Intieme en stijlvolle “Dialogues”, door Ronald Martin Alonso, viola da gamba, op het label Paraty.

De composities voor gamba solo van Monsieur de Sainte-Colombe op deze cd, werden rond 1690 gecomponeerd. Ze maken deel uit van een manuscript dat zich bevindt in het patrimoniumfonds van de gemeentelijke bibliotheek van Tournus, ten zuiden van Beaune in Bourgondië, van waar de naam, “Manuscript van Tournus”.  Op de cd staat werk van Philippe Hersant (°1948) en Monsieur de Sainte Colombe, de jongere, (ca.1660-1720). De eerste moderne editie van het Manuscript van Tournus werd in 2013 uitgegeven door Editions Güntersberg. Tot dan toe was er slechts één editie van de facsimile’s geproduceerd door Minkoff, die vandaag de dag niet meer te vinden is. “Ik kwam deze muziek toevallig tegen”, vertelt Ronald Martin Alonso, “toen ik in muziekwinkels aan de rue de Rome in Parijs keek. Ik was meteen gefascineerd door de rijkdom en waanzin van de schriftuur, die klonk als geïmproviseerde muziek, vol fantasie. De vrijheid van zo’n schriftuur biedt aan de uitvoerder, ruimte om de retoriek en ontwikkeling van elke zin op te bouwen, om de verschillende ritmische verhoudingen in elke dans te kiezen, de snelheid waarmee de noten moeten worden gespeeld, en de plaatsen voor accenten. Tegenwoordig putten componisten inspiratie uit het erfgoed van de Sainte-Colombe, om de viola da gamba weer tot leven te brengen.”Op de cd staan de Suites voor gamba solo nr. 1 in sol klein, in C, en in re klein, van Monsieur de Sainte Colombe, en  “Le Chemin de Jérusalem” en “Pascolas”, van Philippe Hersant.  Monsieur de Sainte-Colombe, le fils, was een Franse gambaspeler en componist, over wie weinig bekend is, maar die tussen 1707 en 1713, blijkbaar zijn sporen naliet in Engeland. Het is nl. vrijwel alleen maar zeker dat hij rond 1707 als gambaleraar, in Edinburgh werkte. Daarnaast wordt hij genoemd door Toussaint Rémond de Saint-Mard (1682-1757), in zijn “Réflexions sur l’opéra” uit 1741. Monsieur de Sainte-Colombe, le fils,  was een onwettige zoon van de beroemde, maar ook niet bij naam gekende, Monsieur de Sainte-Colombe (de oudere) (ca. 1640- overleden tussen 1690 en 1700). Het laatste bewijs van de biografie van de zoon vermeldt 14 mei 1713. Op die datum vond nl. in zijn bijzijn, een benefietconcert in Londen plaats. Sommige bronnen vermoeden de datum van zijn overlijden rond 1720. Er zijn zes suites voor viola da gamba solo van hem bekend, waaronder een grootschalig “Tombeau” over de dood van zijn vader, dat beschouwd kan worden als het gelijknamig zusterwerk van Marin Marais. Die composities worden bewaard in een manuscript in de bibliotheek van de kathedraal van Durham in Engeland, waar blijkbaar een lid van de familie Sainte-Colombe werkte.Onder de componisten die zich hebben laten inspireren door Monsieur de Sainte Colombe, behoort de Franse componist, Philippe Hersant. Hij componeerde voor solo viola da gamba, ‘Le chemin de Jerusalem’ (2003), en hij gebruikte de gamba ook als solo-instrument met een vocaal ensemble in de psalm. CXXX, “Aus Tiefer Not” (1994), het Stabat Mater (2002), Falling Star (2005), Clair Obscur (2008), of door het te combineren met andere instrumenten uit de barokperiode, luit, theorbe, cornetten en barokviolen, zoals in “Le Cantique des trois enfants dans la fournaise” (2014), een compositie waarvoor hij in 2016, zijn derde Victoire de la Musique ontving voor “Beste componist van het jaar”. “Op deze cd”, vertelt Ronald Martin Alonso, “breng ik twee componisten samen, wiens muziek mij zo dierbaar is, en die ons naar fantastische universums brengen. Ze bestaan ​​naast elkaar, beïnvloeden elkaar, en voeren een dialoog met elkaar, waarbij alle notie van tijd wordt uitgewist. Dit programma nodigt uit voor een ongekende reis, in een muzikale dialoog zonder woorden, waar de klank van de gamba en de affecten zich vermengen om verhalen te vertellen, en intense emoties aan te wakkeren, van verdriet naar vreugde.Philippe Hersant (foto) werd in 1948 geboren in Rome, waar hij zijn jeugd doorbracht. Hij behaalde een diploma moderne Literatuur aan de faculteit Paris-Nanterre en tegelijkertijd volgde hij aan het Conservatorium van Parijs, les in harmonie bij Georges Hugon, contrapunt bij Alain Weber en compositie bij André Jolivet. In 1970 ontving hij een studiebeurs van twee jaar voor de Casa de Velázquez in Madrid. Bij zijn terugkeer in Parijs trad hij toe tot de afdeling musicologie van Paris IV als leraar en begon zijn samenwerking met France Musique, waarvoor hij concerten speelde en programma’s maakte. In 1978 ging hij naar de Académie de France in Rome en