“The Mozart Collection” door Zefiro o.l.v. Alfredo Bernardini, 6 cd’s op het label Arcana. Uniek!

Het ensemble “Zefiro” brengt ‘s werelds toonaangevende specialisten op historische blaasinstrumenten samen en heeft in zijn dertigjarige activiteit, een reputatie opgebouwd met levendige, welsprekende en expressieve vertolkingen van Mozarts muziek. Deze box van zes cd’s verzamelt voor het eerst de complete opnames van Mozarts Divertimenti en Serenades voor blazers, gespeeld op historische instrumenten.De Italiaanse hoboïst Alfredo Bernardini (°1961) (foto), geboren in Rome, kwam in 1981 naar Nederland om zich o.a. bij Bruce Haynes en Ku Ebbinge, te specialiseren in barokhobo en oude muziek. In 1987 behaalde hij zijn diploma uitvoerend musicus aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. Bernardini speelde concerten overal in Europa, de Verenigde Staten, Japan, China, Israël, Egypte, Zuid Amerika en Australïe, als lid of gast van vooraanstaande barokensembles of orkesten, zoals Hesperion XX, Le Concert des Nations, La Petite Bande, Freiburger Barockorchester, The English Concert, Bach Collegium Japan en The Amsterdam Baroque Orchestra. In 1989 richtte hij samen met de broers Paolo (hobo) en Alberto Grazzi (fagot), het Ensemble “Zefiro” (foto) op.Divertimenti, men noemde het genre ook serenade, cassatio, notturno of Nachtmusik, waren bedoeld als “Unterhaltungsmusik”. De vroege serenades van o.a. Haydn, Mozart en Salieri, Leopold Mozart, Carl Stamitz en Boccherini, introduceerden graag blaasinstrumenten (hobo’s, fagotten, hoorns en of klarinetten), zoals geschikt voor muziek in open lucht. Divertimenti of serenades werden als “Tafelmusik“ of “Freiluftmusik“ gespeeld. Maar, met de komst van de Serenade in de concertzaal, werden almaar meer strijkers toegevoegd om een meer orkestrale klank te bereiken. Dit was reeds het geval in Mozarts tijd.

