Constantijn Huygens (1596-1687), “Pathodia sacra et profana, Paris 1647”, door 3 topuitvoerders op het label Glossa. Een gestileerde ontdekking.

Constantijn Huygens, de muzikale vertegenwoordiger van de Nederlandse Gouden Eeuw, krijgt hier een frisse, nieuwe opname door Cyril Auvity, een zanger die een specialist is van vocale muziek uit de 17de eeuw. Hij wordt begeleid door Marie van Rhijn, klavecimbel, orgel en luit-klavecimbel, en Myriam Rignol, viola da gamba.

Constantijn Huygens (1596-1687) was de vader van de staatsman en natuurkundige Constantijn Huygens (jr.) en de bekende natuur- en wiskundige Christiaan Huygens. Constantijn speelde luit, gitaar, viola da gamba en klavecimbel, waarvoor hij ook een groot aantal werken componeerde. Muziek vond hij nl. belangrijker dan zijn letterkundige werken, die hij naar eigen zeggen, in zijn vrije tijd schreef…Vanaf Constantijns vijfde jaar kregen hij en zijn broer Maurits, muziekonderricht. Ze begonnen met zangles en leerden noten lezen met behulp van goudkleurige knopen op hun jasjes. Opvallend is dat Christiaan sr. de jongens het ‘modern’ systeem van zeven notennamen bijbracht, in plaats van de traditionele, maar veel ingewikkeldere, hexachorden, groepen van zes opeenvolgende tonen uit van de muziektheorie van Guido van Arezzo (991 – 1050), die in de 14de eeuw de basis vormden van de Musica ficta, Ars Nova en Ars subtilior. Twee jaar later begonnen de eerste lessen op de viola da gamba, daarna volgden de luit en het klavecimbel. Met name voor het luitspel legde Constantijn een uitzonderlijk talent aan de dag. Reeds op zijn elfde werd hem gevraagd luit te spelen voor een groep Deense gezanten en in 1618, op zijn eerste diplomatieke reis, speelde hij voor koning James I van Engeland.In 1647 is de ons bekende versie van de “Pathodia sacra et profana” gedrukt. De bundel, een samentrekking van ‘pathos’ (gevoel, hartstocht) en ‘odè’ (gezang), bevat 39 composities voor zangstem en basso continuo, twintig psalmen en negentien “airs”, waarvan twaalf op Italiaanse gedichten en zeven op Franse. De airs en aria’s worden ingeleid met een verontschuldiging aan de lezer voor de frivoliteiten die volgen. Doordat de psalmen voor in de bundel geplaatst zijn en de wereldlijke composities voorafgegaan worden door dit korte, verontschuldigende voorwoord, wordt duidelijk dat Huygens het psalmendeel belangrijker vond. Ook door het aantal ligt de nadruk op de psalmen. De negentien airs en aria’s zijn in de minderheid tegenover de twintig psalmen. De psalmen werden opgedragen aan Utricia Ogle, “nostra Siren”, een Nederlandse zangeres, die behoorde tot de entourage van de Stuarts in Den Haag. Op de titelpagina ontbreekt de naam van de componist. In plaats daarvan staat er het cryptische “occupati”, meestal vertaald als “van een drukbezet man”. Hiermee gaf Huygens aan dat hij geen beroepsmusicus was. In het dagelijks leven vervulde hij een ‘functie voor het openbaar nut”.

De opmerkelijke Huygens was dichter, componist en musicus, die als diplomaat werkte voor de Prinsen van Oranje en die een ijverig correspondent was met vooraanstaande denkers als Descartes, Rubens en Corneille. De emoties van Pathodia worden op bewonderenswaardige wijze overgebracht door een zanger met een rijke, gekleurde en beheerste stem, wiens nieuwsgierig muzikaal intellect hem op minder bezochte paden voert, zoals twee eerder uitgegeven Charpentier-albums op Glossa. Zangeres en instrumentalisten op deze nieuwe opname hebben besloten om alle Franse onderdelen van de Pathodia op te nemen, evenals een uitgebreide selectie van de Italiaanse aria’s en psalmtoonzettingen op Latijnse tekst. Als moderne weerspiegeling van de hedendaagse uitvoeringen van dergelijke werken door toenmalige, rijke amateurs in de Nederlandse Republiek, speelt Myriam Rignol viola da gamba terwijl Marie van Rhijn klavecimbel, positief orgel en het enigmatisch Lautenwerck (een luit-klavecimbel) bespeelt. Elk van deze instrumenten krijgt bovendien de kans om in werk van de Chambonnières, Luigi Rossi en Froberger, te worden gehoord in solomuziek uit de tijd van Huygens.