componeerde zijn op. 1, “Stances”, voor orkest. Hij won in 1982 de Georges Enesco-prijs en componeerde de kameropera, “Les Visites espacées” (première op het Festival van Avignon in juli 1983). Daarop volgden de orkestwerken, Spirals, Meanders voor viool en orkest, Aztlan, en de Missa brevis voor 12 stemmen en orkest. Vanaf 1985 voelde hij zich aangetrokken tot kamermuziek. Radio France bestelde bij hem een ​​Strijkkwartet, dat gecreëerd werd door het befaamd Talich Quartet. Met dit Strijkkwartet won hij de prijs voor beste hedendaagse creatie van SACEM en werd hij genomineerd voor de Victoires de la musique classique.Vervolgens componeerde hij tussen 1985 en 1992, een tweede Strijkkwartet (“Nachtgesang”), een concerto voor cello en kamerorkest (Prix Arthur Honegger, 1994), een Sextet, en diverse solostukken, “Hopi” voor fagot, “Pavane” voor altviool, “Melancholia” voor contrabas. Hij ontving in 1990 de Grand Prix Musical de la Ville de Paris en in 1991 de Prix des Composers de la SACEM. In 1993 won hij de Prix Nouveaux Talents van de SACD. Zijn opera “Le Château des Carpathes” op een libretto uit de roman “Le Château des Carpathes” van Jules Verne, ging in 1992 voor het eerst in een orkestversie in première op het Festival van Montpellier en vervolgens in oktober 1993 in de Opéra-Comédie de Montpellier, geënsceneerd door André Wilms met decors van Nicky Rieti. Philippe Hersant componeert ook voor het theater. Zo werkte hij samen met Jean Jourdheuil en Jean-François Peyret, aan “Paysage sous surveillance”, La Route des chars” van Heiner Müller, en “Lucrèce, De la nature des choses”. Deze samenwerking presenteerde in 1991, op het Festival van Avignon, “Landschaft mit Argonauten”, voor 12 gemengde stemmen en 8 trombones.De Frans-Cubaanse viola da gamba-speler, Ronald Martin Alonso, geboren in Cuba in 1980, is afgestudeerd in klassieke gitaar en contrabas aan het conservatorium van Havana. Hij ontving een beurs van het Centre International des Chemins du Baroque en behaalde in 2007 zijn diploma in Viola da Gamba na zijn studie bij Rebeka Ruso en zijn diploma kamermuziek na zijn studie bij Martin Gester aan het Regionaal Muziekconservatorium in Straatsburg. Drie jaar later, in 2010, na zijn studie bij Ariane Maurette aan het Conservatorium van de Regio Parijs, behaalde hij zijn Masters in Muziek (Viola da Gamba) met complimenten van de jury. Hij heeft deelgenomen aan verschillende masterclasses en academies van Jordi Savall en Christophe Coin aan het Royal College of Music in Londen, met Marianne Müller aan het Parijse Conservatorium, aan de Périgord Noir Baroque Academy (M.Laplénie), de European Baroque Academy. in Ambronay (M. Gester) en de Montfrin Baroque Academy (G. Garrido).Zijn eerste contact met de wereld van de oude muziek, was met het Cubaans Ars Longa-ensemble van de sopraan, Teresa Paz. Zijn opnamen uit het Latijns-Amerikaans barokrepertoire werden onderscheiden door de gespecialiseerde pers, waaronder Diapason d’Or, Choc du Monde de la Musique, ffff Télérama en een score van tien in “Répertoire”. Met het Stravaganza-ensemble ontving hij in 2011 de Critics and Media-prijs, evenals de derde prijs op de International Chamber Music Competition, Premio Bonporti in Roveretto in Italië, de Graaf Unico Wilhelm-prijs op het Van Wassenaer-concours in Amsterdam, en in 2012, de FJ Aumann-prijs op de HIF Biber Internationale Wedstrijd in Oostenrijk. In 2011 richtte hij het Vedado Musica Ensemble op met muzikale projecten rond de viola da gamba, die barok en hedendaagse muziek versmelt.In 2015 maakte hij zijn eerste solo-opname, “Les Folies Humaines”, met werken van Marin Marais. Hij treedt regelmatig op met toonaangevende ensembles, waaronder La Cappella Mediterranea (Leonardo GarcíaAlarcón), Il Festino (Manuel de Grange), Fuoco e Cenere (Jay Bernfeld), Les Traversées Baroques (Etienne Meyer), Stravaganza (Thomas Soltani), Desmarest (Ronan Khalil) ), La Chapelle Rhénane (Benoît Haller) en les Métaboles (Léo Warinsky), op toonaangevende festivals in Europa en Latijns-Amerika zoals o.a. het Concertgebouw Amsterdam, Dutch National Opera Amsterdam, Opéra National de Paris, Opéra Royal de Versailles, Auditorium de Radio France, Auditorium National de Bordeaux, Festival d’Ambronay, Festival de la Chaise-Dieu, Festival de Sablé, Teatro Colón in Buenos Aires, en de Opera in Rio de Janeiro.Dialogues Sainte-Colombe / Hersant Ronald Martin Alonso, viola da gamba cd Paraty PTY820196

http://www.stretto.be/2020/05/04/les-larmes-de-mes-filles-ressemblent-plus-a-de-la-musique-qua-votre-jeu-stijlvolle-monsieur-de-sainte-colombe-et-ses-filles-op-het-label-mirare/