Blazersensembles hebben in de 18de eeuw, zowel qua bezetting als qua functie, een interessante ontwikkeling doorgemaakt, nl. van “Tafelmusik” tot “Harmonie”, de naam voor het geheel van blaasinstrumenten. Mozart, die alle blaasinstrumenten van zijn tijd waardeerde en ze belangrijke partijen gaf in zijn orkest- en kamermuziek, en die ook soloconcerti componeerde voor de meeste van hen, componeerde ook belangrijke werken voor blazersensembles. Zijn vroege Divertimenti voor zes blaasinstrumenten werden tussen 1775 en 1777 in Salzburg gecomponeerd, meestal om te entertainen tijdens buitenbanketten. De twee serenades voor blazersoctet K375 en K388/384a, gecomponeerd in Wenen in respectievelijk 1781 en 1782, vielen samen met de oprichting van de “Kaiserliche Königliche Harmonie” door Jozef II van Oostenrijk, die daarmee een wijdverspreide trend veroorzaakte. De functie van dergelijke ensembles was voornamelijk het spelen van arrangementen van beroemde operamelodieën in het paleis. In het geval van Mozart waren dat de arrangementen die hij voor blazers maakte van fragmenten uit zijn Così fan tutte, K588, Don Giovanni, K527 en Le nozze di Figaro, K492. Het subliemste voorbeeld van Harmoniemusik is weliswaar Mozarts meesterlijke Serenade K361/370a, de zogenaamde “Gran Partita”, gecomponeerd tussen 1781 en 1784.Het is niet bekend of de Divertimenti in Bes, K. 186/159b, en Es, K. 166/159d, in opdracht werden gecomponeerd en, zo ja, van wie de opdracht dan wel kwam. Verschillende specialisten gaan ervan uit dat een anonieme, Milanese beschermheer (mogelijk een amateurmuzikant) erbij betrokken was. Ze baseerden deze conclusie op het idee dat er in die tijd in Salzburg geen klarinetten verkrijgbaar waren en dat Mozart de stukken van zijn derde en laatste Italiaanse reis in de winter van 1772-1773 moet hebben meegenomen. Dit idee werd weliswaar in twijfel getrokken door verder onderzoek, waaruit bleek dat klarinetten werden genoemd in een “Aufsatz und Specification deren Spielleithen nothbetärftigen Instrumenten in Französischem Thon” uit 1769. Daarnaast groeide de bewering dat de schriftuur voor klarinet in K. 166/159d en in mindere mate in K. 186/159b, onverenigbaar was met wat zou worden verwacht van klarinettisten in een louter militair harmonieorkest, waardoor de theorie dat de werken werden geïnspireerd door een ensemble buiten Salzburg, geloofwaardiger werd. In K. 186/159b, het eerste van de twee Divertimenti, worden de klarinetten heel vaak op dezelfde manier behandeld als de hoorns, waarbij ze de harmonie invullen, zonder de kans te krijgen om solo te spelen, terwijl de meeste van de belangrijkste muzikale en echt lyrische momenten, gereserveerd zijn voor de hobo’s en de Engelse hoorns. In K. 166/159d daarentegen zijn de klarinetten veel onafhankelijker gen kregen ze vaak de solistische bovenstem, enkel begeleid door de bas.Er is gesuggereerd dat de beide Divertimenti mogelijk zijn gemaakt in opdracht van groothertog Leopold I van Toscane, bij wie Mozart tevergeefs solliciteerde. Er is ook op gewezen dat de ongebruikelijke bezetting, vooral het gebruik van twee Engelse hoorns, (Mozart had ze eerder alleen gebruikt in de tweede versie van zijn Divertimento K. 113, ook gecomponeerd in Milaan, in “La finta semplice”, en daarna in “Il rè pastore”), een opdracht suggereert van en voor een reeds bestaand ensemble buiten Salzburg. Helaas maakt het feit dat, het handschrift van K. 166/159d, expliciet Salzburg vermeldt, het ontrafelen van het ontstaan van deze werken niet eenvoudiger. Maar, dat de twee Divertmenti samen horen, blijkt niet alleen uit de instrumentatie, maar ook uit hun structuur. Na de opening volgt een Allegro, een Menuetto, een centraal Andante, een Adagio (het wijkt daardoor af van de meer gebruikelijke reeks van twee Menuetten die het Andante omvatten), en een laatste Allegro, dat gestructureerd is als een Rondo.Hoewel formeel voor tien blazers, vertonen beide Divertimenti een vrij zuinig gebruik van de tien afzonderlijke instrumenten, gezien het feit dat er gewoonlijk niet meer dan twee tot drie echt onafhankelijke partijen zijn. Hobo’s werden vaak in tertsen gekoppeld en gecombineerd met Engelse hoorns, die eveneens waren gekoppeld, maar dan een octaaf lager. Klarinetten werden vaak gecombineerd met hobo’s in sexten, en de twee fagotten speelden altijd samen. De hoorns zijn beperkt tot het spelen van pedaalnoten of het invullen van de akkoorden, maar in K 166/159d, kregen ze wel enkele momenten om als solisten te schitteren. Verder bewijs voor de verwantschap komt voort uit het feit dat Mozart in beide stukken citeert uit de balletschetsen “Le gelosie del Seraglio” K. 135a, waarvan nu weliswaar is bevestigd dat deze werden gecomponeerd door Joseph Starzer (1726-1787), een Oostenrijkse componist en violist uit de pre-klassieke periode, die actief was in Moskou, St. Petersburg en Wenen,  en die in 1771, bijdroeg tot de vorming van de Weense Tonkünstler-Societät. Met Georg Christoph Wagenseil en Matthias Georg Monn was hij een voorloper van de Eerste Weense School. Hij componeerde verschillende balletten, symfonieën, concerti, het Singspiel, “Die drei Pächter”, orkestwerken en kamermuziek.De Divertimenti in Bes, K. 186/159b, en Es, K. 166/159d, vormden duidelijk de eerste fase in de ontwikkeling van Mozart als componist van blaasmuziek. De tweede fase bestond uit de vijf divertimenti voor zes blazers (K. 213, 240, 252/240a, 253 en 270), en de derde fase uit de serenades, K. 361/370a, 375 en 388/384a, gecomponeerd in Wenen. K. 186/159b en 166/159d vertonen een aanzienlijk lichtere, meer recreatieve geest dan de latere werken, trouw aan de letterlijke betekenis van de term Divertimento. De 7-delige Serenade nr. 10 voor blazers in Bes, beter bekend onder de naam “Gran Partita”, KV 361/370a, werd gecomponeerd voor 13 instrumenten, twaalf blazers, zijnde 2 hobo’s, 2 klarinetten, 2 bassethoorns, 2 fagotten, 4 hoorns en contrabas. Deze Serenade werd waarschijnlijk gecomponeerd in 1781 of 1782.Dankzij de ervaring opgedaan in talloze uitvoeringen en opnamen met leidende dirigenten en ensembles, maar ook door grondig onderzoek naar de meest geschikte instrumenten en toonhoogte (398 Hz, dat wil zeggen de ‘authentieke’, Franse stemming), straalt deze gloednieuwe opname immens veel levendigheid, flair en professionele kennis uit, uitgevoerd door enkele van de grootste namen uit de barokke muziekscene. Een unieke uitgave. Niet te missen!

The Mozart Collection Zefiro Alfredo Bernardini 6 cd Arcana A204

http://www.stretto.be/2020/11/17/mozart-serenade-no-10-in-b-flat-major-k-361-gran-partita-op-het-label-bis-heerlijk/