De Franse tenor Cyril Auvity (° 1977) behaalde een diploma natuurkunde aan de Université de Lille. Tegelijkertijd voltooide hij zijn muzikale studies aan het Conservatoire de Lille in 1999. Hij begon zijn carrière in hetzelfde jaar als de winnaar van het Concours International de Chant in Clermont-Ferrand. Cyril Auvity, gekozen door William Christie, begon zijn carrière op zeer jonge leeftijd met Telemaco in Monteverdi’s Ritorno di Ulisse in Patria op het Festiavl van Aix en Provence en zong die rol in heel Europa en de VS. Hij ontving talrijke uitnodigingen voor internationale festivals en operahuizen: Persée van Lully met Christophe Rousset; Cavalli’s Gli Strali d’Amore onder leiding van Gabriel Garrido; Purcells The Fairy Queen met Christophe Rousset tijdens een Spaanse tour; Lully’s Persée en Charpentier’s Médée in Toronto; Purcells Dido and Aeneas in Opéra National de Lorraine à Nancy en op het Aldeburgh Festival; de titelrol in Charpentiers Actéon met Emmanuelle Haïm.

Zijn langdurige samenwerking met William Christie werd voortgezet met nieuwe producties als Les Arts Florissants van Charpentier en David & Jonatas (titelrol). Hij debuteerde ook in de titelrol in Rameau’s Pygmalion in een coproductie tussen Nancy Opera House en Théâtre du Châtelet onder leiding van Hervé Niquet, evenals in een nieuwe productie van Destouches ‘Callirhoé in Montpellier. Hij nam deel aan een grote tour met Charles Gounods Le Medecin malgré lui en debuteerde als Don Ottavio in W.A. Mozarts Don Giovanni met Emmanuel Krivine; hij zong diezelfde rol in een scenische productie in Montpellier, waar hij het jaar daarop Tamino zong in W.A. Mozarts Die Zauberflöte. In de Opera van Lille zong hij Basilio in Mozarts Le Nozze di Figaro van met Emmanuelle Haïm en Le Concert d’Astrée.

Marie van Rhijn, afkomstig uit Calais, studeerde bij Ilton Wjuniski, Olivier Baumont, Blandine Rannou, Kenneth Weiss, Noëlle Spieth en Stéphane Fuget. Na het Nationaal Conservatorium voor Muziek en Dans van Parijs (meester klavecimbel en basso continuo) en de Sorbonne (master muziekwetenschap), werd ze gekozen voor de tournees van het Franse Jeugdorkest. Handel House in Londen selecteerde haar als een van hun zes jonge solisten van het jaar 2014-2015, en ze werd in 2015 gekozen voor de residentie Haendel met Emmanuelle Haïm op het Festival d’Aix en Provence.

Ondersteund door de Delacour, SYLFF, Adami, Société Générale, Meyer en Tarrazi stichtingen, is ze ook de winnares van verschillende internationale wedstrijden, Harpsichord Broadwood Competition (UK), Middelburg International Early Music Competition (Nederland), FNAPEC (Frankrijk), Moscow Volkonsky international clavecimbel competitie en internationale competitie Biber (Rusland en Oostenrijk).

Myriam Rignol ()1988) uit Perpignan,  was zeven toen ze in Perpignan viola da gamba leerde onder de leiding van Christian Sala. Ze behaalde haar diploma in 2004. Toen ze zestien werd ging ze in Lyon studeren bij Marianne Muller, bij wie ze in 2010 haar masterdiploma behaalde. Met het Europese Erasmusprogramma studeerde ze een jaar bij Rainer Zipperling aan de Muziekacademie van Keulen. Ze volgde ook meestercursussen onder de leiding van Jordi Savall, Wieland Kuijken, Philippe Pierlot en Emmanuel Balssa. Samen met de violist Yoko Kawakubo en de klavecimbelspeler Julien Wolfs stichtte ze Les Timbres. Ze wonnen eerste prijs op het Internationaal Concours voor ensembles in Brugge in 2009, alsook op het Concours voor Oude Muziek in Yamanashi (Japan). Myriam Rignol is lid van verschillende ensembles, onder meer Pygmalion (Raphaël Pichon), Correspondances (Sébastien Daucé) en Musicall Humors (Julien Léonard), met wie ze regelmatig musiceert en optreedt.

Ze trad ook al op met Les Inventions (Patrick Ayrton), Il Delirio Fantastico (Vincent Bernhardt), Le Concert Lorrain (Stephan Schultz), Harmonie Universelle (Florian Deuter), en The Consort Project. Ze speelt ook in consort met Marianne Muller, Pau Marcos Vicens en Christian Sala. In juni 2009 won ze Tweede prijs op het Internationaal Concours voor viola da gamba ‘Bach-Abel’ in Köthen en in mei 2010 de Eerste prijs op het Internationaal Concours voor Oude Muziek in Yamanashi. In 2011 won ze Tweede prijs alsook de Publieksprijs tijdens het Internationaal Concours van het Festival Musica Antiqua in Brugge.

CONSTANTIJN HUYGENS Pathodia sacra et profana Paris, 1647 Cyril Auvity Marie Van Rhijn Myriam Rignol cd Glossa GCD 923603

http://www.stretto.be/2018/05/17/een-hoogst-verfijnde-la-descente-dorphee-aux-enfers-van-charpentier-door-het-ensemble-desmarest-op-het-label-glossa/