager. Gecomponeerd in oktober 1882 en uitgevoerd op een concert van de Société nationale de musique, in maart van het volgend jaar, behoort dit symfonisch verhaal vandaag tot zijn populairste en meest uitgevoerde werken.

Saint-Saëns was eerder terughoudend, terwijl de jonge Claude Debussy een fervente bewonderaar werd. De openbare ontvangst was gunstig, maar zonder toekomst. Bepaalde melodieuze wendingen liggen al in de lijn van de Sonate voor viool en piano (1886), die beroemd zal worden. De eerste beweging begint op een dramatische toon die zich vervolgens ontwikkelt tot een krachtig en gepassioneerd discours. De tweede beweging van een meer elegisch karakter, presenteert zich als een lange melodie waarbij de piano in dialoog gaat met het strijkkwartet in een muzikaal discours met complexe harmonische contouren. De finale neemt thema’s van de vorige bewegingen over, en creëert een soort muzikale dramaturgie die zich zonder onderbreking uitstrekt tot de finale coda.

Gabriel Fauré had op dertigjarige leeftijd bijna niets anders gecomponeerd dan liederen (Mélodies) en een paar korte pianostukken. Er was niets dat deed vermoeden dat hij nog kamermuziek zou componeren die tot dan toe ongeëvenaard was onder zijn collega’s. Hij componeerde weinig orkestmuziek en vond liederen en kamermuziek het ideaal middel om het onuitsprekelijke uit te drukken.

Tijdens het laatste kwart van de 19de eeuw en tot in de jaren 1920, leverde Gabriel Fauré de meest substantiële en blijvende bijdrage aan de Franse kamermuziek. Niet dat het bij hem over een oeuvre ging zoals bij Dvořák of Brahms, of omdat het over een hele serie strijkkwartetten ging, maar omdat de kamermuziek in de Franse 19de eeuw eerder dun bezaaid was. Bij Fauré werd de hoofdmoot gevormd door 4 sonaten, 2 pianokwintetten, twee pianokwartetten en slechts één strijkkwartet, waarvan de meeste gecomponeerd werden tussen 1917 en 1924, zijn latere periode dus. Daarnaast gaat het vooral om kleinere gelegenheidswerken (pièces de genre) voor viool of cello met pianobegeleiding, légères et charmantes, heel mooie muziek.

Fauré’s pianokwintet nr. 1 vernieuwde de krachtige concentratie van zijn eerdere pianokwartetten in zijn buitenste bewegingen, terwijl hij in het uitgebreid Adagio reeds vooruit keek naar de verfijnde frasering en chromatiek van zijn latere werken. De uitvoering van twee harmonisch progressieve Franse meesterwerken heeft een perfecte balans tussen de 4 strijkers en de piano, waardoor de overmacht van een dominante piano wordt vermeden.De première van Fauré’s Kwintet was in maart 1906. Een bewaard gebleven notitieboek bevat ideeën die in de Finale zijn gebruikt, samen met schetsen voor het Requiem (Opus 48), wat aangeeft dat pogingen tot het Kwintet al van 1887 dateerden. In 1891 overwoog Fauré de toevoeging van een tweede vioolpartij aan een gepland derde pianokwartet, en speelde in dit stadium schetsen van een pianokwintet, op. 60 met het Ysaÿe Quartet. Het werk aan het kwintet duurde tot 1894, maar hield daarna op tot 1903. Het stuk werd uiteindelijk afgerond tegen het einde van 1905 en werd opgedragen aan Eugène Ysaÿe (foto).

De uitvoerders zijn Mami Shikimori, piano en het Wihan Quartet: Leoš Čepický en Jan Schulmeister, viool, Jakub Čepický, altviool en Michal Kaňka, cello.

Mami Shikimori studeerde aan het Royal College of Music in Londen. Ze won de Marjorie en Arnold Ziff Prize for Outstanding Diploma Recital, evenals de Hopkinson Gold Medal en tal van andere prijzen voor solo piano en de Principal’s Special Award. Daarna studeerde ze aan de Thornton School of Music van de University of Southern California. Haar leraren waren Jean Anderson, Bernard Roberts en Christopher Elton. Mami Shikimori heeft meerdere prijzen gewonnen, waaronder de ‘Most Distinguished Musician’-prijs van Ibla International Competition met een speciale vermelding over haar uitvoering van Debussy’s muziek, evenals de hoofdprijs op de Alice Bel Colle en andere internationale competities. Andere prijzen zijn onder meer de Millicent Silver Prize, de Peter Walfisch Schubert Prize, en de Emanuel Trophy.

Het Wihan Quartet is door International Record Review beschreven als: ‘een van de beste kwartetten ter wereld’. In 2015 vierde het kwartet 30 jaar sinds zijn oprichting en in de loop der jaren heeft het een uitstekende reputatie opgebouwd voor de interpretatie van zijn van oorsprong Tsjechisch erfgoed, en van de vele klassieke, romantische en moderne meesterwerken van het strijkkwartetrepertoire. De opname van Dvorak Op.34/Op.105 door het Kwartet werd door MusicWeb International gekozen als ‘Opname van het Jaar’ en BBC Music Magazine zei over hun Dvorak Op.61-opname: ‘Dit is de beste opgenomen uitvoering die ik tot nu toe ben tegengekomen De Wihan’s release van Schubert G Major ontving een Outstanding van International Record Review.

Tijdens het seizoen 2012/13 was het kwartet het Tsjechische kamermuziekvereniging Resident Ensemble in de Rudolfinum Dvorak Hall, Praag. In 2008 voltooide het Kwartet de allereerste cyclus van Beethoven-kwartetten in Praag en herhaalde deze cyclus ook in Blackheath Halls, Londen. Deze mijlpaalreeks van Beethoven-concerten in Praag werd opgenomen voor release op cd en dvd voor Nimbus Alliance en ontving vele onderscheidingen. Het Wihan Quartet heeft vele internationale wedstrijden gewonnen, waaronder het Praagse Lentefestival en het Osaka ‘Chamber Festa’. In 1991 wonnen ze zowel de eerste prijs als de publieksprijs in de London International String Quartet Competition. Ze zijn ook grote voorstanders van het werk van de Cavatina Chamber Music Trust, die in het VK, inspirerende concerten en masterclasses geeft aan jongeren.

Jiří Zigmund, stopte in 2014 met het Wihan Quartet. Het Kwartet had het geluk een uitstekende altviolist te vinden in Jakub Čepický, zoon van Leoš, en zijn eerste opname met het Quartet van Suk, Dvorak en Janacek werd uitgebracht op Nimbus Alliance in 2016. In 2017, na 32 jaren als lid van het Wihan Quartet, trok ook de cellist Ales Kasprik zich terug uit het Kwartet. In zijn plaats kwam Michal Kanka, cellist van een van de beste Tsjechische strijkkwartetten, het Prazak Quartet.

Franck & Fauré Piano Quintets Mami Shikimori Wihan Quartet cd Nimbus NI6397

http://www.stretto.be/2017/05/12/wondermooie-faure/